Ze moorden om niks, om de lol

De misdadigers sparen hun kogels niet, de politie evenmin. (FOTO AFP) Beeld
De misdadigers sparen hun kogels niet, de politie evenmin. (FOTO AFP)

Huiveringwekkend nuchter beschrijft Ricardo Piglia in zijn roman ’Brandend geld’ excessief geweld. Sensatiezucht? Juist niet. De schrijver stelt ons een pijnlijke vraag: is geld meer waard dan een mensenleven?

Buenos Aires, september 1965. Een prille lentedag wordt plots verstoord: drie zwaar bewapende mannen springen uit een Chevrolet 400, overvallen een geldtransport en schieten naar al wie of wat een kick geeft. Eén van hen, el gaucho Dorda, is onherkenbaar door de nylonkous die hij over zijn hoofd heeft getrokken. De tweede, el Nene of ‘het Jochie’, heeft een engelengezicht en ziet er zo mager, broos en gedrogeerd uit alsof hij ter plekke ineen zou kunnen storten. De derde, de Kraai Mereles, is unaniem verkozen tot chauffeur en dat is niet toevallig, want hij zit zwaar onder de Florinol, een kalmerend middel: „hij dronk bijna een flesje per dag en dat gaf hem een rustige kijk op het leven.”

Die rustige kijk is echter ook kenmerkend voor de verteller, die het geweld op een huiveringwekkend nuchtere toon beschrijft, zodat je soms aan een film van Tarantino moet denken. Ook de achtervolgingsscène na de overval is grotesk: de bendeleden razen door Buenos Aires, schieten wat hinderlijke voorbijgangers aan flarden, smeren de coke overvloedig op hun tandvlees omdat ze geen tijd hebben om te snuiven en graaien gierend van de pret in de massa bankbiljetten.

Geweld is hier gratuit, excessief, en af en toe zelfs grappig. En toch is deze luchtigheid in zekere zin schijn. Het boek houdt immers ook een niet mis te verstane aanklacht in, en dat blijkt voor de goede verstaander al vanaf de epigraaf, een citaat van Bertold Brecht: „Wat is het beroven van een bank in vergelijking met het oprichten ervan?”

Dat citaat staat niet alleen aan het begin van ’Brandend geld’, maar is ook het motto in een bekend essay waarin Piglia zijn visie uiteenzet op de ontwikkeling van de politieroman in Argentinië. In tegenstelling tot de klassieke whodunit, zo schrijft Piglia, waarin een burgerlijke detective vanuit zijn comfortabele zitbank – de couch detective – het raadsel van de moord oplost en de orde in de maatschappij herstelt, spaart de hedendaagse Argentijnse politieroman zijn kritiek op de hedendaagse kapitalistische samenleving niet. ’Brandend geld’, een boek dat trouwens op waar gebeurde feiten is gebaseerd, vormt daar de perfecte illustratie van: het is het relaas van drie gangsters die hun slag slechts kunnen slaan dankzij de steun en tips van corrupte politici en onbetrouwbare politieagenten.

Hoewel de hele operatie eerst gesmeerd lijkt te lopen, graven de bendeleden hun eigen ondergang wanneer ze de noodlottige beslissing nemen om de buit niet met de medeplichtigen te delen. Vanaf dat moment bijten de achtervolgers zich in hun spoor vast en laten hen niet meer los totdat ze als ratten in de val lopen. De drie misdadigers zitten opgesloten in een flat, omsingeld door driehonderd smerissen, maar ze zijn vastbesloten om er zoveel mogelijk neer te maaien alvorens zelf het hoekje om te gaan.

Nochtans werkt hun gewelddadig optreden de afkeuring van de omstaande menigte niet onmiddellijk in de hand. Hun gedrag is immers enigszins verklaarbaar: het zijn outlaws, psychisch gestoorden, drugsverslaafden, en bovendien getraumatiseerde ex-gedetineerden die het foltertuig van de politie aan den lijve hebben ondervonden.

Daarnaast is de fascinatie voor de slachting die de bendeleden aanrichten ook een feit: de nieuwsgierigen stromen toe, kijken geboeid naar het raam waarachter het ultieme kwaad zich verschuilt.

Paradoxaal genoeg ontvlamt het publiek pas in woede als de criminelen overgaan tot wat men het summum van het kwaad blijkt te achten: glimlachend beginnen ze met hun aansteker de bankbriefjes één voor één in brand te steken, waarna ze ze uit het raam gooien en geamuseerd toekijken hoe ze als vlinders naar beneden dwarrelen, en dat vijftien eindeloze minuten lang. De menigte is onstuitbaar: „Alleen gestoorde moordenaars en immorele beesten kunnen zo cynisch en zo misdadig zijn dat ze vijfhonderdduizend dollar verbranden. Deze daad was (aldus de kranten) erger dan alle misdaden die ze hadden begaan, omdat het een nihilistische daad was en een voorbeeld van zuiver terrorisme.”

Cynisch is de daad die de bendeleden stellen wel: geld, het eigenlijke motief voor de overval en de hele resem moorden die er aan te pas kwam, blijkt uiteindelijk volslagen waardeloos te zijn, niet meer dan inwisselbaar speelgoed. En dat is precies wat de omstaanders zo schokt: het betekent dat de moordenaars geen motief hadden, geen moraal, en geweld pleegden uit pure willekeur, zomaar voor de lol.

De minachting waarmee de drie het hoogste heiligdom van het kapitalisme bejegenen, komt hen duur te staan. De politie drijft de spanning op, boort gaten vanuit de aangrenzende appartementen, gooit granaten naar binnen en opent het vuur vanuit alle mogelijke hoeken.

Uiteindelijk blijft alleen el gaucho Dorda over, een eenzame cowboy die coke snuift om de vrouwenstemmen in zijn hoofd te doven. Terwijl hij gewond op bed ligt, met zijn dode minnaar el Nene in de armen, dringt de politie binnen, sleurt hem naar buiten en levert hem over aan de wraak van de menigte die zich meedogenloos uitleeft op de zondaar die met vuur heeft gespeeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden