,,Ze kwamen op mijn verjaardagen.

De specialist wist alles, werd alom gerespecteerd. Maar plotseling was hij een vreemde in zijn eigen bedrijf. Bevriende collega's zagen hem niet meer staan. De Leidse hoogleraar André Köbben doet samen met onderzoeker Henk Tromp een boekje open over dergelijke gevallen. De wetenschap blijkt niet meer dan een wereld van roddel en achterklap, machtsmisbruik en manipulatie. Een wereld, waarin een onafhankelijke, gewetensvolle geest het zeer moeilijk heeft.

Joep Engels

Tot 1993 was Ad Corten dé haringspecialist van Nederland. Hij wist alles van vangstquota, vissersvloten en vervuilde zeeën, adviseerde Brussel over het haringbeleid en leidde het jaarlijkse Europese onderzoek van de haringstand.

Vier jaar later was er van die respectabele positie niets meer over. Corten werkte thuis, kon het pand van zijn werkgever, het Rijksinstituut voor visserijonderzoek, alleen met een bezoekerspasje betreden en mocht zich niet meer met de haringvangst bemoeien. En waarom? Had hij de boel opgelicht, of wanprestaties geleverd? Nee, Corten werd gestraft omdat hij trouw bleef aan het standpunt dat het hele Rivo in 1993 had ingenomen. En omdat hij weigerde daarover het zwijgen te doen.

Januari van dat jaar wijzigde het ministerie van visserij zijn visie over vangstbeperkingen. De quota moesten worden afgeschaft en de vissers mochten hun gang gaan totdat een 'biologisch minimum' was bereikt. Dat is een veel te vaag begrip, riepen de wetenschappers van het Rivo in koor, zo'n biologisch minimum is bijna een vrijbrief voor het leegvissen van de Noordzee.

Maar Cortens directeur was al om, en in de jaren daarna zouden ook zijn collega's als dominostenen bezwijken onder de Haagse druk. Voor hij het zelf in de gaten had stond Corten alleen. En tot op de dag van vandaag kan hij nauwelijks bevatten wat hem is overkomen. ,,Het was een eigenaardige gewaarwording'', vertelt hij aan André Köbben. ,,Ze waren niet alleen collega's, ik had vriendschappelijke verhoudingen met ze. Ze kwamen op mijn verjaardagen, dronken mijn wijn. Dat vreet aan je.''

Köbben weet wat Corten heeft doorgemaakt. De Leidse emeritus hoogleraar culturele antropologie had in diezelfde jaren een vergelijkbare aanvaring. Köbben was bestuurslid van het Leidse onderzoeksinstituut Liswo dat in opdracht van het ministerie van onderwijs de ziekteverzuimcijfers in het onderwijs registreerde. Die cijfers vertoonden al jaren een dalende tendens, maar in het boekjaar 93/94 was er een sprongetje omhoog.

Jammer genoeg voor het ministerie had het kort daarvoor afgesproken dat de financiering van de vervangers van zieke leraren afhankelijk zou zijn van deze cijfers. Het 'sprongetje' kostte de minister daardoor 75 miljoen gulden. Toen waren de rapen ineens gaar. Het ministerie eiste dat het Liswo de cijfers zou herzien, betichtte het instituut vervolgens van wetenschappelijk broddelwerk en dreigde tenslotte zelfs de hele sociale faculteit van onderzoekopdrachten te onthouden. Het einde van het verhaal was dat het ministerie het Liswo aan de kant schoof en met een - bijna tweemaal zo duur - onderzoeksbureau in zee ging. Een bureau dat blijkbaar wel de goede cijfers kon leveren.

Dat wil zeggen, het is niet helemaal het einde van het liedje. Op 15 mei 1996 doet Köbben in NRC Handelsblad, onder de veelzeggende kop 'Kafka in Zoetermeer', een boekje open over de affaire. Nieuwe modder is zijn deel, maar dat niet alleen. Köbben doet in zijn artikel een oproep aan iedereen vergelijkbare gevallen aan hem te melden. Het resultaat van die oproep is nu gebundeld in het boekje 'De onwelkome boodschap', dat Köbben schreef met Henk Tromp, een collega-onderzoeker van het Liswo.

Het boekje zou een waarschuwingssticker moeten dragen: niet geschikt voor lezers met een romantisch beeld van de wetenschap. Het beeld van de vrijplaats voor onafhankelijke geesten, voor Galileïsche speurders die zich door niets of niemand van hun zoektocht laten afbrengen, dat beeld wordt compleet aan diggelen geslagen. Roddel en achterklap vieren hoogtij in de wetenschap, machtsmisbruik en manipulatie, leugen en bedrog. Het is een wereld waar het motto 'wie betaalt, bepaalt' luidt en waar een 'voor jou honderd anderen'-mentaliteit heerst. Waarin onderzoekers twijfel zaaien, alleen maar om hun opdrachtgevers, de tabaksindustrie bijvoorbeeld, buiten schot te houden. En waarin gewetensvolle wetenschappers uiteindelijk toch door de knieën gaan omdat ze niet al hun glazen willen ingooien.

Of toch niet? In het hele boek wordt slechts een handjevol gevallen beschreven, en worden er hooguit enkele tientallen aangestipt. Dat zijn toch geen aantallen om over naar huis te schrijven, of is het slechts het topje van de ijsberg? Dat laatste, beamen de schrijvers, al kunnen ze dat niet echt bewijzen. Köbben: ,,We hebben overwogen om een enquête te houden, maar we wisten bij voorbaat dat de uitkomsten niet te vertrouwen zouden zijn. Al die mensen die ooit door de knieën zijn gegaan of hun bazen naar de mond hebben gepraat, hebben er nu alle belang bij om hun zaak stil te houden. En dat geldt ook voor de andere partij: de collega's van Corten, de visserijbioloog, ontkennen nu bij hoog en laag dat ze gezwicht zijn.''

Toch hebben de twee aanwijzingen dat er meer aan de hand is. Met bloedend hart hebben ze een groot aantal gevallen terzijde moeten leggen. Dan wilden de betrokkenen hun verhaal in zulke verhullende termen gieten dat een buitenstaander er geen touw meer aan vast kon knopen. Een tweede 'bewijs' dat er onder de oppervlakte een hoop ellende verborgen zit, halen Köbben en Tromp uit de vele gesprekken in de wandelgangen. ,,Telkens als ons boek ter sprake kwam, bleek onze gesprekspartner toevallig laatst ook zoiets bij de hand te hebben gehad'', zegt Köbben. ,,Het kan natuurlijk zijn dat wij in een corrupte uithoek van de wetenschap zitten, maar dat lijkt me niet. Net zo min hebben we het idee dat dé wetenschap corrupt zou zijn. Meestal is de boodschap niet zo onwelkom, en je hebt natuurlijk ook verstandige opdrachtgevers die openstaan voor de feiten, ook al zijn die niet zo welgevallig.''

De drukproeven waren al gereed toen zich in januari een nieuwe 'onwelkome boodschapper' meldde: de statisticus Hans de Kwaadsteniet met zijn kritiek op het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu. De twee hebben de gebeurtenissen met buitengewone interesse gevolgd, maar wel van een afstandje. ,,We hebben er niet op ingehaakt'', zegt Tromp, ,,omdat we dan alle partijen zouden moeten benaderen en dat zou veel tijd hebben gekost. Maar zoals wij er tegenaan keken, leek het sterk op de zaak-Corten. Het meest frappante was wel de schrikreactie van het RIVM: niet op de discussie ingaan, maar proberen de zaak te dempen.''

Köbben: ,,Ik heb er nu geen oordeel over, we hebben het niet onderzocht. Maar het heeft me verbaasd hoe snel mensen hun opinie klaar hebben. Van Pronk heeft het me bijvoorbeeld verbaasd. Die zei meteen: het RIVM is in orde, dat treft geen blaam. Dat moet je als minister niet doen. Je moet voorzichtig zijn. Je moet ook niet meteen schande roepen.''

Maar als ze de parallel dan toch doortrekken, ziet het er voor De Kwaadsteniet niet goed uit. Het loopt met al deze zogeheten klokkenluiders slecht af. Köbben: ,,Het overkomt de mensen meestal. Ze komen in een maalstroom terecht en worden tot hun eigen verbazing steeds hardnekkiger. Vaak is er nog wel een fase waarin ze proberen water bij de wijn te doen. Maar dan gebeurt er weer iets en gooien ze alsnog de kont tegen de krib. Natuurlijk, het zijn vaak hoekige personen, steile karakters, gedreven door het heilig vuur van de wetenschap.''

Tromp: ,,Precies. Met dat vertrouwen in hun wetenschappelijk gelijk stappen ze naar de rechter. Maar die rechter oordeelt niet zo, die kijkt niet naar de kwaliteit van het onderzoek. De rechter zal bijvoorbeeld alleen constateren: u heeft ruzie gemaakt met uw collega's, dat gaat zo niet langer.''

Köbben: ,,En zo vereenzamen ze langzamerhand. Ze weten niet meer tot wie ze zich moeten wenden. Op hun werk zijn ze al snel een besmet persoon. De kernfysicus Andriesse vertelde bijvoorbeeld hoe hij op een gegeven moment een collega trof bij de koffieautomaat die, zonder hem aan te kijken, begon te mompelen hoe en waar ze hem gingen pakken. Maar met de duidelijke boodschap: je hebt dit niet van mij.''

Köbben herinnert zich nog goed hoe hij met Corten heeft gesproken. De schorsing van de bioloog was net opgeheven, maar hij werd niet meer dan geduld op het Rivo. ,,De spanning was voelbaar. Uiterst triest natuurlijk, maar ook verschrikkelijk mooi om te onderzoeken: zo zit de wereld in elkaar.''

En tegelijk is die wereld niet zo zwart-wit als nu misschien lijkt. Het is niet altijd de goeie wetenschapper versus de slechte opdrachtgever, zegt Tromp. ,,Er zijn ook verlichte ambtenaren. We hebben genoeg gevallen gezien waarin de opdrachtgever bij een onwelkome boodschap zei: dit zijn dus de feiten, daar moeten wij mee aan de slag. Bedankt heren voor uw onderzoek.''

Dat ze hebben ontdekt dat er een vast patroon zit in de geschiedenis van de klokkenluiders, vinden de twee de belangrijkste verdienste van hun boek. Tromp: ,,We hebben het uit de sfeer van de incidenten gehaald. Het is van alle tijden, Darwin en Galilei stuitten ook al op deze tegenstand. En het komt overal voor, op universiteiten en commerciële onderzoeksbureaus, in Nederland net zo goed als in de Verenigde Staten of Duitsland. Er bestaan ook geen waterdichte schotten tussen instellingen. Iedereen is op de een of andere manier wel afhankelijk, en dus monddood te maken.''

Dat stemt somber. Is het 't dan nog wel waard voor die ene gewetensvolle onderzoeker om aan de bel te trekken? Hij wordt toch zeker gemarginaliseerd en monddood gemaakt. Köbben: ,,Dat is ons grootste punt van zorg: door dit machtsmisbruik kan de wetenschap zijn functie niet vervullen. De wetenschap lijdt ook schade, juist door dit soort affaires. Nee, wacht, ik moet het goed zeggen: de schade treedt op als het onder de mat wordt geveegd. Juist door dit soort affaires loop je kans dat men zijn leven gaat beteren. Dat bijvoorbeeld zo'n RIVM bedenkt, tja we moeten toch wat meer gaan meten.''

Om te voorkomen dat de klokkenluiders door de knieën gaan stellen de auteurs voor om een vertrouwenspersoon in te stellen. Iemand bij wie mensen hun verhaal kwijt kunnen, iemand die ze uit de wind houdt.

Köbben: ,,Zo'n persoon kan meer ruchtbaarheid geven aan zaken. Zodat mensen weten dat het vaker gebeurt, en dat ze niet alleen staan. En zodat bazen zich nog wel eens een keer zullen bedenken voordat ze iets stil proberen te houden. Nee natuurlijk, het is geen panacee. Je moet ergens beginnen en een vertrouwenspersoon zou kunnen helpen. Het hangt er ook vanaf hoe zo iemand functioneert. Het moet geen engel der wrake zijn, maar iemand die uitgaat van bepaalde normen. Je hoort mij niet zeggen dat het dan nooit meer zal gebeuren. Het ideaalbeeld van de wetenschap als vrijplaats voor individuen die op zoek zijn naar de waarheid heeft nooit bestaan, en zal er ook nooit komen. Maar het zou wel een stuk beter kunnen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden