Ze zeggen: Voel je maar niet schuldig...

Naam: André Basha (22), geen beroepAantal mobieltjes: Twee, Motorola en SendoProvider: VodacomUitgaven aan mobiele telefoon(s): 150 dollar per maandOp de hoogte van welke mineralen er in de telefoons zitten en waar ze vandaan komen: Nee ( FOTO'S JAN-JOSEPH STOK)

Het geweld in Oost-Congo wordt deels gefinancierd met grondstoffen voor mobiele telefoons. Seada Nourhussen vreest, als fervent beller, dat ze bijdraagt aan bloedvergieten. Dus zoekt ze samen met fotograaf Jan-Joseph Stok naar de oorsprong van de ertsen in haar mobieltje. Van Amsterdam-West naar Oost-Congo. Slot: Heb ik een bloedmobieltje of niet?

Daar sta je dan. In een mijn in Congo. En dan is het nog erger dan je je had voorgesteld. Want je praat met een meisje van zeven jaar dat nooit naar school is geweest en haar dagen in een afgrond slijt. Samen met haar moeder, van zes uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds. Steentjes wassend die zo hard nodig zijn voor mijn mobiele telefoontje. Een meisje dat nooit kan spelen.

Je spreekt verkrachte vrouwen die met hun roedel kinderen verstoten zijn door hun man en de hele gemeenschap. Vrouwen die niks hebben en bang zijn voor de mijnen waar de ruwe mineralen vandaan komen die in jouw telefoon en iPod zitten, omdat die rebellen en militairen aantrekken. Mannen met wapens die kunnen eisen wat ze willen; grondstoffen, voedsel en seks.

Je hoort van jongens, die dag in dag uit met hamer en houweel op de rotsen inhakken, dat ze ervan dromen op een dag die rotmijn uit te kunnen om een bestaan als boer of chauffeur op te bouwen. Bescheiden dromen, die waarschijnlijk tot hen komen als ze even uitrusten met een joint die rondgaat. Om de honger te stillen. Want marihuana groeit in Congo bijna overal, maar voedsel verbouwen is in dit groene, ogenschijnlijk vruchtbare land blijkbaar een probleem. Een van de vele vreemde tegenstellingen van het land dat rijker zou moeten zijn dan ieder ander land op aarde, maar vooral uitblinkt in armoede, corruptie en oorlog.

Daar sta je dan in Congo. Met je mobieltje, je iPod en je digitale camera op zak. En dan voel je je schuldig. Want als ik niet zo nodig al die spulletjes moest hebben, zouden Bati, Nyabade, Konkwa, Pappie en Gyves dan een heel ander leven hebben? Een beter leven?

Volgens de Amerikaanse activisten van Enough Project verdienen zowel Congo’s militairen van het overheidsleger als de verschillende rebellengroepen jaarlijks zo’n 180 miljoen dollar aan de handel in de grondstoffen die in onze gadgets terechtkomen. Ook het Britse Global Witness zegt dat er een direct verband is tussen de oorlog in Congo en de behoefte aan steeds nieuwere, kleinere iPhones, mp3-spelers, spelcomputers en laptops aan onze kant van de wereldbol.

Kris Berwouts, directeur van EurAc, een Europees netwerk voor Centraal Afrika in Brussel, vindt dat de campagnes van Enough Project en Global Witness Congo’s problemen vernauwt tot het grondstoffenverhaal. „Of jij een bloedmobieltje hebt? Dat is hetzelfde als in de jaren zeventig, toen mensen zich afvroegen of ze bijdroegen aan dictatuur in Latijns-Amerika door bananen te eten. Natuurlijk is er een verband tussen de grondstoffen en de oorlog. Gewapende groepen kunnen hun strijd met de opbrengsten uit mijnbouw in stand houden, maar er speelt veel meer in Congo. Ik wil het probleem niet onderschatten, maar ook niet versimpelen. Neem de bodemrijkdom met een toverstokje weg en er zijn nog steeds problemen in Oost-Congo.”

Naast de rat race om Congo’s grondstoffen, noemt Berwouts de strijd om de macht in hoofdstad Kinshasa en het conflict tussen Rwandese Hutu’s en Tutsi’s, dat na de genocide op Congolees grondgebied wordt uitgevochten. „Die drie zaken bij elkaar zijn een explosieve combinatie en ze beïnvloeden en versterken elkaar.”

Ook Congolees Eric Kajembe maakt zich geen illusies. Hij woont in Bukavu, de hoofdstad van Zuid-Kivu, dat samen met de provincie Noord-Kivu het door oorlog getekende Oost-Congo vormt. Het barst er van de lucratieve coltan-, cassiteriet-, goud- en wolfraammijnen, die leveren aan de elektronica-industrie en beheerd worden door rebellen.

Over de hele wereld staat de blinde activist bekend om zijn strijd voor regulering van de handel in Congo’s bodemschatten. „De economische factor is belangrijk, maar vrede in Congo hangt van meer dingen af. Het grootste probleem is dat we een zwakke overheid hebben.”

President Kabila, in 2006 bij de eerste vrije verkiezingen democratisch gekozen, is volgens Kajembe niet in staat tot goed leiderschap in het gigantische Congo. Zijn regering zetelt in Kinshasa, het uiterste westen van Congo, duizenden kilometers van de geteisterde oostelijke Kivu’s.

Is het niet zo dat vooral in Afrikaanse landen die bodemrijkdommen bezitten, de machthebbers nauwelijks belasting heffen, de staatskas en vooral hun eigen zakken vullen met de opbrengsten uit olie, uranium, goud, diamanten of coltan? Een bevolking die geen belasting betaalt kan niets eisen van haar overheid en een overheid die geen belasting int hoeft geen verantwoording af te leggen aan haar burgers. Is er dan toch een causaal verband tussen Congo’s natuurlijke rijkdommen en de manier waarop de machthebbers zich gedragen?

Ook dat is volgens de Belg Berwouts te kort door de bocht. „Er zijn Afrikaanse landen genoeg waar de ertsen niet uit de grond springen, maar de staat toch zwak is. Kijk naar Somalië.” Al zijn er geluiden dat het conflict daar om de controle op de visserij draait.

Als ik als me als consument niet schuldig hoef te voelen, moeten de bedrijven dat dan wel doen? Nokia, wereldwijd marktleider in mobiele telefonie, beweert op haar website dat ’op basis van eigen onderzoek, verklaringen van leveranciers en voortdurende discussies blijkt dat Nokia’s producten geen illegaal gedolven coltan bevatten’. Terwijl het bedrijf weet dat het dat niet voor 100 procent kan uitsluiten, omdat Nokia afhankelijk is van de informatie die zijn leveranciers verschaffen. „Wij doen er alles aan om de herkomst van de grondstoffen in ons eindproduct te traceren, maar er zitten gemiddeld vier tot acht lagen tussen ons en de mijnen waar de grondstoffen vandaan komen”, zei Jurgen Thysman, communicatiemanager van Nokia Benelux eerder tegen me. „De uitdaging zit niet aan de bovenkant van de keten maar aan de onderkant. Daar gebeuren dingen waar wij geen zicht op hebben.”

Dan moet Nokia eens naar Congo komen, vindt de Congolese activist Fortinat Maronga, leider van de organisatie Assodip, in de jungle van Walikale. „Dan kunnen ze zelf zien wat hier werkelijk gebeurt.”

Nokia streeft ernaar helemaal geen zaken te doen met Oost-Congo. Is dat eerlijk? Nee, zeggen activisten Kajembe en Maronga en ook Janvier Murairi in Goma. Congo kan niet zonder de handel in coltan, cassiteriet, wolframiet, goud, tin en kobalt. Hoe weinig de meeste Congolezen er ook aan verdienen, hun leven hangt ervan af. Congo’s rijkdom en overlevingskansen zitten nu eenmaal in de grond. Het toverwoord is volgens Kajembe, Maronga en Murairi: transparantie. Als de handel in Congo’s mineralen transparant wordt, moet het mogelijk zijn om iedereen mee te laten profiteren.”

Na alle gesprekken met deskundigen, handelaars, mijnwerkers en prostituees kom ik tot de conclusie dat Congo’s grondstoffen niet de oorzaak zijn van de oorlog, maar wel een belangrijke inkomstenbron voor gewapende groepen en dus een reden dat de regio gevaarlijk blijft voor bewoners. Tegelijk hebben die inwoners de handel hard nodig. En uiteindelijk verdienen de Congolezen er niet alleen hun schamele inkomen mee, het redt soms levens. Zoals in zoveel Afrikaanse landen is mobiele telefonie ook in Congo een uitkomst in onbereikbare gebieden waar landlijnen nooit zijn aangelegd. De cirkel is rond: het beginproduct komt als uiterst nuttig eindproduct terug bij de bron.

Het tragische is dat het beginproduct het minste geld oplevert. Coltan, cassiteriet en wolfraam zijn op de wereldmarkt, nadat ze geraffineerd zijn, een veelvoud waard van wat de Congolese mijnwerkers ervoor krijgen nadat ze acht uur lang 50 kilo ruw materiaal te voet door de hete jungle hebben vervoerd. „Er zouden smelterijen hier in Congo moeten zijn, zodat wij meer verdienen”, opperde activist Maronga. Behalve een paar grote bazen verdient Congo niet aan haar bodemrijkdom. Daarom zijn er nauwelijks begaanbare wegen, goede scholen, universiteiten en ziekenhuizen.

Congo vormt het hart van Afrika. De uitgestrekte regenwouden gelden als de longen van het continent. Als het hart en de longen niet functioneren, ligt de rest van het lichaam lam. Als het centrum van Afrika, het land dat door negen zeer complexe landen, van Angola tot aan Soedan, wordt omringd, haar zaakjes op orde zou brengen, beïnvloedt dat het gehele continent, is de hoop.

Congo zou 24 biljoen dollar aan bodemschatten hebben. Genoeg voor nog decennialang bloedvergieten óf voor economische ontwikkeling. Maar in Brussel, het bestuurscentrum van de Europese Unie én de stad waar vele bedrijven zetelen die handelen in mineralen uit Congo, is de angst groot dat de grondstoffen opraken. Schaarste kan de Europese industrie ernstig schaden, stelt de Europese Commissie, die onlangs onderzoek deed naar 41 grondstoffen. Het gaat om stoffen als grafiet, kobalt, tantalium, vloeispaat, niobium, indium en magnesium uit Congo, China, Rusland, India, Japan, Zuid-Afrika, Mexico, de Verenigde Staten en Canada. Opvallend is dat de onderzoekers zich weinig druk maakten om de situatie van de lokale bevolking op de plekken waar deze grondstoffen gewonnen worden. ’Soms worden de stoffen in corrupte of onderontwikkelde landen gedolven en worden oorlogen rond de vindplaatsen uitgevochten. Dat is niet bevorderlijk voor de toegankelijkheid van de stoffen’, meldt het onderzoek.

De media doen de conflicten in Afrika vaak af als etnisch getint geweld van primitievelingen. Maar in veel gevallen gaan er grote economische belangen achter schuil.

Berwouts: „De tegengestelde economische én strategische belangen in een land als Congo, zorgen ervoor dat de internationale gemeenschap niet eensgezind optreedt tegen de schending van mensenrechten daar. Een land als Burundi, dat economisch veel minder te bieden heeft, kan wel op snelle en adequate steun van buitenaf rekenen.”

Volgens de mensen die er verstand van hebben, hoef ik me niet schuldig te voelen. Terwijl de kans bestaat dat ik een bloedmobieltje heb, dat ik met mijn gadgets een oorlog financier. Niemand kan garanderen dat dat niet zo is. Congo is wat mij betreft een van de wreedste voorbeelden van waar heel veel conflicten in Afrika om draaien: hebzucht. Van multinationals, van Afrikaanse staatshoofden en uiteindelijk toch ook van mij, de consument.

En die ’natuurlijke rijkdommen’, zoals Congo-kenner Berwouts ze noemt, zijn niet alles. „Het gaat in Congo ook om bosbouw en energiebronnen. De grootste strijd woedt straks om Congo’s water. Dat is het coltan van morgen.”

Bekijk de slideshow en lees alle afleveringen op trouw.nl/bloedmobieltjes.

Deze serie is tot stand gekomen mede dankzij een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

(Trouw)
Naam: Benjamin (27), eigenaar kruidenierswinkeltje (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden