Ze komen steeds dichterbij

De economie groeit. De natuur bloeit. In Polen blijken deze twee trends goed samen te gaan. De mens stort asfalt en beton. En beren, wolven, elanden en adelaars rukken op.

Het was even schrikken afgelopen week. Een beer uit de Karpaten had een paddestoelenzoeker om het leven gebracht. Althans dat was de eerste versie van het nieuws. Achteraf bleek het om een 'gewone' moord te gaan. De nieuwsgierige beer had het slachtoffer een paar keer omgedraaid en met zijn klauwen sporen achtergelaten. Vervolgens joeg hij een paar reddingswerkers weg die te dicht in zijn buurt kwamen.

De Karpaten-beren haalden een maand eerder het nieuws, door 's avonds doodgemoedereerd door de straten van Zakopane te wandelen, het wintersportoord bij nationaal park Tatra. Bewakingscamera's toonden een moeder met drie jongen die rondscharrelden tussen de huizen, op zoek naar voedsel. Sindsdien zijn de straten er 's avonds uitgestorven.

Ogenschijnlijk is de oprukkende natuur een paradox. Polen beleeft een periode van economische bloei. De afgelopen zeven jaar is het bruto binnenlands product met 20 procent gestegen. Er wordt naarstig beton gestort en asfalt gewalst, met dank aan de Europese miljardensubsidies. Wegen worden breder en drukker. Steden dijen uit ten koste van de natuur. In de hoofdstad Warschau zijn het weliswaar geen beren die 's nachts over straat gaan, maar ook een aanrijding met een eland of een everzwijn kan verkeerd aflopen.

"We hebben dit jaar al driehonderd everzwijnen uit Warschau naar elders overgebracht en er tachtig afgeschoten", zegt Bartek Popczyk op het hoofdkantoor van de Poolse jagersbond. "Dertig elanden zijn in Warschau onder de auto gekomen of teruggebracht naar het Kampinowski-woud, buiten de stad."

Toch is er volgens hem geen sprake van conflict tussen mens en natuur. "We ontwikkelen ons binnen de bestaande kaders." Hij wijst op een kaart de grote stedelijke centra aan: Warschau, Krakau, Silezië, Wroc¿aw, Gda¿sk. Daarbuiten rukt de natuur op. Beren, wolven, lynxen, elanden, herten, reeën, bevers, dassen, everzwijnen, om de grootste maar te noemen. Popczyk laat de ene statistiek na de andere zien met een stijgende lijn. De jagers kunnen er bijna niet tegenop schieten. Alleen de wisent - de Europese bizon - blijft gelijk in aantal. "Die zit al in alle gebieden die zich ervoor lenen." Alleen bij hoge uitzondering wordt het aantal wisenten gereduceerd.

Polen heeft een uniek jachtsysteem. Iedere Pool kan lid worden van een revier, dat verantwoordelijk is voor het wild in zijn gebied. Jagers hebben geen toestemming van landeigenaars nodig. Al het land dat niet is omheind, is toegankelijk voor de jacht. Daar staat tegenover dat de jagers schade moeten vergoeden die het wild aanricht. "Dat loopt behoorlijk in de papieren, nu de prijzen voor landbouwgewassen zijn gestegen."

En niet alleen gewassen, want wolven eten geen maïs of aardappelen. "Volgens ecologen hebben we in Polen nog altijd zes à zevenhonderd wolven", zegt Popczyk met een meewarige glimlach, "maar mensen van de praktijk weten wel beter." Zoals boer Jarek. Onlangs werd een van zijn kalveren aangevallen. De kudde verdedigde het jong, maar de schrik zit er goed in. Jarek jaagt zelf ook en volgens hem is er maar een oplossing: "afschieten". Alleen dat mag niet, want de wolf is sinds 1997 een strikt beschermde diersoort.

Jarek was een van de eersten in het dorp die de wolven zag. "Ik reed 's avonds het bos in. Mijn koplampen schenen ver onder de bomen door. En opeens zag ik twee dieren. Mijn eerste gedachte was: malamoets. Maar in de wijde omtrek heeft niemand dat soort honden. En bovendien laat je die toch niet 's nachts door het bos zwerven?"

Het dorp reageerde sceptisch: "Heb je Roodkapje ook gezien?" Maar ondertussen is iedereen het lachen wel vergaan. De wolven zijn nu officieel erkend. Op het mededelingenbord legt de gemeente uit wat te doen om vee tegen de roofdieren te beschermen.

Ooit lag het dorp aan de rand van een bos dat ongeveer zo groot is als een kwart van de Veluwe. Over een paar jaar zullen de huizen omringd zijn door bomen. Kleine boeren houden ermee op. Voormalige akkers veranderen in bos. Zeker op de arme zandgronden van Mazurië, een regio in het noordoosten van Polen. Als de Europese Unie geen subsidie per hectare zou betalen, zou het dichtgroeien nog sneller gaan, weten ze bij de jagersbond. Na de oorlog was nog geen 21 procent van Polen bos. Nu is het 30 procent en dat percentage groeit traag maar gestaag.

En met het bos groeit de natuur. De Poolse elanden werd in de Tweede Wereldoorlog bijna allemaal opgegeten. Tegenwoordig migreren ze door heel Noordoost-Polen. Wolven kwamen alleen nog in het uiterste zuidoosten voor. Nu zwerven ze door het hele land. Op dassen wordt weer geschoten en vossen vallen bij bosjes tegelijk.

undefined

Weggaan als het kan

Ook de beren zijn in opmars. In de Tatra zitten te veel toeristen, maar verder naar het oosten groeit het berenbestand. Begin jaren zeventig waren er nog twintig beren in de zuidoostelijke provicie Podkarpacie, teruggetrokken in het onherbergzame Bieszczaden-gebergte. Nu zijn het er ongeveer 130 en is hun leefgebied uitgedijd naar het noorden en westen.

De natuur krijgt ook meer ruimte doordat mensen wegtrekken. Twee miljoen Polen wonen en werken in het buitenland. In Polen zelf trekken mensen naar de steden, op zoek naar werk. De helft van het bbp wordt verdiend in vier van de zestien provincies. Vooral de provincies in het noord- en zuidoosten, precies daar waar beer, wolf en wisent gedijen, zijn de demografische verliezers.

"Het platteland ontvolkt", waarschuwde de voorzitter van de Poolse bisschoppen twee jaar geleden. De kerk houdt haar eigen statistieken bij en deze zijn nog verontrustender dan die van de staat. In sommige gebieden in Mazurië is volgens de kerk sinds de toetreding tot de Europese Unie, een derde van de mensen verdwenen. Meer dieren en minder mensen. Een correlatie die vraagt om wetenschappelijk onderzoek. "Niemand heeft het nog onderzocht", weet Popczyk van de jagersbond.

Boer Jarek heeft geen wetenschappelijk onderzoek nodig. "Mensen die weg kunnen, gaan weg. Vooral jonge vrouwen willen naar de stad. Mensen die blijven hebben geen keuze. Hier houden ze een moestuin en overleven van weinig geld. Als ze hun huis verkopen, hebben ze niet genoeg om in de stad te beginnen." Het dorpswinkeltje is nog open, maar eigenaar Andrzej ziet de toekomst somber in: "Binnen vijf jaar kan ik de zaak ook wel sluiten."

Minder mensen, meer natuur. Ooievaars zijn sinds mensenheugenis deel van de dorpsfauna. Maar sinds een paar jaar zijn ze niet meer de grootste gevleugelden. Kraanvogels die altijd diep verscholen in moerasbos leefden, worden regelmatig in kleine groepjes gesignaleerd. Hun luide, onheilspellende roep klinkt steeds dichterbij.

Sinds kort is ook de kraanvogel niet meer de grootste. De koning van het dierenrijk heeft zijn opwachting gemaakt. "Toen ik er voor het eerst een zag zitten, dacht ik dat het een hond was. Zo van opzij", zegt boer Jarek. "Maar opeens ontvouwde hij zijn vleugels." Geen wolf dit keer, maar een adelaar. Er zijn nu drie nesten niet ver van het dorp. Terwijl Jarek het vertelt, verschijnt er een stip boven het bos die groter wordt bij elke cirkel.

Boer Jarek blijft. Dit jaar heeft hij de akkers omgeploegd en ingezaaid van een buurman die ermee stopte. Andere afzwaaiende landbouwers planten bos. "Dat we straks helemaal in het bos wonen, vind ik niet erg", zegt hij. "Alleen die wolven, hè?"

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden