Ze moeten een trapje op kunnen

interview | Eeuwig een dubbeltje | Politiek ligt het schooladvies onder vuur. Dat zou zorgen voor te veel rangen en standen. 'Maar we moeten al vanaf nul jaar aan de slag', reageert Rinda den Besten op de groeiende ongelijkheid in kansen van kinderen.

Dat wisten we toch, dat kinderen van laagopgeleide ouders lager uitkomen op de maatschappelijke ladder. Iets van alle tijden, hoorde Rinda den Besten, voorzitter van de PO-raad, de koepel van de basisscholen zeggen. "Maar we zagen dit niet aankomen, het ging juist een tijdje beter." De boodschap van de Onderwijsinspectie in april dat verschillen op school toenemen, kwam hard aan bij het basisonderwijs.

Wat is de oorzaak van die groeiende kloof?

"Dat is een ingewikkeld vraagstuk en veel breder dan het onderwijs. Overal in de samenleving zie je de segregatie toenemen, tussen rijk en arm, op de arbeidsmarkt, in gezondheid en het wonen. Zelfs in het huwelijk zie je dat mensen weer meer binnen de eigen groep trouwen.

"Hoe ouders de kansen zien, speelt een rol. Hogeropgeleiden nemen hun kinderen mee in hun hoge verwachtingspatroon dat zij het op school net zo goed zullen doen als ze zelf. Ze blijven zich er mee bemoeien, assisteren bij het huiswerk en werkstukken, sturen hen zo nodig naar huiswerkbegeleiding. Zo is ook een hele bijlescultuur ontstaan, die tweedeling in de hand werkt. De omzet van dat schaduwonderwijs is in enkele jaren gestegen van drie naar dertien miljoen euro. Vanaf groep 5 gaan kinderen ernaartoe.

"En die bemoeienis van hogeropgeleide ouders helpt. Daartegenover staan ouders die mbo2 , hun eigen niveau, goed genoeg vinden. Die kinderen ontberen een voorbeeld. Het is wrang dat al zo vroeg sociaal-maatschappelijke segregatie ontstaat die beslissend is voor een loopbaan.

"Niet om het af te schuiven, maar alleen kan het onderwijs daar weinig aan veranderen. Ook niet door 2500 uur per jaar les te geven, meer dan 2,5 keer zoveel als nu. School is voor slechts twintig procent aanwezig in het leven van een kind, voor de rest is de sociale omgeving bepalend."

Is het niet een kwestie van aanvaarden?

"Accepteren we een tweedeling van de maatschappij met alle gevolgen van dien? Dat niemand meer trappetje op kan? Ik ben ervan geschrokken, dat we kennelijk zulke barrières hebben gecreëerd in ons systeem dat mensen uit bepaalde groepen kansen worden ontnomen om hun talenten te ontwikkelen. Dat een dubbeltje geen kwartje meer lijkt te kunnen worden, moeten we niet willen. Het bieden van optimale kansen aan àlle leerlingen is de essentie van onderwijs."

De ellende begint toch met het schooladvies? De juf of meester adviseert het kind van laagopgeleide ouders een lagere middelbare schoolopleiding dan zijn klasgenoot met dezelfde intelligentie en hoogopgeleide ouders.

"Nog maar een paar jaar geleden, in 2014, ging de vlag uit. We kregen complimenten van de Onderwijsinspectie over de uitstekende schooladviezen. Het niveau van het leeuwendeel van de leerlingen werd beter ingeschat dan via de Cito-eindtoets. Zeker 85 procent had het juiste advies gekregen bleek na het derde jaar van de middelbare school, de rest zat - fifty-fifty - of te laag of te hoog.

"Internationaal staan we aan de top. We zijn de wereldkampioen van de onderkant omdat we met ons onderwijs leerlingen op een hoger niveau weten te brengen dan andere landen. We slagen erin hen goed te leren leren. Toch zie je die ongelijkheid toenemen: scholen bedienen bepaalde groepen slechter, waardoor we talenten laten liggen.

"Het rapport hierover van de Onderwijsinspectie kwam hard aan. Nu moeten we ons afvragen of het schooladvies een soort zelfbevestiging is: eenmaal in een bepaald spoor gaat het goed en blijft het kind daar. Maar kan het niet beter en zien we de veranderingen en ontwikkelingen die zo'n leerling nog kan doormaken ?

"Mentaliteit speelt een rol. Het is heel on-Nederlands om voor het hoogste te gaan. 'Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg' en 'het is niet goed om een kind op zijn tenen te laten lopen'. Ook leerkrachten en ouders zijn daarmee behept, het maakt ze voorzichtig. Terwijl uit onderzoeken blijkt dat als je kinderen bij twijfel op het hoogste niveau zet, driekwart daar slaagt. Scholen halen er niet altijd uit wat er in zit, we doen het niet goed genoeg."

Hoe kunnen we dat veranderen?

"Door te kijken naar andere landen en culturen. Daar zeggen ze 'waarom zouden we onze kinderen niet op hun tenen laten lopen'. Het zou me niet verbazen als Syrische vluchtelingen - velen zijn hoogopgeleid - hun kinderen ook dat extra duwtje geven. Die gedrevenheid was hier vroeger ook. Kijk naar Aboutaleb en vele anderen. Zelf ben ik ook kind van laagopgeleide ouders, we wilden hogerop, studeren. Gaan we in Nederland nog voor het allerbeste?"

Wat kan het onderwijs zelf doen?

"We beginnen te laat. Dat zeggen de Oeso, de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling, en de Sociaal-economische raad (Ser). Nederland is het laatste land in Europa waar basisvorming voor de jongsten, de vroegschool, ontbreekt. Vanaf nul tot vier jaar ligt het terrein braak. Er zijn wel afzonderlijke initiatieven, maar op de meeste plaatsen ontbreekt de samenhang tussen school, peuterspeelzaal en kinderopvang. En die opvang is er vooral voor tweeverdieners. Daar begint de segregatie. Die voorschool moet er echt komen.

"Vervolgens is het aan de basisscholen om kinderen verder te brengen. Natuurlijk moeten we kijken waar het schooladvies beter, scherper en zuiverder kan. Basisscholen moeten ook meer zicht krijgen op de keuzes in het voortgezet onderwijs, zodat ze hun leerlingen beter kunnen adviseren. Maar het grootste knelpunt is de vroege selectie, dat het niveau van kinderen in Nederland al op hun twaalfde wordt bepaald. Er zijn steeds minder brede scholengemeenschappen en brede brugklassen waarin deze kinderen zich nog volop kunnen ontwikkelen.

"Met middelbare scholen samen zouden we moeten bekijken hoe we het onderwijs voor 10 tot 14 jaar anders kunnen vormgeven en die vroege selectie voor een bepaald niveau kunnen uitstellen. Er zijn scholen die dit onderwijs proberen op te zetten, maar van alle kanten werkt de regelgeving tegen. En tot slot zou meer ambitie en consistent beleid bij de politiek helpen."

Ontbreekt het daaraan in de politiek?

"Ja, dat zie je in de bekostiging van ons onderwijs. Het budget van het basisonderwijs is al jaren te krap. Het extra geld dat staatssecretaris Dekker zegt uit te trekken is hard nodig om gaten te dichten. Tegelijkertijd is het echt belachelijk hoeveel er wordt bezuinigd. Neem de middelen voor achterstanden, in 2018 is er 100 miljoen euro minder beschikbaar dan in 2015. Het ministerie stelt de indicatie bij, zodat het lijkt of we steeds minder achterstandsleerlingen hebben. We hebben te maken met een Haagse sluipmoordenaar die iedere keer weer een stukje wegsnijdt.

"Onlangs was ik op een school in Rotterdam, hoeveel geld die is kwijtgeraakt. Die kunnen geen kleinere klassen of extra taaltraining in groepjes bieden. Bij hun start zet je deze kinderen al mijlenver op achterstand, hoe kunnen ze dat ooit nog inlopen? Op de hele onderwijsbegroting is slechts twee procent uitgetrokken voor achterstandsmiddelen."

Een kwestie van geld, dus?

"De achterblijvende investeringen in het onderwijs zijn voor ons een constante frustratie. Het ministerie organiseert een studiereis naar Singapore dat op alle vlakken aan de top staat. Dat land steekt 20 procent van het nationaal inkomen in onderwijs, wij 4 procent. Iedere Singaporese leerling krijgt een iPad. Bij ons moeten ze met z'n tienen een iPad delen.

"Het gaat er om de jonge generatie voor te bereiden op de toekomst. Een halve eeuw geleden konden we ons niet voorstellen hoe de samenleving van nu er zou uitzien, met internet, mobieltjes en robots. Het vak van piloot en chirurg is volop vernieuwd. Maar de leerkracht die vijftig jaar geleden op de lagere school begon, is vrijwel onveranderd. Die moet vaak nog op dezelfde manier lesgeven: met boekjes en schriften."

Rinda den Besten: 'We laten talenten liggen.'

Sinds 1 april 2013 is Rinda den Besten (Amersfoort, 1973) voorzitter van de PO-Raad, de koepel van basisscholen. Ze studeerde Nederlands aan de Universiteit Utrecht. In 2002 werd ze voor de PvdA gekozen in de gemeenteraad van Utrecht. Vier jaar later werd ze daar wethouder van jeugd, onderwijs en volksgezondheid. Na de verkiezingen van 2010 werd ze locoburgemeester en wethouder voor werk en inkomen, jeugd, sport en de wijk Overvecht, totdat ze uit de politiek vertrok. Ze is moeder van twee dochters.

Rinda den Besten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden