Review

Ze laat ze naar vallen, de mannen

Vier mannen van ergens in de veertig. Alle vier verloren. Ze worden achter elkaar aan je voorgesteld. In restaurant, auto, flat en de coulissen van het theater. Zwijgend, foeterend, starend en hijgend. De eerste in gezelschap maar toch alleen, de tweede aan de telefoon maar zonder te luisteren, de derde met lege blik voor het beeldscherm, en de vierde weg zinkend in een orgasme.

Het is een wat gekunstelde voorstelronde die toch werkt omdat de vier acteurs vanaf dat eerste begin hun feilen zo mooi en subtiel weten te treffen.

Pierre Bokma is Pieter, de ietwat truttige maar ook secure kunsthistoricus, ambtenaar, homo, en nu in het nauw na het stiekem uit depot halen van acht Van Goppels - niet de voetballer maar een kunstschilder wiens werk inmiddels drie miljoen opbrengt. Hij wordt er in de openingsscène in het restaurant door zijn baas op aangesproken en schiet direct in de verstilde paniek die hem de rest van de film niet meer zal verlaten.

Gijs Scholten van Aschat is politicus Joep, net bij zijn gezin weg, azend op een ministerschap, en eeuwig voortrazend over de kleine dingen die zijn leven zo ongelooflijk ingewikkeld maken. Meestal de schuld van zijn vrouw. De hockeysticks die op zijn hoofd vallen omdat zij ze hoog in de kast op een koffer legt; de 100000 pennen die in zijn huis verdwenen zijn.

Dan is er Tom, gespeeld door Peter Blok, voormalig advocaat, nu na een zenuwinzinking geconcentreerd bezig met het beschrijven van artikelen in een kleding-catalogus.

En toneelregisseur Maarten (Jaap Spijkers), treurig gevangen in een verhouding met zijn 18-jarige hoofdrolspeelster. Spijkers is bijna te goed als deze laffe, door seks geobsedeerde, in eigen onvermogen zwelgende clichéman. Ook zijn Hollandse Lolita wordt mooi gespeeld door Caro Lenssen, die met dit speelfilmdebuut herinnert aan de zwoele meid die haar moeder Renee Soutendijk neerzette in 'Pastorale 1943'.

'Cloaca' was twee seizoenen terug al een toneelhit van schrijfster Maria Goos en regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen. Net als vorig jaar 'Familie' is het stuk nu met Telefilm-subsidie verfilmd, maar met een veel gedenkwaardiger resultaat.

Dat is een verschil dat vermoedelijk al in het stuk zelf zat want de filmvorm is niet zo opzienbarend.

Het zwierige camerawerk van Guido van Gennep, beweeglijk zonder de in 'Familie' wel toegpaste DOGMA-haast, is mooi, maar de kracht van 'Cloaca' zit nog steeds in de dialogen en in het spel (op het Nederlands Filmfestival bekroond met een speciale juryprijs). Ook schuilt die kracht meer in Goos' scherpe tekening van de 'mannelijke' conditie dan in de plot. Op het moment dat naar het einde toe het verhaal de overhand neemt, neemt de intensiteit van de film af.

,,Zie de mannen vallen / weten zij dan niet / dat alleen een vrouw kan balanceren op de rand'', zong muziektheater Hauser Orkater in de jaren tachtig.

Ongeveer in dezelfde periode als waarin deze vier veertigers hun hilarische Specials-imitatie nog zonder pijn en melancholie konden brengen. Toen ze nog gewoon de studentikoze drankenbroedersvriendschap hadden die ze nu dreigen te gaan verliezen. Toen er nog niet zoveel voor ze was misgegaan.

De messcherpte waarmee schrijfster Maria Goos wanhoop, feilen en verraad weergeeft heeft ondanks de voortdurende grappen ook bijna iets sadistisch. Ze laat ze inderdaad naar vallen, de mannen.

Maar achteraf voel je je toch ook opgetild.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden