Ze hebben pappa meegenomen

Anthony Marra's indrukwekkende debuutroman geeft de slachtoffers van de oorlog in Tsjetsjenië hun verhaal terug

"Op de ochtend nadat mannen van het federale leger haar huis hadden platgebrand en haar vader meegenomen, ontwaakte Havaa uit een droom over zeeanemonen." Met die beginzin trekt de Amerikaanse debutant Anthony Marra je meteen zijn indrukwekkende roman over de oorlogen in Tsjetsjenië binnen. Wonderbaarlijk genoeg lukt het hem de aandacht gedurende de volle lengte van zijn vreselijke, maar tedere oorlogsvertelling vast te houden.

Tsjetsjenië is een ongebruikelijk decor voor een Amerikaanse debuutroman, maar Anthony Marra heeft een tijdlang in Moskou gestudeerd, waar oorlogsveteranen met geamputeerde benen hem aan de verwoestende werking van deze oorlog te herinnerden. De schrijver heeft zich bovendien uitgebreid gedocumenteerd. Een belangrijke inspiratiebron was 'A Small Corner of Hell: Dispatches from Chechnya' van Anna Politkovskaja, de Russische journaliste die vanwege haar kritische reportages over Tsjetsjenië in 2006 werd vermoord. Verder las Marra de oorlogsmemoires van de Tsjetsjeense chirurg Chassan Baiev, 'De engel van Grozny' van ¿sne Seierstad en Tolstojs Kaukasus-roman 'Hadji Murat'. Toch leidde al die documentatie niet tot een opdreunen van weetjes. Marra bewerkte het materiaal tot een realistische oorlogsgeschiedenis, in een opvallend poëtische toonzetting.

De roman speelt zich af gedurende vijf dagen in de winter van 2004; het verhaal begint met de deportatie van Havaa's vader Dokka en eindigt met de arrestatie van buurman Achmed, die de achtjarige Havaa onder zijn hoede had genomen. Ondertussen opent de schrijver voortdurend deuren naar het verleden: steeds switcht hij van 2004 naar 1996.

De hoofdpersonen, de drie vrienden Dokka, Achmed en Ramzan, komen uit het dorp Eldár. In aandoenlijk scènes schetst Marra hoe ze vroeger samen aten, praatten, schaakten.

Maar de oorlog heeft hen veranderd. Ramzan is voor de veiligheidsdienst gaan werken na een gruwelijke nacht op 'de Stortplaats' - een geïmproviseerde gevangenis in een afvalkuil. Dokka is op diezelfde Stortplaats al zijn vingers kwijtgeraakt. En Achmed is tijdens de angstige nacht waarop Dokka niet thuiskwam in bed gedoken met diens vrouw. En dan is er nog Sonja, een etnische Russin die in 1996 haar doktersopleiding in Londen heeft afgebroken om in Tsjetsjenië haar verdwenen zus Natasja te zoeken. Eenmaal ter plekke wordt ze prompt ingezet als hoofdchirurg in Ziekenhuis no. 6 in Voltsjansk: "Ze hoorde haar naam roepen als was zij de vermiste zuster, door hun onsamenhangende geprevel teruggeroepen naar deze plek waar ze ledematen amputeerde en bloedingen stelpte, waar haar ervaring zo nodig was en zo ontoereikend dat ze in de ogen van haar patiënten de laatste levensprofeet was die over hun ziekenhuisbed hing en tot wie ze hun smeekbeden, dankbetuigingen en gebeden richtten." Het is bij Sonja dat Achmed een onderduikadres vindt voor Havaa, die door de regeringstroepen wordt gezocht.

Een fascinerend personage is verder dorpsgenoot Hassan, die zijn leven heeft gewijd aan het schrijven van een geschiedenis van het Tsjetsjeense volk, een boek dat om wisselende redenen altijd door de censuur is afgewezen. Via dat boek smokkelt Marra de grote geschiedenis in zijn roman binnen: de Tsjetsjeense bevolking werd in 1944 door Stalin naar Kazachstan gedeporteerd 'wegens revolte' en mocht pas in 1956, onder Chroesjtsjov, naar huis terugkeren.

Marra lijkt niet bang zijn lezers te confronteren met de gruwel van de oorlog, met de klop op de deur, de amputaties, de Stortplaats en de martelingen. Toch zwelgt hij niet in het geweld, hij doseert en houdt maat. Bovendien slaagt hij er prachtig in te laten zien hoe de gruwelen en het verdriet gesublimeerd worden. Zo laat hij Achmed portretten tekenen: "Twee jaar tevoren, na de verdwijning van eenenveertig dorpelingen, had Achmed hun eenenveertig portretten op eenenveertig triplex platen getekend, die waterafstotend gemaakt en ze door het hele dorp opgehangen." Ook de achtjarige Havaa sublimeert haar verdriet op een ingenieuze manier. In de koffer, die ze van haar vader moest pakken 'voor het geval dat', heeft ze geen kleren gestopt, maar 'haar souvenirs'. Het zijn spulletjes die ze heeft gekregen van de talloze vluchtelingen die in het huis van haar vader hebben gelogeerd. De uitstalling van die spullen aan het einde van het boek geeft Marra overigens de kans om de oorlogsvluchtelingen hun eigen verhaal terug te geven.

Gelukkig is 'Een stelsel van elementaire levensvoorwaarden' niet alleen maar tragisch van toon, dan had het verhaal vast onwaarschijnlijker geklonken. Marra bedient zich overvloedig van zwarte humor. Als Achmed door Sonja onder vuur gehouden wordt omdat ze hem niet vertrouwt staat er: "Hij wilde niet sterven voor een publiek van gestolen ijskasten." En Marra's introductie van verpleegster Maali getuigt van echte galgehumor: "Maali, die ziekte en verwondingen behandelde als waren het grappen die een schaterlachende God had uitgehaald, en die voor elke kuch, kou op de borst, zweer en ooginfectie waarvoor ongelukkigerwijs om haar advies werd gevraagd een amputatie voorstelde."

Je kunt je moeilijk voorstellen dat een boek over zoveel geweld ook een glimp van hoop zou kunnen bevatten, maar Marra weet dat toch te bereiken, onder meer door een alwetende verteller op te voeren die in de toekomst kan kijken en ons kan vertellen dat Havaa's verdere leven voorspoedig zal verlopen. Zelfs de zin waarmee het boek eindigt, op het moment dat Dokka op de Stortplaats verneemt dat zijn dochter veilig is, bevat een soort hoop. "Wat ze zich allemaal herinnerden was dat de man zonder vingers zijn gezicht ophief en lachte, een geluid dat ze in vele dagen niet hadden gehoord, en zijn wangen waren nat terwijl hij een naam brulde - Havaa Havaa Havaa - en degenen die hiervan getuige waren zouden zich herinneren hoe hier, in kuil B, een man die zijn vrijheid had verloren, zijn vingers en binnenkort zijn leven zou verliezen in die naam een onmetelijke duizelingwekkende vreugde had gevonden."

Anthony Marra: Een stelsel van elementaire levensvoorwaarden. ( A Constellation of Vital Phenomena) Vertaald door Hien Montijn. De Bezige Bij, Antwerpen; 382 blz. euro 22,50

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden