Ze strikte de liefste slager van Goirle

Jeannie van Hest-Hendriks 1937-2014

Andere kraamverzorgsters wilden ook wel naar de Hoogstraat in Goirle. Het ging rond dat het stel dat daar een kindje had gekregen inwoonde bij een vrijgezelle broer. Een vrijgezel met zijn eigen zaak nog wel: slager Huub van Hest. Het was de twintigjarige Jeannie Hendriks die het begeerde adres kreeg. En de slager viel als een blok voor haar.

Jeannie groeide op in Groot-Bedaf (een gehucht niet veel groter dan het naburige Klein-Bedaf) in de gemeente Baarle-Nassau. Er was niets dan een handvol boerderijen, waaronder die van Jeannies ouders. Haar vader overleed toen ze een jaar of zestien was. De kinderen hielpen moeder op de boerderij, en de meisjes vulden het inkomen aan door als hulp in de huishouding te werken in Baarle-Nassau, Poppel of Goirle. De boers en zussen hadden alleen lagere school. Niemand in Groot-Bedaf deed een vervolgopleiding.

Jeannie wel. Ze kreeg het voor elkaar dat ze door mocht leren om kraamverzorgster te worden. Een vrouw moest niet afhankelijk zijn van een man, vond ze. En baby's vond ze geweldig. Ze kon er uren over praten met de andere kraamverzorgsters, van wie er twee haar beste vriendinnen werden. Het werk was zwaar, in een tijd zonder wasmachines of stofzuigers. Warm water werd met hout gestookt. Jeannie maakte dagen van acht uur 's ochtends tot acht uur 's avonds. Na tien dagen bij een gezin kreeg ze twee dagen vrij - als het niet te druk was. Maar met een baby op haar arm straalde ze. Met collega Greet hield ze haar leven lang contact. Ze vormden een komisch duo: de lange Greet, en de kleine Jeanneke.

'Jou vergeet ik niet'

Meer mannen moeten een oogje hebben gehad op de donkerharige Jeannie. In ieder geval bewaarde ze het kaartje 'aan de jonge juffrouw Jeanneke Hendriks', geschreven door ene Ad, en ene Frans schreef: 'Tussen jou en mij ligt veel bos en hei, veel water en riet, maar jou vergeten doe ik niet'. Ze kon niet weten dat ze al binnen een jaar na het afsluiten van haar opleiding die zachtaardige Goirlese slager aan de haak zou slaan. Na een korte verkeringstijd trouwde ze in 1958 met Huub, en gaf ze haar werk op om hem te helpen in de slagerij. Zo ging dat, al vond ze het achteraf jammer dat ze haar vak maar zo kort had uitgeoefend.

In het drukke weekend stond ze naast haar man te helpen, doordeweeks riep hij haar erbij als er veel volk was. Zij sopte de winkel en de rest van de slagerij, maar Huub liet niet toe dat ze het zwaardere schrobwerk deed. Jeannie zorgde voor een huiselijke sfeer, zette bloemetjes neer. Klanten voelden zich thuis bij dat kleine vrouwtje dat soms zo diep in de toonbank moest duiken om hun karbonades te pakken. Huub stond elke dag vroeg op, en Jeannie sliep tot acht uur door. Dan kwam Huub haar wekken met een kusje.

In 1960 kreeg het stel een zoon, en later nog een zoon en twee dochters. De twee oudsten gingen doordeweeks naar het internaat, de ouders hadden het immers druk met de winkel. Maar Jeannie vond het uiteindelijk maar niets om haar kinderen alleen in het weekend te zien. De oudste dochter Annet kwam na één jaar terug, en de twee jongsten hield ze thuis.

Ze werkten hard, en het gezin had het goed. Jeannie ging maandagmiddag na schooltijd vaak met haar jongste, Angelique, naar de stad. Ze hield van mooie kleren, voor zichzelf en voor haar kinderen. Iedere week ging ze naar de kapper, waar ze de bladen doorspitte voor het royaltynieuws. Net zo verzorgd als haar uiterlijk was het huis in Goirle, achter de slagerij. Bij het afdrogen hield ze de glazen tegen het licht. Haar spulletjes en meubels waren haar dierbaar. Op zondag at het gezin 's ochtends altijd een biefstukje, om daarna naar de zondagmis te gaan in de katholieke kerk.

Na ieder jaar hard werken gingen ze drie weken op vakantie. Vaak naar een park van Sporthuis Centrum (tegenwoordig Centerparcs). Ze ondernamen dan niet veel, maar rustten uit. Hun recreatiehuisje was net als hun huis in Goirle een zoete inval voor vrienden en bekenden. Vaak gingen ze samen op reis met Jos en An en hun vier kinderen (Jos had nog met Huub bij de scouting gezeten). Lag het kroost op bed, dan legden de ouders een kaartje. Op één vakantiedag wilde Jeannie kostte wat het kost binnen blijven. Dat was de dag van het huwelijk van Charles en Diana. Ze zat aan de buis gekluisterd.

In 1994 verkochten Huub en Jeannie de zaak, om meer tijd te hebben voor elkaar. Allebei gingen ze helpen in de slagerij die hun oudste zoon Kees toen net in Tilburg had overgenomen. Huub bleef vroeg opstaan, en ging voor vertrek nog altijd eventjes naar boven 'om een kusje te geven'. Op feesten zorgden broers en zussen ervoor dat Huub en Jeannie altijd naast elkaar konden zitten. Na al die jaren naast elkaar werken in de slagerij waren ze onafscheidelijk. Voor Jeannie was het makkelijker om iets zonder Huub te ondernemen dan andersom. Ze besloot op haar oude dag nog Engels te gaan leren, gewoon omdat ze het een belangrijke taal vond. Ze vertelde enthousiast over die lessen.

Maar na vier jaar stopte ze daar plotseling mee. Ze verbloemde haar vergeetachtigheid daarna nog lang. Maar op den duur wist ze bij het serveren van de koffie en thee niet meer goed wat ze nou met de schoteltjes moest doen. Jeannie onderging de diagnose alzheimer gelaten.

Lopen als een kievit

Maar voor Huub stortte de wereld in. Hij werd depressief. Hij kon niet met de gedachte leven dat hij straks zonder zijn vrouw door zou moeten. "Ik kan er toch niets aan doen dat ik die ziekte heb", verzuchtte Jeannie wel eens. Die zomer gingen ze nog met vrienden naar Wenen. Maar ze moesten Jeannie toen al goed in de gaten houden. Ze liep nog als een kievit, en was binnen de kortste keren kwijt. Bij de concerten - Strauss - werd ze nu onrustig. Ze kreeg zelfs een keer ruzie met Huub, terwijl ze nooit woorden hadden. Dat hemdje had ze wél meegenomen. Ze wist het zeker. Ondanks haar dementie had ze gelijk, bleek toen ze samen de koffer omkeerden.

Huub, romanticus als hij was, mocht graag praten over alle gelukkige jaren samen. Soms vond Jeannie dat hij overdreef. Ze waren inderdaad gelukkig, maar ze hadden ook altijd hard moeten werken, zei ze dan een beetje geprikkeld. Toen Jeannie achteruitging, verhuisden ze naar een aanleunwoning. Jeannie ging voortaan naar de dagopvang. Huub vond dat verschrikkelijk. Maar zij legde zich erbij neer, en vond het fijn om onder de mensen te zijn.

De vrouw die altijd voor iedereen een praatje over had, sprak in 2009 niet veel meer. "Flink zijn Huub, dan word je wel beter", zei ze nog wel, staande aan het hoofdeind van zijn ziekenhuisbed. Huub lag er door een infectie bij een heupoperatie. Huub overleed enkele weken later. Jeannie praatte er niet over. Haar familieleden en vrienden moesten het verdriet lezen in haar ogen. Daarmee bleef ze spreken.

Ze bleef wekelijks naar de kapper gaan. En ze bleef charmant. Voor mannen had ze altijd nog een glimlach over. Met Kerst kwam ze nog één keer terug in haar oude huis, nu het huis van haar jongste zoon. Haar familie en vrienden waren nog één keer met haar bij elkaar op die vertrouwde plek. Ze genoot.

Jeannie van Hest-Hendriks werd op 7 januari 1937 in Baarle Nassau geboren. Ze overleed op 28 augustus 2014 in Tilburg.

Jeannie van Hest-Hendriks genoot van haar werk als kraamverzorgster.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden