Ze vergaten de Japanse woorden

De Japans-Amerikaanse schrijfsters Ruth Ozeki en Julie Otsuka verstaan de bijzondere kunst om delicaat te schrijven over pijnlijke onderwerpen

Ruth, schrijfster, is met haar man Oliver verhuisd naar een stil eiland aan de westkust van Canada. Ze had verwacht dat haar creativiteit hier zou opbloeien, maar als die uitblijft verlangt ze terug naar haar oude leven in New York. "Ze had behoefte aan soortgenoten, niet om mee te praten, maar gewoon om bij in de buurt te zijn als buitenstaander in de massa."

Wandelend over het strand ziet ze iets dat op een grote kwal lijkt. Dichterbij blijkt het 'een gehavende plastic diepvrieszak, aangekoekt met eendenmosselen, die zich als een soort uitslag over het oppervlak hadden verspreid'. Als ze de zak opraapt om hem in een vuilnisbak te kunnen gooien, weegt hij onverwacht zwaar. Bij nader onderzoek herbergt hij een verzegelde Hello Kitty-lunchbox, met daarin een stapeltje brieven, een tien jaar eerder geschreven dagboek en een horloge. Het pakket is afkomstig van de zestienjarig Japanse Nao. Al lezend ervaart Ruth 'een sterke, bijna karma-achtige verbondenheid met het meisje en haar vader'.

Aan weerskanten van de Stille Oceaan worstelen beide vrouwen met een persoonlijke crisis. Die vondst is het vertrekpunt van Ruth Ozeki's derde roman 'Een tijdelijke vertelling', die onlangs werd genomineerd voor de prestigieuze Man Booker Prize 2013.

Ozeki's achtergrond (ze is van Japans-Amerikaanse afkomst, maakt films en is bovendien boeddhistisch priesteres) staat garant voor een waaier van thema's die reikt van puberale angstcomplexen tot boeddhistische overpeinzingen en van mythische verhalen tot natuurkundige speculaties. Aan spanning en humor ontbreekt het ook niet.

In Nao's dagboek lezen we hoe slecht het met het meisje gaat. Na het ontslag van haar vader, die werk had in Amerika, zijn zij en haar ouders teruggekeerd naar Japan, arm, ontmoedigd en vervreemd van hun land van herkomst. "Mama werkte zich over de kop. Papa was aan een nieuwe fase begonnen met de voorbereidingen van zijn derde en definitieve zelfmoordpoging. Hij vermeed elk contact met mama en mij, wat nog een hele opgave is in een kleine tweekamerflat, maar soms, als ik hem toevallig passeerde in onze smalle gang en zijn blik opving, begon zijn gezicht te trekken en te verschrompelen onder het gewicht van zijn schaamte..."

Nao's problemen verergeren nog door pesterijen op school. Ze hunkert naar de gelukkige jaren die ze in Californië heeft gekend, en heeft daarbij alle begrip van de naar New York verlangende Ruth. Uiteindelijk ziet ook Nao zelfmoord als enige uitweg. Maar voordat ze daartoe overgaat, wil ze het levensverhaal te boek stellen van haar 104 jaar oude overgrootmoeder Jiko, een wijze boeddhistische non en de enige bij wie Nao zich thuis voelt. Van Jiko leert ze hoe ze met behulp van zenmeditatie (za-zen) de angst voor de eenzaamheid kan bezweren. "Zazen is een thuis dat je nooit kunt verliezen, en ik blijf het doen omdat ik dat een fijn gevoel vind. Jiko zegt ook dat zazen doen hetzelfde is als volledig opgaan in de tijd."

Het is zeker geen toeval dat Nao's naam wordt uitgesproken als het Engelse woord now. Daarmee wordt verwezen naar een filosofische grondregel van het boeddhisme, die leert om niet krampachtig vast te houden aan het verleden of te haken naar de toekomst, maar te leven in het nu.

Naast het dagboek van Nao roept de vondst bij Ruths nog andere vragen op. Is de lunchbox afkomstig uit de puinhopen die werden veroorzaakt door de Japanse tsunami van 2011? Is Nao daarbij omgekomen? Of heeft ze inderdaad zelfmoord gepleegd? Leeft ze misschien nog?

Lezend in Nao's levensverhaal zal Ruth ten slotte een inzicht bereiken dat Jiko al eerder op haar achterkleindochter heeft overgedragen: het huidige moment is het enige dat echt bestaat. Net als Nao beseft Ruth dat ze moet ophouden met dromen over wat er niet of niet meer is, en in plaats daarvan haar leven in het nu moet aanvaarden.

Ozeki boort diep in het kwaad, het verdriet en het lijden, maar ze neemt de lezer ook mee op een zoektocht naar mogelijkheden om het leven draaglijk te maken en stabiliteit te vinden. Alleen tegen het einde, waar de mogelijke verbanden tussen het boeddhisme en de kwantummechanica worden besproken, krijgt de roman iets logs en zwaarwichtigs.

Tegelijk met 'Een tijdelijke vertelling' verscheen Julie Otsuka's 'Waarvan wij droomden'. Ook deze schrijfster is van gemengd Japans-Amerikaanse afkomst. Haar roman is minder veelomvattend qua levensbeschouwelijke reikwijdte, maar minstens even sprankelend. Bovendien weet Otsuka een historisch tijdperk indringend tot leven te wekken.

Het is het begin van de vorige eeuw wanneer er honderden Japanse vrouwen scheep gaan naar San Francisco, om er te trouwen met daar werkende Japanse gastarbeiders.

Met de foto's van hun aanstaande echtgenoten in de hand reizen ze de droom van een nieuw leven tegemoet. Maar eenmaal op de boot begint er onzekerheid door te sijpelen. Desondanks klampen de vrouwen zich vast aan wat ze in hun geboorteland hebben geleerd: "We konden koken en naaien. We konden thee serveren, bloemen schikken en urenlang rustig op onze platte, brede voeten zitten zonder ook maar iets wezenlijks te zeggen. Een meisje moet opgaan in haar omgeving; ze moet aanwezig zijn zonder anderen op haar bestaan te attenderen. We wisten hoe we ons tijdens begrafenissen moesten gedragen en hoe we korte, melancholische gedichten over het verstrijken van de herfst moesten schrijven die precies zeventien lettergrepen lang waren."

Maar als de bruiden in Amerika aankomen, wacht hun diepe teleurstelling. De foto's van hun mannen zijn van tientallen jaren geleden, toen ze nog niet waren afgetakeld door armoe en hard werk. Ondanks die tragiek blijft de vertelling licht van tred en de stijl lyrisch. Bijzonder is ook dat er, anders dan in een conventioneel-realistische roman, niet wordt gefocust op een specifiek personage. Otsuko laat een koor van vrouwenstemmen optreden als de verteller van een gemeenschappelijke geschiedenis.

In de acht hoofdstukken komt telkens een ander aspect van het nieuwe leven aan bod: de eerste nacht met de onbekende man, de kennismaking met de bewoners van het nieuwe land, de komst van kinderen die vertrouwder raken met de andere omgeving dan hun moeders, en zo meer. "Eén voor één begonnen alle oude woorden die we ze hadden geleerd uit hun hoofd te verdwijnen. Ze vergaten de namen van de bloemen in het Japans. Ze vergaten de namen van de kleuren. Ze vergaten de namen van de vossengod, de god van de donder en de god van de armoede, aan wie we nooit kunnen ontsnappen. Ze vergaten de woorden voor sneeuwlicht, Japanse krekel en vluchten in de nacht. Ze vergaten wat ze aan het altaar tegen onze dode voorouders moesten zeggen, die dag en nacht over ons waken. Ze vergaten hoe ze moesten tellen. Ze vergaten hoe ze moesten bidden. Ze werden steeds meer één met die nieuwe taal met haar zesentwintig letters waar we nog steeds geen grip op hadden ... Ze gaven zichzelf nieuwe namen die wij niet hadden gekozen en die we nauwelijks konden uitspreken ... Meestal schaamden ze zich voor ons."

Met Ozeki deelt Otsuka de thematiek van vervreemding en ontheemding. Het gaat daarbij om kwesties die vandaag de dag bijzonder actueel zijn, maar in de kern al dateren van meer dan een eeuw geleden. In de afsluitende episodes van het boek lijkt het particuliere plaats te maken voor de grote geschiedenis, die hier verschijnt als de Japanse aanval op Pearl Harbor, voor Amerika aanleiding om zich te laten betrekken bij de Tweede Wereldoorlog. Maar ook dan blijft de persoonlijke beleving vooropstaan. De vrouwen vertellen bijvoorbeeld hoe het hun duidelijk wordt dat er verraders in hun gelederen zijn. Ook zijn ze terecht bang dat hun mannen na het uitbreken van de oorlog weggevoerd zullen worden naar interneringskampen.

Aan het slot springt Otsuka soepel over van een collectief Japanse naar een collectief Amerikaanse stem: "De Japanners zijn verdwenen uit onze stad. Hun huizen zijn nu leeg en dichtgetimmerd. Hun brievenbussen beginnen uit te puilen. Dik, knoestig onkruid doorklieft hun gazons. Dakloze katten zwerven rond. De laatste wasjes hangen nog steeds aan de lijn."

'Waarvan wij droomden' verwoordt op een prachtige, haast poëtische manier traumatische gebeurtenissen uit de recente geschiedenis. Net als het boek van Ruth Ozeki blinkt het uit in de delicate behandeling van pijnlijke kwesties - de problemen die eigen zijn aan de hedendaagse Japanse samenleving en botsing tussen de imperialistische grootmachten Japan en Amerika. Beide schrijfsters gaan die confrontatie met open vizier tegemoet, maar hebben ook oog voor de buigzame kracht die het individu en een grotere gemeenschap in staat stellen om een crisis te overleven.

Ruth Ozeki: Een tijdelijke vertelling. (A Tale for the Time Being)

Vertaald door Bert Meelker. Anthos, Amsterdam; 480 blz. euro 19,95

Julie Otsuka: Waarvan wij droomden (The Buddha in the Attic)

Vertaald door Joris Vermeulen. Mistral, Amsterdam; 144 blz. euro 16,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden