'Ze weten in Arnhem wat ze willen: meedoen in de top'

De laatste 35 jaar behoorde in slechts twee gevallen de landskampioen voetbal niet tot het supertrio Ajax, Feyenoord, PSV. DWS (1964) en AZ '67 (1981) waren de enige uitzonderingen. 'De Rest' is financieel en sportief ver achterop geraakt. Toch lopen bij 'De Rest' niet louter gefrustreerden rond. Aan de vooravond van de 42e jaargang betaald voetbal vertellen zes vertegenwoordigers van 'De Rest' - uit uiteenlopende disciplines - hun verhaal. Raymond Atteveld, 28 jaar, verdediger van Vitesse Morgen: Riemer van der Velde, 54 jaar, voorzitter van Heerenveen.

“Ik heb een over-mijn-lijk-mentaliteit, daar draai ik niet omheen. Ik heb die instelling zelf en verwacht haar van mijn medespelers. Dat harde, soms wat onbesuisde, achtervolgde me vroeger in Engeland niet. Daar gaat men openlijk in de slag, zonder reserves. Slidings worden er met de noppen omhoog ingezet, daar doet niemand moeilijk over. Ik ga er stevig in, vaak uit een soort zelfbescherming, maar ben door de arbitrage vorig jaar wel heel nadrukkelijk gezocht. Daar heb ik na enige tijd in de pers wat over gezegd. Ik heb de indruk dat er speciaal op mij wordt gelet. Het doet denken aan het Cor Lems-effect. Je hebt al een kaart voor je binnen de lijnen staat. Dat is niet eerlijk. Na de bekerwedstrijd tegen Dordrecht heb ik daarover gesproken met scheidsrechter Schaap. Overigens was de gele kaart die hij mij gaf terecht. Ik speel hard, niet gemeen. En ik behoor evenmin tot die voetballers die zich gemakkelijk laten provoceren.”

“Engeland trekt mij als voetballand nog steeds. Het is er natuurlijk een aantal jaren wat minder gegaan. De Engelsen hebben een beetje last gehad van hun eigen hoogmoed. 'Engeland is Engeland', dachten ze, 'wij hebben het spel uitgevonden.' Zo zijn ze op een aantal fronten achteropgeraakt. Aan de Nederlandse jeugdopleiding kunnen ze bijvoorbeeld niet tippen. Maar die achterstand zijn ze razendsnel aan het wegwerken. Engeland volgt heel nadrukkelijk wat er op het continent gaande is. En in financieel opzicht kan er bijna alles. Dat merkte ik al bij mijn overstap van Haarlem naar Everton. In Nederland moest ik destijds 750 000 gulden kosten, in het buitenland 350 000. Everton zeurde nergens over en bood spontaan die 'Nederlandse' 750 000. Zo liggen de financiële verhoudingen nog steeds. Hoort een Engelse club dat een speler vijf ton kost, dan zeggen ze: 'Zo goedkoop? Geef ons er dan maar twee.' Dat gevaar is in Nederland onderkend. Ook hier zijn de clubs aan het smijten met geld. Kijk naar Feyenoord en PSV. En ook Twente heeft voor Petrov een recordbedrag uitgetrokken.”

“Roda JC is daar bij achtergebleven. Nol Hendriks is natuurlijk wel een slimme man. Hij bemoeit zich - anders dan Karel Aalbers - voor honderd procent met het technisch beleid. Hendriks bepaalt bij Roda wie er wel komt en wie niet. Hij ziet het goed, hoor, die man heeft oog voor koopjes. Hij is begonnen als straatverkoper, dat zit er nog steeds in. Toen hij vorig jaar bij Stevens mijn naam liet vallen, antwoordde Stevens 'Ik heb een spits nodig, wat moet ik met Atteveld?'. Ik ben in eerste instantie op het middenveld begonnen. Al snel verhuisde ik naar mijn centrale plek. Veel voetballiefhebbers hebben zich over mijn vorderingen verbaasd, ik niet. Toen ik wegging bij Haarlem leverde ik al vergelijkbare prestaties. Als je zes jaar niet in beeld bent geweest, is het logisch dat mensen verrast reageren. Ik moet er bij zeggen dat ik in een ideale groep terechtkwam. Roda had een absoluut topteam. Het was sportief een fantastisch jaar. De minpunten zaten in Kerkrade in de organisatie.”

“Roda heeft ten aanzien van het behouden van spelers op een voor mij moeilijk te volgen wijze gehandeld. Er heerst bij die club geen echt voetbalklimaat. Ik kreeg dat gevoel al toen Max Huiberts, een van mijn beste maatjes bij Roda, mij daar over aansprak. Er was belangstelling voor hem en hij verwachtte dat Roda ten minste enige moeite zou doen om hem te behouden. Ze hebben hem gewoon laten glippen. “Ik vraag echt geen astronomische bedragen”, zei Max tegen me. Bovendien gingen er allerlei privé-dingen rondzingen. Er kwamen omtrent besprekingen dingen naar buiten die niemand wat aangingen.”

“Bij mij nam de club dezelfde lauwe houding in. Ik hoefde niet per se weg. Bij een redelijke aanbieding was ik gebleven. Natuurlijk heeft het ook met financiële draagkracht te maken, maar de echte drang om het hele stel bij elkaar te houden heb ik nooit geproefd. Ja, bij Johan de Kock, toen hij ook nog eens dreigde te vertrekken. Bij het openbreken van zijn contract was angst de drijfveer. 'Waarom alleen maar die waardering achteraf?', vraag ik me dan af. En in zijn algemeenheid: Waarom wordt er bij Roda zo weinig beschikbaar gesteld voor de spelers?”

“Toen Vitesse aanklopte hoefde ik daarom niet lang na te denken. Vitesse heeft flinke bedragen opgestreken, maar de club heeft dat geld niet opzij gezet. Er is direct weer geïnvesteerd. Daar spreekt ambitie uit. Ze weten in Arnhem wat ze willen: meedoen in de top. En hier zie je wèl de inspanning om spelers te behouden. Dat voorzitter Aalbers zich verzet tegen de koopdrift van de top, vind ik een instelling die te loven is. Hij houdt lang zijn poot stijf, maar is bij een goed bod realistisch genoeg om toe te happen. Hij probeert altijd eerst een speler te behouden en pas als het niet anders kan, gaat hij zaken doen. Van der Weerden verdween voor een stevige prijs. Aan de andere kant is Makaay knap binnenboord gehouden.”

“Ik ken natuurlijk de uitspraken van Aalbers aan het adres van de top drie. Hij wil dat voetballers die nog een doorlopend contract hebben met rust worden gelaten. Er schijnt een gentlemen's agreement op komst te zijn, maar dat Aalbers geheel zijn zin krijgt, lijkt me uitgesloten. Ik vind dat dat ten nadele uitpakt van de speler. Voor ik hier een contract tekende, heb ik met Aalbers uitvoerig over dat onderwerp gesproken. Ik heb als mijn mening verkondigd, dat het zinloos is een voetballer tegen zijn zin vast te houden en Aalbers beseft dat drommels goed. Wat in jaren groeit verandert niet zo maar. Dat geldt ook voor wat zich juridisch in Luxemburg afspeelt. Ik geloof nooit dat de zaak Bosman zal leiden tot afschaffing van het transfersysteem. Het voetbal draait om transfers. Tast je dat aan, dan gaan heel veel clubs geheid op hun bek.”

“Vitesse zit al vele jaren op het subtopniveau. De echte doorbraak laat lang op zich wachten. Monnikenhuize is een verouderd stadion en stroomt niet vol. Daar reageert de buitenwacht vaak smalend op. Aalbers heeft jaren gepraat over zijn Akzodrome. Men heeft hem ervaren als een bluffer, maar, verrassing!, het gaat binnenkort eindelijk gebouwd worden. Aalbers is van onschatbare waarde voor de club. Was hij er niet geweest, dan was het met Vitesse nooit iets geworden. Hij is enthousiast, trekt mensen mee en heeft overal contacten. Let op mijn woorden: het produkt Vitesse is straks in overeenstemming met de optimistische ideeën van de voorzitter.”

“Bij mijn keuze voor Vitesse is geld niet de enige drijfveer geweest. Als ik het daarom deed, had ik bij Everton moeten blijven. Ik ben niet echt besmet met clubliefde, maar in Engeland blijft dat mijn favoriete club. Ik zat er destijds in een heerlijke groep. Dat ik zo vaak van vereniging ben veranderd lag niet aan mijn wispelturigheid, maar aan het komen en gaan van managers. Dat was zo bij Everton, bij Bristol City en bij Waregem versleten ze er drie in een jaar.”

“Ik heb mijn overstap naar Vitesse mede gemaakt, omdat Ronald Spelbos er is aangesteld. Hij is twee keer eerder achter mij aan geweest. Eerst als assistent-trainer bij Twente - ik zat toen bij Haarlem - en later wilde hij mij bij NAC hebben. Ik heb in Nederland met trainers te maken gehad die iets gemeen hebben. Advocaat, Stevens en Spelbos zijn alle drie coaches die iets van zichzelf terugzien in mijn speelwijze. Dat onverzettelijke bespeur ik ook bij Spelbos. Zijn manier van werken spreekt me aan. Had Neumann er gezeten, dan had ik nooit voor Vitesse gekozen. Ik denk dat ik binnen de kortste keren grote bonje met hem had gekregen. Wat moet ik met zo'n keurige man die altijd beschaafd blijft? Als ik verlies ga ik door het lint, dat wil ik ook bij een trainer zien. Dan mag er gescholden worden, dan moet er intensief gepraat worden.”

“In het aankoopbeleid is de hand van Spelbos merkbaar. Het lijkt op wat Roda JC vorig jaar deed. Roda kocht met De Kock, Graef, Hesp en mij in op mentale weerbaarheid en ervaring. Vitesse had een wat lief imago en heeft een nieuwe weg ingeslagen. Koswal en Laros reken ik niet tot de echte strijderstypes, maar Carlos van Wanrooy is dat beslist en Edwin Gorter zul je niet op een labiele houding betrappen. Vitesse is er kwalitatief op vooruitgegaan. We zitten alleen met het probleem dat je vijf nieuwe spelers in moet passen. Verbeteringen in het systeem kun je dus maar mondjesmaat doorvoeren.”

“Mijn plaats in het team zal een andere zijn dan vorig jaar. Een echte rol als verdediger speelde ik bij Roda niet. We pakten de tegenstander zo vroeg aan, dat je bij balverovering al bijna bij het doel van de tegenstander stond. Ik heb niet voor niets negen doelpunten gemaakt. Van Spelbos verwacht ik, zeker in het begin, een wat behoudender concept. Een rigoureuze verandering ten opzichte van het vorig seizoen zou heel dom zijn. Spelbos verlangt van ons dat we buiten de eigen zestien meter blijven, maar we zullen de tegenstander niet oppakken in hun eigen strafschopgebied. Toch zal ik evengoed wel geregeld voorin te vinden zijn. Ik ben nu eenmaal een man die de gaatjes vult en die er soms ineens overheen gaat. Ik zal meer op de eigen helft spelen dan vorig seizoen, maar als ze naar een pure verdediger op zoek waren, hadden ze mij niet moeten nemen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden