ZE KRAAKTEN EIEREN TUSSEN HUN BILLEN

“Niemand liep de zaal uit. Geen woord van afgrijzen of protest. Ik keek bij de gruwelijkste scènes om me heen en zag iedereen met doorgewinterde jaren-negentig-ogen strak naar het toneel kijken. Ze hebben Rwanda en Bosnië net zo doorstaan, dat weet ik zeker. Aan die shockproof-blikken moest ik weer denken toen ik onlangs een stapel kanarieboekjes op de kop tikte.” De criminoloog en schrijver Herman Franke vond in een oude kartonnen doos op een vlooienmarkt 'met veel geheelde waar' 50 kanarie-boekjes en las ze in één ruk uit. De jaren vijftig als onze morele prehistorie en de jaren negentig als pretpark met bloed, geile geesten, drilboor en strandjoekels.

Een kleine twee jaar geleden zat ik weer in het Grand Theatre met kloppend hart en ingehouden adem. Nu keek ik naar naakte mannen en vrouwen die zich met overgave in dienst stelden van de verknipte geest van George Bataille, de Franse filosoof van seks, dood en geweld. Mooie, trotse vrouwen kraakten eieren tussen hun billen, smeerden zich in met viezigheid, sloegen schuttingtaal uit, pisten wijdbeens op medespelers, vraten dampende stierekloten en lieten zich een bloederig, uitgerukt priestersoog in hun vagina drukken. Mooie, trotse mannen werden gepijpt, afgerukt, aan hun penis door een café gesleurd en vernederd. Je zag de blik van de toeschouwers dichtslibben met al het bloed en zaad dat vloeide en spoot en spatte.

Niemand liep de zaal uit. Geen woord van afgrijzen of protest. Ik keek bij de gruwelijkste scènes om me heen en zag iedereen met doorgewinterde jaren-negentigogen strak naar het toneel kijken. Ze hebben Rwanda en Bosnië net zo doorstaan, dat weet ik zeker. Aan die shockproof-blikken moest ik weer denken toen ik onlangs een stapel kanarie-boekjes op de kop tikte. Zulke dingen gebeuren. De geest verbindt wat tijd en plaats hebben gescheiden. En van het een komt het ander, want ik herinnerde me nu ook dat er nogal wat veertigers en vijftigers op de kunstzinnig vermomde porno van Bataille waren afgekomen. De kans is groot dat zij in hun puberjaren kanarie-boekjes hebben gelezen. Dat waren gele, dunne boekjes ter grootte van een pakje sigaretten. De N. V. Maandblad Succes in Den Haag en Antwerpen gaf ze uit. Op de achterkant stonden Bond Zonder Naamachtige spreuken. 'Een goed voorbeeld is meer waard dan honderd preken.' 'Liefde is het verlangen meer te geven dan u ontvangt.'

Kanarie-boekjes vulden in de jaren vijftig massaal de felgekleurde metalen tomado boekenrekjes, of stonden in de vederlichte bergmeubels van geperst hout met teak-fineer die weer naast de bankstellen van zwart skyleer met rood-wit geblokte kussens stonden. Ze leerden hoe je geld kon verdienen in je vrije tijd, hoe je 'moed en zelfvertrouwen' kon krijgen of hoe je van 'vrees en zorgen' kon afkomen. Zo slaapt u beter. Zo kunt u sneller rekenen. Zo krijgt u goede ideeën. Van schuchterheid tot zelfverzekerdheid. De kanarie-boekjes kwamen in handzaam formaat tegemoet aan een scala van wensen en verlangens in herrijzend Nederland. Vooral de moraliserende deeltjes over seksuele en huwelijkse zaken moeten door menig veertiger van nu gelezen zijn op een zolderkamertje met posters van Anneke Grönloh en Connie Froboess op het bloemetjesbehang.

Veel ouders in modale Nederlandse huisgezinnen kochten de boekjes om hun kinderen niet rechtstreeks te hoeven voorlichten. Geluk was misschien nog heel gewoon, maar vrijen en alles wat daarmee samenhing niet. Voor de lezer van nu ademen de kanarie-boekjes een sfeer van schuld, angst en dreiging. Niets mocht, veel moest. De samenleving was ook toen al zedelijk in verval. Rock & roll, nozems, jazz, verwilderde jeugd, a-socialen.

“Luister, meisjes, je hebt de laatste tijd ontelbaar dikwijls gehoord en gelezen, dat onze huidige samenleving veel zwakke en rotte plekken vertoont. Het morele peil van ons volk is langzaam maar zeker tot een ontstellende diepte naar beneden gegaan”, schreef dr. Hilde van Holten in kanarie-boekje no. 120 aan 'opgroeiende meisjes'. Van hun beheersing van flirtneigingen hing het af 'of we nog verder wegzinken of ons moeizaam weer oprichten'. Dr. Van Holten heeft zelfs in haar somberste fantasieën niet kunnen voorzien dat ruim dertig jaar later in Groningen niemand meer met de ogen knipperde bij het zien van alles wat zij niet eens kón verbieden omdat vrijwel niemand wist wat het was. Sadomasochisme? Fistfucking? Wurgsex? Nee, dat bestond nog niet in de kanarie-boekjes. Het waren bouwstenen van een morele wordingsgeschiedenis, verwordingsgeschiedenis volgens de nieuwe deugdzamen, die loopt van Stijfkopje naar Madonna.

Toen ik ze zag in een oude kartonnen doos op een vlooienmarkt met veel geheelde waar, was ik minutenlang van de wereld. Ik róók de vergane moraal van mijn oudere broers en zusters, op het breukvlak van de na-oorlogse generatie. Ik was er net aan ontsnapt. De ruige Stones stonden op doorbreken, maar de keurige Blue Diamonds heersten nog. Daar lagen ze. Gestroomlijnd leven voor de jongen in de rijpingsjaren. Over verlieven en verloven. Zo moeten ouders met kinderen omgaan. Gestroomlijnd leven voor het meisje in de rijpingsjaren. Wat opgroeiende jongens moeten weten.

Ik zag ze. Meisjes met pettycoats, suikerspinkapsels en punt-bh's. Jongens met nylon-overhemden, bordeelsluipers en brillantine-haar. Met hen is een moraal verdwenen die zelfs Hirsch Ballin niet meer terug zal willen in zijn Nieuwe Deugdzaamheid. Wat moesten opgroeiende jongens in hun pubertijd weten? Tot de helft van het boekje vrijwel letterlijk hetzelfde als opgroeiende meisjes. En dat was bovenal: seks mag niet. Het was 'uitgesloten' dat je op die leeftijd de huwelijkse 'harmonie van geestelijk en lichamelijk begeren' kon bereiken. Daarna scheidden zich de wegen. Waar meisjes het jongens niet al te moeilijk mochten maken met uitdagend gedrag ('je doet ze zelfs onrecht, omdat je ze een verkeerd idee bijbrengt van wat in wezen een vrouw is') werd jongens voorgehouden dat ze ook niet in eenzaamheid toe mochten geven aan hun geslachtsdrift. Masturberen paste niet bij 'de eerbied voor het leven' en werd al gauw een schadelijke gewoonte.

Tot opluchting van toen levende jongetjes werden de gevaren van ruggemergtering en zwakzinnigheid onwaar genoemd, maar daar stonden heel andere gevaren tegenover. Wie al lange tijd voor zijn huwelijk aan zelfbevrediging deed, liep de kans zichzelf 'min of meer ongeschikt' te maken voor 'de normale seksuele omgang in het huwelijk'. Deze dreiging werd nog eens in andere woorden herhaald door dr. Hilde van Holten, die zich voor de jongens heel verstandig dr. H. van Holten noemde.

“Weet je goed wat dat wil zeggen, jongens? Dat je hetgeen tot het mooiste en heiligste in een mensenleven kan behoren, de scheppingsdaad, voor jezelf uitsluit, omdat je wellicht niet meer in staat zult zijn, deze daad in haar ware diepte en zuiverheid te doorleven?”

Ik moet deze passage vroeger ook gelezen hebben, want ik snuffelde wel eens in die kleine gele boekjes uit het tomadorekje op zoek naar licht in de pre-puberale duisternis. Ik heb er geloof ik niets aan over gehouden, maar als ik dr. Van Holten was en nog leefde, zou ik niet graag nadenken over de mogelijke effecten van mijn kanarie-boekjes. Wat opvalt in haar en andere kanarie-boekjes is het onwrikbare karakter van de seksuele en morele adviezen. Wat denk je er zelf van? was nog geen vraag die deskundigen graag stelden. Terughoudendheid bij het uitspreken van morele oordelen was nog zeldzaam. Opvoeders stonden nog niet verstijfd van tolerantie en verlamd van twijfel tegenover de dagelijkse vragen rond goed en kwaad.

“Nooit mag u een beloning in het uitzicht stellen, want dit kan eerzucht ten gevolge hebben. Eerzucht is de ziekelijke ontaarding van het eergevoel,” schreef G. Crama vastberaden in Zo moeten ouders met kinderen omgaan. “De gelukkigste huwelijken en de beste verlovingen zijn die, waarin de man de moeilijkheden oplost, die zich buiten het gezin voordoen, en waarin de vrouw de lakens uitdeelt in het gezin”, stelde P. J. J. Mounier even overtuigd vast in Gestroomlijnd leven voor de verloving.

Ik las de vijftig aangekochte kanarie-boekjes op een regenachtige dag en stopte er pas mee toen ik diep in de nacht het laatste deeltje over rondkomen met een klein salaris uit had. Daarin werden mannen gewezen op de gevaren van werkende echtgenotes. Het begon met hulp bij het afwassen, maar voor je het wist maakte jij het eten klaar en was zij degene die thuis kwam van het werk en in een stoel neerplofte. Echtscheiding, daar liep het meestal op uit. Een jongedame deed er verkeerd aan te trachten haar partner te overtroeven. Tegenover goede vrienden mocht je 'gerust eens zeggen' wat je hinderde, 'maar niet op een klaagtoon'.

Ouders van studerende meisjes moesten niet 'in hun kortzichtigheid en misplaatste trots' vergeten dat meisjes ook andere verlangens hadden dan naar kennis en wetenschap, te weten 'een goed kameraad voor haar man en een zorgzame moeder voor haar kinderen' te zijn. Het was fout om kinderen tijdens de vakanties 'te veel naar de bioscopen' te sturen. Vaders mochten ook in het bijzijn van hun kinderen niet vloeken als zij zich met een hamer op de duim sloegen. Het geven van 'een pak slaag' aan lastige kinderen, wat 'veel ouders' deden, was 'begrijpelijk, maar toch verkeerd'. Een voetbalclub of een speeltuin 'onder bekwaam toezicht' kon wonderen doen. Alleen bij 'vandalisme' was 'een lichamelijke straf, in de vorm van een pak voor de broek' op zijn plaats.

En zo ging het maar door in die kleine gele boekjes. De bonte stoet aan gedateerde adviezen trok nog dagenlang door mijn hoofd. Van de grote romans zegt men wel eens dat na lezing ervan de wereld er geheel anders uitziet. Voor mij waren de kanarie-boekjes dan de hoofdstukken van een hele grote roman, want nu, weken later, kan ik nog geen krant lezen of een televisieprogramma zien zonder het filter van de kanarie-moraal. Dat filter laat vrijwel niets door van wat nu gangbaar en gerespecteerd is. Nagenoeg elke zin en nagenoeg elk beeld in welk programma dan ook, zou in de jaren vijftig op de kanarie-moraal gestuit zijn.

Sommigen vinden dat mensen nu en vroeger, hier en elders eigenlijk allemaal hetzelfde zijn. Ze lachen en lachten net zo, ze waren ook bang om dood te gaan, ze zochten ook naar liefde. Dat is natuurlijk waar, maar hoe ze dat deden en wat ze daarbij voelden, is zo sterk veranderd dat het heel andere mensen zijn geworden. De jaren vijftig behoren al tot de morele prehistorie.

Of dat verdwijnen van benauwende geboden en verboden goed is voor de kunst, weet ik nog niet. Neem Bataille. Hij zal in zijn jeugd heel veel slechts hebben gedaan in zijn eentje. Onanie ging volgens de kanarie-moraal toen gepaard 'met allerlei ongezonde fantasieën' die tenslotte zo de overhand kregen 'dat normale bevrediging van de geslachtsdrift nauwelijks of in het geheel niet mogelijk is'. Door zo'n moraal en nog ergere dreigingen is Bataille groot geworden. In de postmoderne voorstelling over zijn werk zag ik gesubsidieerde kunstenaars op bejubelde wijze seksuele perversie uitbeelden. De publieke moraal keek glimlachend toe. Ging men daar niet al te taboeloos geheel aan Bataille voorbij? Geweld, dood en seks hebben met elkaar te maken, dat hoor je mij niet ontkennen, maar moet dat allemaal, als ware het hoge kunst, live uitgebeeld worden op het podium van Sinterklaas in mijn Groningen? Die twijfel had ik destijds en die heb ik nog steeds. Volgens mij is met het verdwijnen van pijnlijke verboden en geboden tevens de angel getrokken uit kunst die zedelijk trachtte te schokken. Wat overblijft is een decadent vertoon van wat we allemaal durven.

Het kan zijn dat de kanarie-moraal me nog een beetje in haar greep heeft, want wat jong in je gepompt wordt, krijg je er later moeilijk uit. Ik weet het niet. Verontwaardiging voelde ik niet in Groningen. Verontwaardiging heb ik nooit gevoeld bij seksuele openheid die een beetje pijn aan je ogen doet. Ik mag zelf graag gedetailleerd en plastisch over seks schrijven, en over nog veel meer. Nee, in plaats van verontwaardiging voelde ik teleurstelling die dicht bij cynisme ligt. Het had zo mooi kunnen worden met al die vrijheid en is dit het nou?

Over de voorstelling van Bataille twijfel ik nog (een voorstelling die duurzaam twijfel zaait is in ieder geval geen slechte voorstelling) maar bij een krantefoto van een met condooms bezaaid picknickplekje in het Kralingse bos is die twijfel veel groter. Is dit het nou? Volgens een recent ingezonden stuk in de Volkskrant word je op homo-ontmoetingsplaatsen 's avonds door talrijke handen gewenkt zodra je in het zicht komt, terwijl de andere handen al druk aan het voorwerken zijn. “Alsof ik door een spookhuis wordt geloodst, schieten uit struiken en bosjes de geile geesten op: oud, verschrompeld, hangbuik en direct benaderbaar, want ze zitten al aan hun lange slungel”. Als ik dat lees, wordt het mij teveel. Hetzelfde voel ik bij het lezen van 'hete' strandfeestreportages - met foto's van 'strandjoekels' - in de Nieuwe Revu en bij de hedendaagse visualisering van geweld in films. Ik ben een keer de bioscoop uitgelopen toen er langzaam een meterlange drilboor op een naakte, argeloos masturberende vrouw afkwam. Als het echt gebeurd is, zoals in Bosnië en Rwanda, dan moet het misschien (nou ja, een rottend kinderlijkje aan de kant van de weg? Drie mannekoppen in een kistje?) getoond worden, maar in de vorm van filmisch vermaak heb ik er iets tegen.

Wat betekent dit? Dat ik diep in mijn hart nog een lief, onschuldig, moralistisch jongetje ben, denk ik, dat met kloppend hart op Sinterklaas wacht. Ik ben nog van voor het einde van de geschiedenis en stam nog uit de tijd van de ideologieën. Ik geloof dat ik vind dat vrijheid misbruikt kan worden. Ook seksuele vrijheid. Ook artistieke vrijheid. Ook journalistieke vrijheid. Vandaar dat ik nu Der Untergang des Abendlandes van Spengler aan het lezen ben. Een mooi erudiet boek uit de jaren twintig dat zijn tijd ver vooruit was - of de kunst en de moraal waren toen ook al niet meer wat ze geweest zijn.

Overigens zou dit stuk dertig jaar geleden op de censuur van de kanarie-moraal gestrand zijn. Als ik dat bedenk, hou ik weer erg van onze tijd en kan het me niet decadent genoeg toegaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden