Ze zijn er nog, de landschappen van de Haagse School

In het Haags Gemeentemuseum worden de mooiste Hollandse landschappen getoond. Gelukkig kunnen we ze ook nog in het echt bewonderen. tekst Monica Wesseling

Eindelijk een lofzang op de polder. De lage horizon, de grootse luchten, weerspiegeld in het water, het riet, de wilgen en de koeien, lodderend in de sloot. Holland op z'n mooist: vandaag wordt de tentoonstelling met die titel geopend. Een tentoonstelling van de schilders van de Haagse School, schilders die zich tussen 1860 en 1900 niet - zoals veel van hun voorgangers - slechts lieten imponeren door het natuurgeweld van de Alpen of protserige Griekse of Romaanse bouwsels, maar het Hollands landschap onopgesmukt verbeeldden.

De schilders werkten in een tijd dat Nederland in rap tempo industrialiseerde. Bossen werden gekapt, moerassen gedempt, de stilte verscheurd door wegen en rails. Veel ging verloren.

De Nieuwkoopse Plassen - een van de favoriete gebieden van de schilders - bleven gelukkig gespaard. Ik maak een vaartocht door dit schilderij met aan boord twee gasten: Doede Hardeman, conservator moderne kunst van het Gemeentemuseum Den Haag en Michiel Purmer, historisch geograaf bij Natuurmonumenten, de vereniging die de Nieuwkoopse Plassen beheert.

De lente arriveert op vleugels. De eerste lepelaars banjeren door het water en pal voor onze neus baltsen rietgorzen en blauwborsten in het riet. Een tjiftjaf roept, wilgen en weiden zwemen langzaam tot lichtgroen. Boven het rietland zweeft een bruine kiekendief. "Een tafereel van honderdvijftig jaar geleden!" roept de conservator enthousiast terwijl hij in de catalogus van de tentoonstelling een afbeelding van Anton Mauve laat zien. "Misschien was het toen een andere vogel, maar dat moeras lijkt nu toch nog precies zo?"

De waarde van de Nieuwkoopse Plassen - een cultuurlandschap ontstaan door vervening - is nu onbetwist, maar dat is lang niet zo geweest. Lange tijd gunden noch de schilders, noch natuurliefhebbers het gecultiveerde land een blik waardig. Nee, de woeste gronden, dié waren pas inspirerend en dramatisch, dié waren het beschermen en vastleggen waard.

Tot halverwege de negentiende eeuw, toen de schilders het polderlandschap met zijn weiden, rietmoerassen en veenplassen ontdekten. Het polderland bood met zijn lage einder en waterpartijen immers alle ruimte voor het schilderen van dramatische wolkenpartijen en lichtreflecties - favoriet bij de Haagse meesters - en stelde bovendien hoge eisen aan de schilderkunst. 'Er behoren fijner ontwikkelde gevoelsorganen toe om de stille schoonheid van een doodeenvoudig Hollands kijkje te gevoelen, dan om zich te laten imponeren door een Alpennatuur', schreef een kunstcritius in 1875.

"Bovendien ging dit oer-Hollandse open polderlandschap in hoog tempo verloren. Door het op doek vast te leggen, hebben de schilders wellicht toch ook de waarde ervan willen benadrukken", vertelt Hardeman, terwijl we langzaam langs een brokkelig weiland varen en hij een vrijwel identieke wei op een schilderij van Willem Roelofs toont. "En met succes. Eind negentiende, begin twintigste eeuw zie je de waardering voor dit weidse veenland enorm toenemen.

De schilderijen waren razend populair, vooral ook die van de Nieuwkoopse Plassen. Trouwens, die schilders zelf roemden ook met name dit gebied. Het drassige veenland maakte de aanleg van spoor onmogelijk.

Mede omdat het moeilijk bereikbaar was gaf het schilders als Roelofs, Gabriël en Weissenbruch een gevoel van onontdekte schoonheid en ze verbleven met groot genoegen maanden achtereen bij de Nieuwkoopse Plassen." Terwijl de conservator steeds op afbeeldingen wijst, raapt onze schipper een zoetwatermossel van de waterkant op. "Schildersmossel", zegt hij. "Echt waar. Kunstschilders gebruikten de schelpen om verf in te mengen."

De meesters van de Haagse School vestigden de aandacht op het Hollandse cultuurlandschap, maar staan ze daarmee ook aan de basis van de bescherming ervan?

Michiel Purmer: "Dat denken we graag, maar de eerste echte natuurbeschermers onder wie Jac. P. Thijsse, kwamen net iets later. Natuurmonumenten werd in 1905 opgericht. Net als bij de schilders, ging bij natuurbeschermers de aandacht eerst uit naar de woeste gronden, de ongerepte natuur."

Toch zijn de schilders van de Haagse School volgens de historisch geograaf wel degelijk van groot belang voor Natuurmonumenten.

"We willen van de natuur geen museum maken, maar de schilderijen zijn wél inspiratie- en referentiebron. Door goed te kijken hoe de weiden, het rietmoeras en het water er in die tijd uitzagen én studie te maken van onder meer historische kaarten en natuurbeschrijvingen krijgen we aanwijzingen voor het te voeren beheer. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor de Nieuwkoopse Plassen, maar ook voor andere gebieden die de schilders vereeuwigden."

Glimlachend vervolgt hij: "De schilderijen moet je overigens niet te letterlijk nemen. Onze ecologen ontdekten er allerlei planten en dieren op die er onmogelijk kunnen zijn geweest. Dat neemt niet weg dat de drassigheid, knotwilgen zoals die daar, en bijvoorbeeld de variatie in grassen, wel degelijk inspirerend kunnen zijn."

"En daar komt nog iets bij", zegt Hardeman, terwijl hij in de verte staart. "Kunstenaars en natuurbeschermers probeerden en proberen beiden een bepaald gevoel over te brengen. Een gevoel van geborgenheid, van eigenheid, verwondering en bewondering voor de schoonheid van de natuur."

Een makkie, zo lijkt het, zeker voor wat betreft de Nieuwkoopse Plassen. Is het mogelijk hier niet in vervoering te raken? De zon weerspiegelt in het water, zes aalscholvers trekken over. Een veldleeuwerik stijgt op om hoog in de lucht het leven te bejubelen. Dit is veenland zoals het moet zijn; ouderwets, geruststellend en vertrouwenwekkend.

Tentoonstelling

De tentoonstelling 'Holland op z'n mooist' is van 4 april tot en met 30 augustus te zien in het Gemeentemuseum Den Haag en het Dordrechts Museum. De tentoonstelling in Den Haag, met als ondertitel 'Op pad met de Haagse School', laat met name de natuurschilderijen zien, die in Dordrecht de eerdere werken waarop veelal mensen domineren.

Het Haags museum organiseert rondom de tentoonstelling onder meer lezingen (12/4, 3/5, 14/6) en er is een speciale kindertentoonstelling met illustraties van het nieuwe kinderboek van Charlotte Dematons. Meer informatie: gemeentemuseum.nl en dordrechtsmuseum.nl

Naar buiten

Varen, fietsen en wandelen door de schilderijen! Natuurmonumenten heeft ter gelegenheid van de tentoonstelling speciale routes uitgezet door gebieden die de schilders hebben vereeuwigd (Naardermeer, Wolfheze, Nieuwkoopse Plassen, Hackfort, Midden-Delfland).

Er zijn ook tal van excursies. Zo is er een vaartocht over de Nieuwkoopse Plassen, een over het Naardermeer, wandelen door Wolfheze en over landgoed Hackfort. In het bezoekerscentrum Nieuwkoop zijn vanaf 12 april reproducties van schilderijen te zien.

Voor alle wandel- en fietstochten en het excursieprogramma zie natuurmonumenten.nl/haagseschool

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden