'Ze weten in Libië als geen ander hoe te martelen'

Onderzoeker mensenrechten: Milities zijn de baas op straat

Libië is geen staat, het is een staatje. Of beter nog: een quasi-staatje. Uit de verte lijkt het misschien of het land een centrale overheid met instituties heeft, maar er ontbreekt minstens één cruciaal element. De staat heeft geen macht. Milities, die twee jaar geleden dictator Moammar Kadafi verdreven, zijn de baas op straat. "Onder Kadafi was de staat één pilaar", zegt Fred Abrahams, "Die is verdwenen. Nu heb je duizend pilaartjes."

Abrahams, onderzoeker voor Human Rights Watch, is net terug uit Libië, en zijn gevoel is dubbel. "Libië is een schizofreen land. Aan de ene kant is de veiligheidssituatie er heel wankel, zijn de instituties van de staat er zwak, en is er politiek geharrewar. Aan de andere kant kan je twee weken in Tripoli doorbrengen zonder daar iets van te merken: dingen zijn in beweging, er is bedrijvigheid, de scholen zijn open."

Hoe dat moet aflopen, durft Abrahams, dezer dagen even op bezoek in Nederland, nog niet te zeggen. Zorgen maakt hij zich wel. "De uitdaging is om staatsinstituties te bouwen zonder terug te vallen op de misstanden van het verleden. Ze weten in Libië als geen ander hoe ze moeten martelen, het risico bestaat dat ze op die gewoonte terugvallen."

Dat gebeurt nu al, vertelt hij. Tijdens zijn laatste bezoek bezocht Abrahams een gevangenis in de buurt van Misrata, de derde stad van Libië en berucht om zijn machtige milities. Het cellencomplex was in handen van een van die milities, ook al hing er een bordje van het ministerie van justitie boven de deur. "De commandant van de gevangenis zei ronduit 'Ik heb driehonderd gevangenen van wie ik zeker weet dat ze misdaden hebben begaan, maar bij wie dat moeilijk te bewijzen is. Het enige wat ik kan doen, is ze tot een bekentenis dwingen'." Hoe, dat laat zich raden.

Niet alle milities doen het slecht, stelt Abrahams. Sommige zorgen echt voor veiligheid op straat, of proberen het ontbreken van een sterke centrale overheid of een justitieel apparaat op eigen houtje te compenseren. "Ik weet van een militie die regels voor zichzelf opstelt - die werkt met arrestatiebevelen, afgegeven door een echte jurist."

Maar dat is uiteindelijk geen oplossing. "Naarmate je langer wacht met het ontwapenen van milities, zullen ze minder geneigd zijn de wapens neer te leggen. Uiteindelijk raken ze op het criminele pad, dat is een trend die je altijd ziet. Meer geweld kan leiden tot wetteloosheid en echte chaos. En daarna de roep om een sterke man."

De enige oplossing is het opbouwen van een staat, het liefst met wat hulp van westerse landen - die het volgens Abrahams tot nu toe flink laten afweten op dat vlak, ondanks charmebezoekjes als dat van de Britse premier Cameron gisteren. Positieve ontwikkelingen zijn vooral intern-Libisch. "Er zijn verkiezingen geweest, er is een parlement, een regering, er is politiek debat."

De Libische regering, sinds enkele maanden in functie, is bovendien van goeie wil, meent Abrahams. "De premier was mensenrechtenactivist, de minister van justitie mensenrechtenadvocaat. Ze zeggen de goede dingen. Alleen: overtuiging is niet genoeg. Of ze zullen slagen is een open vraag."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden