’Ze verdienen aan ons, nu moeten we weg’

Egypte weet zich met de aanhoudende stroom Palestijnen uit Gaza geen raad. Ook in de Egyptische winkels raken de voorraden op.

Het regent in Rafah. De kistjes van de Hamasstrijders zakken steeds verder weg in de modder. De bebaarde mannen van Hamas hebben het op zich genomen de lange stoet mensen en goederen te reguleren.

Ezels die er te lang over doen om de zwaarbeladen karren uit de moddersporen te trekken, krijgen een flinke tik met een lange stok. „Schiet op; jalla! jalla!”, schreeuwt een Hamasstrijder in een met religieuze teksten opgesierd nieuw camouflagepak tegen een oude man. Een andere strijder slaat met de kolf van zijn kalasjnikov een camera kapot van een fotograaf.

„Wacht maar”, fluistert een Palestijn die net een geit over de grens zeult. „Nu heeft niemand de controle in dit grensgebied. Maar straks willen de Egyptenaren laten zien dat zij hier de baas zijn.”

Maar de Egyptenaren krijgen voorlopig de geest niet weer in de fles. De politie poogde ook dit weekeinde de grenzen met Gaza te sluiten. Elke poging stuitte echter op de bulldozers van Hamas.

Al dagenlang torst de niet-aflatende stroom van tienduizenden Palestijnen bouwmaterialen, benzine, vee en voedsel de grens over. Dit weekend kon men de spullen zelfs met auto’s ophalen in Egypte. Maar sinds de ontmoeting gisteren van de Palestijnse president Mahmoed Abbas en zijn Egyptische collega, houdt Hamas de auto’s tegen. Hamas – de grote rivaal van Abbas en zijn Fatah – stuurt woensdag zelf een delegatie naar Caïro.

„Even zijn we vrij. Even kunnen we weer als gewone mensen leven”, vertelt Basim Matir (33), een kapper uit Jebellija in een koffiehuis zonder naam, vlakbij de grens. De Arabische zender Al-Jazeera staat er keihard aan. Het is een komen en gaan van doorweekte, uitbundige Palestijnen.

Het nieuws dat de Fatah-partij van Abbas de grenscontrole van Hamas wil overnemen, wordt beantwoord met een bulderlach. „Abbas heeft hier niets te zeggen”, gaat Matir verder. „Als ze [Fatah en Hamas] niet snel gaan samenwerken, worden onze problemen groter.”

Het regent niet alleen in Rafah, er broeit ook een storm. In Al-Arish, de hoofdstad van de Noordelijke Sinaï, hebben zich tienduizenden Palestijnen verschanst. In de straten van Al-Arish lopen overal groepen jonge Palestijnse mannen, vaak voor het eerst buiten de grenzen van de Gaza-Strook.

De Egyptische politie is begonnen hen terug te sturen. „Onbegonnen werk”, vertelt een officier op een van de tientallen controleposten rond Rafah. „We zijn met te weinig man.” Egypte durft tot nu toe geen geweld in te zetten tegen de ’Palestijnse broeders’, uit vrees voor onrust onder de eigen bevolking, die met de Palestijnen sympathiseert.

Mohammed Gowad werd uit Egypte gezet. Hij is echter, net als veel anderen, alweer terug. „Ik weet niet wanneer de grens dicht gaat, maar zolang het kan blijf ik op en neer gaan.” Deze keer is de buit twee tassen vol koekjes en vruchtensap. Een deel verkoopt hij verder, de rest is voor zijn twee jonge kinderen.

„Alles kost nu vijf keer meer dan vorige week”, aldus Gowad. „Afpersing. Ze weten dat wij het nodig hebben.” De winkels in Al-Arish zijn al dicht op last van de politie, in Rafah zal dat niet lang meer duren. „Ze hebben geld aan ons verdiend”, klaagt Gowad. „En nu moeten we weer weg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden