Ze hebben de ernst van de situatie niet door

Gerrit van den Heuvel (54) is districtsbestuurder van de industrie- en voedingsbond CNV in Hoofddorp. Eén van de bedrijven die hij in portefeuille heeft is Fokker. Hij is somber over de overlevingskansen van de oudste vliegtuigfabriek ter wereld.

Meestal word ik om zeven uur wakker met het nieuws. Ik heb ook een radio in de badkamer, dus ik kan blijven luisteren. Ik ontbijt, lees de krant, en laat de hond een kwartiertje uit. Om half negen stap ik in de auto. Vroeger, toen het CNV-kantoor nog hier in Amstelveen zat, pakte ik op een mooie dag de fiets. Maar dat was toch lastig, want als ik plotseling naar een bedrijf moest, had ik geen auto.

Het gebeurt niet vaak dat ik de hele dag op kantoor zit. We werken met acht districtsbestuurders en vier secretaresses. Als één van ons één of twee dagen op kantoor zit, krijgt-ie te horen: heb je niks te doen? We zijn vrijwel elke dag op pad, naar de fabrieken en bedrijven, praten met de mensen daar, de kaderleden, de directie. Soms onverwacht, maar meestal gepland. Je kent al van een heel jaar je vergaderingen. Bij Fokker bijvoorbeeld weet ik nu al tot het eind van het jaar alle bijeenkomsten waar ik bij moet zijn. Ik hoop niet dat het voor niks is geweest.

Altijd heb ik deze Greenpoint-telefoon bij me. Met een semafoon erin. Dat is gemakkelijk. Bij een gewone zaktelefoon loop je het risico dat je midden in een vergadering met de directie van een of ander bedrijf gebeld wordt. Kun je niks terugzeggen. Met deze telefoon kan ik opgepiept worden, en dan beslis ik zelf wanneer ik terugbel. Ik ben altijd bereikbaar.

Ik doe dit werk nu achttien jaar. Daarvoor heb ik bij Stork en Werkspoor gewerkt. Ik ken de praktijk dus, en dat is een voordeel. Tegenwoordig zie je van die vakbondsbestuurders, die komen rechtstreeks van de academie, die schrijven dan allerlei notities en beweren dat werknemers alleen maar korter willen werken en meer loon willen. Dat is lang niet altijd waar. Ik denk dan wel eens: je zou zelf eens in zo'n bedrijf moeten werken, dan weet je hoe de mensen denken.

Het leukste vind ik als ik iets concreets kan bereiken in een individueel geval. Is er iemand ontslagen, kun je dat ongedaan maken, of er tenminste een goeie regeling uitslepen. Er zijn af en toe gevallen waarvan je denkt: tja, wat jij hebt uitgevreten, ik kan me eigenlijk wel voorstellen dat ze van je af willen en dat ze je geen schadeloosstelling geven. Maar ook dan probeer je er wat uit te halen. Je vraagt aan de werkgever: ontsla 'm nou niet op staande voet, maar laat 'm zelf ontslag nemen. Dat scheelt bij volgende sollicitaties. Als zoiets lukt, ja, dan heb ik daar wel voldoening van.

Het minst onaangename vind ik als er ruzie uitbreekt. Dat komt heel zelden voor, eigenlijk nooit. Maar het dreigt wel eens, en dat vind ik al niet leuk. Ik zeg dan tegen zo'n werkgever: we kunnen naar de kantonrechter stappen, maar misschien neemt die een beslissing waar niemand wijzer van wordt. Laten we er zelf proberen uit te komen. Dat werkt bijna altijd. De meeste werkgevers zijn blij als we onderling iets kunnen regelen.

De laatste week staat vrijwel helemaal in het teken van Fokker. M'n collega's nemen de rest van het werk over. Er zijn mensen bij Fokker, en niet alleen op het laagste niveau, die denken: het zal wel niet zo'n vaart lopen, de vorige keren is het toch ook goed gegaan. Maar ze hebben de ernst van de situatie niet door. Het is echt ernstig.

In die verhalen over blufpoker geloof ik niet. Ik kan me wel voorstellen dat minister Wijers redeneert: Dasa probeert me onder druk te zetten, ik laat het achterste van m'n tong niet zien. Maar misschien is het wel waar wat ze zeggen. Duitsers bluffen niet, die spelen open kaart. Daimler Benz, het moederconcern van Dasa, speelt geen spelletjes, is zijn beloftes nog altijd nagekomen.

Deze regering heeft geen industriepolitiek, de bedrijven moeten het zelf redden. In Den Haag zijn ze bang dat ze over een tijdje voor een parlementaire enquêtecommissie zitten en uit moeten leggen waarom ze al dat geld hebben gegeven. Het RSV-drama speelt nog steeds. Maar het is kortzichtig, ze krijgen er later spijt van. Wijers wil nu alleen die achthonderd miljoen aan ontwikkelingskrediet kwijtschelden. Dat is niet genoeg. Als Fokker failliet gaat, is hij dat geld ook kwijt. En als al die mensen met een WW-uitkering thuiszitten, kost dat ook honderden miljoenen.

Fokker is de oudste vliegtuigfabriek ter wereld. Als het bedrijf dichtgaat, heeft Nederland geen vliegtuigindustrie meer. En we hebben al nauwelijks scheepsbouw meer. Je kunt zeggen: Nederland moet zich richten op de dienstensector, het toerisme, het vervoer, we zijn te klein voor een grote industrie. Maar in andere, vergelijkbare landen is die er wel.

Als dit in Frankrijk zou spelen, en de regering daar zou geen geld geven, dan zou de revolutie uitbreken. In dat land krijgt de vliegtuigindustrie subsidie, andere landen plaatsen grote orders. Er is geen vliegtuigbedrijf ter wereld dat het zonder overheidssteun doet. Fokker is uit het dal geklommen, de produktiviteit is enorm toegenomen, ze kunnen het werk niet aan. Van Schaik, de voorzitter van de raad van bestuur, heeft het treffend gezegd: Fokker is in het zicht van de haven. Hij is een correcte man. Maar ik vraag me af of hij niet wat harder moet zijn. Hij praat veel met iedereen over welke kant het op moet. Maar Swarttouw zei altijd, in de tijd dat er meer mensen werkten dan nu: er zijn bij Fokker 10 000 man en dus 10 000 meningen. Ook in de top is er verdeeldheid. Misschien had Van Schaik wat krachtdadiger moeten zijn.

Het erge is dat er helemaal geen geld meer is voor een fatsoenlijke regeling, een outplacement, om iets aan het pensioen te doen. Mensen die steeds de dans hebben kunnen ontspringen en nog bij Fokker werken, zouden wel eens spijt kunnen krijgen en denken: waarom was ik er bij de ontslagrondes niet bij? Toen was er nog geld voor een goede regeling. Als Fokker nu failliet gaat, is er helemaal niks.

Slapeloze nachten heb ik er nog niet van gehad. Nee, dat is geen onverschilligheid. Als iemand mij vertelt dat-ie een nacht niet heeft geslapen, zeg ik: en? heeft het geholpen? Ik ga er vanuit dat ik in m'n eentje de dingen niet kan veranderen. Ja, als het bedrijf dichtgaat, dan kan ik me wel voorstellen dat ik slapeloze nachten krijg van alle ellende. Mensen hier uit de buurt, die gedwongen hebben moeten verhuizen naar Hoogeveen om daar in de vestiging te gaan werken, je moet er toch niet aan denken als die ook nog eens ontslagen worden.

U merkt het, de telefoon gaat voortdurend. Dat is ook in andere weken zo. Mensen weten dat ik 's avonds laat goed bereikbaar ben. Tot een uur of half een, een uur zijn we wel op. Ik neem ook ruim de tijd voor die telefoontjes. Ik hou er niet van om te zeggen dat het ongelegen komt. Ik ben door de bond aangenomen om bereikbaar te zijn. Ja, als iemand rond etenstijd belt met iets dat wel een paar dagen kan wachten, dan zeg ik er wel wat van.

Ik vraag me altijd af: die telefoontjes, is dat nou eigenlijk werk? In feite natuurlijk wel. Als ik ze meetel, kom ik toch zeker aan de zestig uur per week. M'n werk en m'n privéleven zijn behoorlijk verweven. Als ik 's avonds laat thuiskom van een vergadering, dan storm ik niet gelijk m'n bed in. M'n vrouw heeft meestal wel iets op de video opgenomen waarvan ze heeft gedacht dat ik dat wel zou willen zien. En ik kijk altijd onmiddellijk naar teletekst. Ik pak een borreltje en luister naar klassieke muziek. Dat is m'n hobby. Af en toe speel ik wat op het orgel daar, maar eigenlijk mag dat de naam orgelspelen niet hebben.

Vrije tijd en vakanties plannen, dat vind ik moeilijk. Ik kan toch niet midden in een belangrijke vergadering zeggen: jongens, sorry, ik heb een tennisafspraak. Als ik een vakantie vastleg, zul je zien dat er net iets gaat spelen. Dat kun je dan wel overdragen aan een collega, maar ik doe toch liever zelf m'n eigen werk. Ik kijk het aan, en zeg dan op een dag tegen m'n vrouw: kom, laten we de auto en de caravan pakken.

Ik moet zorgen dat ik gewoon blijf doen. Ik werk met een aantal grote concerns, spreek belangrijke mensen. Maar ik vind mijzelf niks meer dan het kaderlid in een bedrijf. Die doet het allemaal ook nog eens in z'n vrije tijd, ik ben er voor vrijgesteld. Ik moet me niks verbeelden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden