Ze vallen als een blok voor Irene

Bernhard Schlink peinst weer mooi over leven en liefde

"Misschien kunt u het schilderij een keer bekijken. Lang spoorloos, opeens opgedoken -geen museum dat het niet wil laten zien." Zo begint de nieuwe roman van de Duitse schrijver, advocaat en rechter Bernhard Schlink. In de jaren negentig brak hij internationaal door met zijn (eveneens verfilmde) roman 'De voorlezer', over een vijftienjarige jongen die een verhouding met een oudere vrouw begint en er later achter komt dat zij opzichter in een concentratiekamp was.

Dit thema, van een geliefde die weleens een totaal ander verleden of totaal andere eigenschappen kan hebben dan je had vermoed, keert terug in 'De vrouw op de trap', zij het nu vluchtiger en via een omweg, en daardoor misschien ook wel sterker.

Ditmaal gaat het over drie mannen die van dezelfde vrouw houden. Een rijke zakenman laat zijn echtgenote portretteren, maar zij gaat er met de schilder van het portret vandoor. De echtgenoot beschadigt daarop keer op keer het doek, wetend dat hij de schilder daarmee tot in het diepst van zijn ziel raakt. Uiteindelijk wordt een advocaat ingeschakeld om te bemiddelen, maar ook die valt als een blok voor de vrouw, Irene.

Uiteindelijk blijkt dat Irene de drie mannen te slim af is, want voordat die een deal hebben kunnen bekokstoven, gaat zij er met het schilderij vandoor. Ze lijkt van de aardbodem verdwenen, totdat ze veertig jaar later, als ze stervende is, het schilderij in een Australisch museum laat tentoonstellen, in de wetenschap dat de drie mannen er op af zullen komen als beren op de stroop.

Ze komen inderdaad, om het schilderij op te eisen of haar opnieuw voor zich te winnen, dat is niet helemaal duidelijk, maar Irene heeft geen boodschap aan hun hebzucht. Langzaam wordt duidelijk dat ze er destijds vandoor ging omdat de drie mannen haar elk op hun eigen manier intoomden en inperkten tot een rol als echtgenote, muze, ideaalbeeld. In reactie daarop koos ze voor een leven als terroriste. Op zichzelf niet vreemd: ook een terroriste zegt immers op haar manier dat ze iets niet accepteert en onaanvaardbaar vindt.

Schlink beschrijft de geschiedenis door de ogen van de advocaat: sober, helder en feitelijk. Maar de veertig jaar die in het boek verstreken zijn, lenen zich natuurlijk ook perfect voor observaties over tijd, ouder worden en doodgaan. Zo zegt Irene: "Bij jong zijn hoort het gevoel dat alles weer goed kan komen, alles wat verkeerd is gelopen, wat we verzuimd, wat we misdaan hebben. Wanneer we dat gevoel niet meer hebben, wanneer gebeurtenissen en ervaringen onherroepelijk worden, zijn we oud. Ik heb dat gevoel niet meer." Bedrieglijk eenvoudige woorden, die pas betekenis krijgen als je zelf hebt ervaren wat ouder worden is.

Schlink heeft altijd oog gehad voor de kleine dingen die het leven kleur en betekenis geven. Hier laat hij de advocaat mijmeren over het verschil tussen de Duitse uitspraak van de naam Irene en en de Australische, die meer klinkt als Aireen: "Irene, drie korte lettergrepen, drie heldere klinkers, drie klanken van een lied, drie schreden van een wals - een naam die gezongen, die gedanst wil worden. 'Aireen' klinkt als uitgekauwde kauwgom."

Wat Irene als terroriste allemaal heeft uitgevoerd, blijft ongewis, ze praat er niet over. Haar interesseert ook niet het verleden, maar het heden. Haar geheim neemt ze mee in haar graf.

En de drie mannen? De schilder is nog steeds even zelfverzekerd als toen, de zakenman nog even heerszuchtig, de advocaat nog steeds gegrepen door de logica van de wet - en niet in staat onzekerheden in zijn leven toe te laten. Ook hierin lijkt Irene boven de mannen te staan, de jaren hebben haar meer wijsheid gebracht dan hun: "Destijds heb ik me vaak te jong voor ze gevoeld, meer hun dochter dan hun partner. Nu voel ik me bijna hun moeder (...) Het was juist dat ik ze destijds heb verlaten." Door het verhaal zo af te sluiten, maakt Schlink Irene's dood aanvaardbaar. Of de mannen hier iets aan hebben, is een tweede.

Bernhard Schlink: De vrouw op de trap. (Die Frau auf der Treppe). Vertaald door Gerda Meijerink. Cossee; 288 blz. euro 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden