Ze was de baas, dat sprak vanze

Loes Langenhoff 1927-2013

Met haar opleiding theologie had ze iets voor de kerk willen betekenen, maar ze werd als vrouw geweerd uit het pastoraal werk

Haar dadendrang was onstuitbaar. Ze stampte een school uit de grond en hielp de Polen door duistere tijden.

Als ze op haar oude dag het advies kreeg om het wat kalmer aan te doen, reageerde ze geprikkeld: "Laat jij je maar achter de geraniums stoppen, ik doe dat niet." Einde discussie. Heel haar leven had ze vooraan gestaan om werk op te pakken en dat hield ze tot na haar tachtigste vol. Ook al kon ze nauwelijks meer zien en viel ze soms zomaar omver, steeds weer krabbelde ze op, bebloed maar vastberaden.

Waar die onstuitbare dadendrang vandaan kwam, is een raadsel. Zij sprak zo zelden over zichzelf, dat ze 'de oester' werd genoemd in de familie. Over haar liefdesleven, als ze dat al had, is niets bekend. Ze is altijd bij haar ouders gebleven, tot hun dood. Hun trouwfoto hing boven haar bed.

Ook had ze een wandbord geërfd, met een tekst die de levenslessen van haar ouders samenvatte: 'LEER, dan weet gy wat. WERK, dan zyt gy wat. SPAAR, dan hebt gy wat.'

Als jong meisje hing Loes Langenhoff al aan haar ouders, allebei onderwijzers, het vak dat zijzelf ook zou kiezen. Haar vier jongere broers hadden hun eigen wereldjes, Loes hoorde bij de volwassenen. Ze speelde graag de baas over de jongens, zoals ze in haar latere leven ook als vanzelfsprekend de rol van de baas op zich nam.

Met haar moeder beheerde Loes het huishoudboekje van het gezin. Ze moesten rondkomen van één onderwijzerssalaris, want getrouwde vrouwen mochten destijds niet werken. Die financiën waren soms zorgelijk, want vader Langenhoff aanbad zijn vrouw zo dat hij haar alle luxe gunde. Hij had er veel geld voor over om haar te verrassen met de eerste aardbeien van het seizoen of de eerste asperges. Ze hadden ook een 'dagmeisje', dat de kinderen aankleedde, een strijkster en een naaister. Om het allemaal te bekostigen gaf vader bijlessen aan rijkeluiskinderen, onder andere op Kasteel Maurick van de bankiersfamilie Van Lanschot.

Ze woonden in een eenvoudig rijtjeshuis, in de schaduw van de Mariakerk in Vught. Het geloof was belangrijk in het gezin. Als het onweerde sprenkelde moeder wijwater door het huis. Bij de jaarwisseling geen champagne, maar gebed. De twee oudste jongens gingen naar een priesteropleiding (al hielden ze hun roeping niet lang vol).

Loes was een goede leerling. In drie jaar tijd deed ze mulo A en B, daarna ging ze naar de kweekschool om onderwijzeres te worden. Haar eerste baan was in een volkswijk bij de Graafseweg in Den Bosch, die destijds de Bartjes-parochie werd genoemd, naar de plaatselijke pastoor die populair was omdat de zondagse mis pas om half twaalf begon. Loes bekommerde zich om arme kinderen. Soms kocht een jurk of schoenen voor ze, zodat een kind de eerste communie kon doen.

Ze bleef hard studeren en haalde de ene onderwijsakte na de andere: Frans, Engels, handenarbeid en wiskunde. Daarmee kon ze les geven aan mulo-scholen. Ze koos voor een vooruitstrevende school in Utrecht, die werk maakte van onderwijsvernieuwing. Maar ze bleef bij haar ouders in Vught wonen.

Op audiëntie bij Pius XII
In de vakanties was ze reislustig. Met een vriendin was ze naar het hoge noorden van Finland geweest, een hele onderneming begin jaren vijftig. Met haar oudste broer ging ze naar Rome, waar ze met een paar honderd anderen op audiëntie bij paus Pius XII mochten. De commercie in het Vaticaan schokte haar. Er waren witte pauselijke kalotjes te koop, die werden doorgegeven naar de paus die ze even op zijn hoofd zette om er een relikwie van te maken.

Loes voelde meer voor de volgende paus, Johannes XXIII, die een frisse wind door de kerk liet waaien. In Nederland werd die nieuwe stijl verpersoonlijkt door bisschop Bekkers van Den Bosch. Toen Bekkers zei dat er aan de overzijde van de Maas, in de overwegend protestantse Bommelerwaard, een katholieke mulo nodig was, nam Loes die taak graag op. In het dorp Hedel werden in 1963 twee houten noodlokalen opgetrokken voor de eerste 47 leerlingen.

Als directeur moest Loes een permanente school laten bouwen. Dat viel zwaar tegen. Het project kwam knel te zitten tussen allerlei instanties en regels. Loes bleef maar houten noodlokalen neerzetten voor de school die zelfs uit Den Bosch leerlingen aantrok. Uiteindelijk ging Loes zelf naar het ministerie van onderwijs in Den Haag om de boel vlot te trekken.

Na veertien jaar ging het nieuwe schoolgebouw eindelijk open in 1977. Voor haar prestatie werd ze in 1981 benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.

Na het overlijden van haar vader in 1968, was ze verhuisd naar Den Bosch, iets dichter bij de school. Aan de rand van de stad had ze een bouwkavel gekocht, met vrij uitzicht op een met bomen omzoomde wei met koeien. Haar moeder trok bij haar in, en ze woonden samen tot haar dood in 1974.

Per trein naar Polen
In de zomer van 1978 ging Loes naar de kloostergemeenschap van Taizé in Frankrijk, waar duizenden jongeren een week of lager bezinning zochten. Loes was daar benieuwd naar. Ze leerde er een Poolse pastoor kennen die haar vertelde over de problemen in zijn land. Er werd gestaakt tegen het communistische regime, de bevolking had te kampen met tekorten aan van alles. Loes besloot te helpen, en dat werd haar tweede levenswerk.

Ze zamelde spullen in en trok bepakt en bezakt per trein naar Polen. Haar project voor medische hulp zou flink uitdijen, want al spoedig moest ze vrachtwagens huren. Ze klom zelf op de bijrijdersstoel, want ze wilde met eigen ogen zien dat de hulp goed terecht kwam. Met een handvol dollars hield ze de Poolse douaniers tevreden.

Ze was een meester in het ritselen. Toen een Utrechts ziekenhuis nieuwe bedden kocht, kreeg zij de oude die ze op een ambachtsschool liet opknappen. Zo regelde ze ook instrumentarium voor operaties, injectienaalden, medicijnen en verbandmiddelen. Haar stichting 'Nood maakt vrienden' had ruim tweehonderd donateurs. Op voordracht van Poolse artsen kreeg ze in 1988 een Poolse onderscheiding voor haar inspanningen.

Ondertussen was het misgelopen op haar school. Toen haar vertrouwde adjunct-directrice stierf en werd opgevolgd door een man, groeiden er conflicten. Het werd haar kwalijk genomen dat ze voor de studie theologie die ze was begonnen, één dag per week in Tilburg was. Dat vond ze moeilijk te verkroppen, na al haar jarenlange geploeter voor de school. Misschien was ze ook wel te bazig voor een nieuwe generatie die gewend was aan inspraak. Loes heeft haar veertigjarig onderwijsjubileum net niet gehaald.

Er waren meer teleurstellingen, zoals de conservatieve golf in de katholieke kerk. Met haar opleiding theologie had ze iets voor de kerk willen betekenen, maar ze werd als vrouw geweerd uit het pastoraal werk. In het Vlaamse Leuven vond ze een kerk waar ze wel gewaardeerd werd, en daar was ze vaak te vinden.

In haar buurt stond ze bekend als het collectevrouwtje. Voor allerlei doelen ging zij met de geldbus langs de deuren, ook toen haar gezondheid het liet afweten. Ondanks een reeks oogoperaties zag ze slecht. Ook was ze wankel. Maar toen ze bij de medische keuring haar rijbewijs kwijtraakte, was ze verontwaardigd.

Ze had nog willen leren internetten, en ze was woedend dat dat niet meer lukte met haar slechte ogen. Met thuiszorg en hulp van familie heeft ze het lang volgehouden in haar eigen woning. Tot ze eens viel en een hele nacht onder de piano lag voor ze werd gevonden. Eind 2011 werd ze opgenomen in zorgcentrum Theresia in Vught. Een ramp, vond ze dat, want "ik mankeer niets".

Met haar oudste broer en diens dochter ging ze in de rolstoel nog eens een ijsje eten. Het was haar laatste ijsje, besloot ze, want dat machteloze geknoei, dat was niets voor haar.

Louise Maria Langenhoff werd geboren op 28 juli 1927 in 's-Hertogenbosch. Ze stierf op 15 juli in Vught.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden