'Ze hadden het over 'bruintjes' en het personeel kreeg slaag'

Mieke Melief (1944), oud-docente Frans

MARIJKE LAURENSE

'Er hing altijd zo'n aureool om de familie De Jongh heen: ze waren toch een beetje anders, kosmopolitisch. Ze hadden iets buitenlands, iets zwierigs dat Nederlanders in die tijd niet hadden. Maar hoe dat daar in China allemaal gegaan was, dat wist ik niet.

Anneke de Jongh, die in 1951 met mijn lievelingsoom trouwde, vertelde me erover. Ze was in China opgegroeid. Ze had in het jappenkamp in de Noord-Chinese stad Weihsien gezeten, waar veel geallieerde expats van 1943 tot 1945 geïnterneerd waren. Het was daar heel anders dan in de Indische kampen: ondanks alle ontberingen had ze het er als kind zelfs erg naar haar zin had gehad.

Weihsien was een bijzonder voorbeeld van oecumene en samenwerking. De geïnterneerden moesten het kamp helemaal zelf runnen, een ongelooflijk interessant en superboeiend verhaal, dat nog nergens eerder was vastgelegd.

Tijdens de gesprekken met tante Anneke kwamen er ook brieven en foto's tevoorschijn van haar vader, Frans de Jongh. Hij was als vrijgezel in 1919 vanuit Amsterdam naar China vertrokken, aanvankelijk als boekhouder voor een handelsonderneming in Shanghai en later in Tianjin, in de buurt van Peking.

Zeker in het begin schreef hij uitvoerig naar zijn familie in Nederland. Ook uit de brieven die hij na zijn huwelijk in 1929 samen met zijn vrouw Willy schreef, krijg je een prachtig en uniek beeld van het leven van de expats in China, die in aparte wijken, 'concessies', in verdragssteden als Shanghai en Hongkong woonden. Op hun eilandjes leidden ze daar een heel westers leven, met eigen clubs en kerken. Heel beschermd, terwijl in de rest van China de wereld min of meer verging.

Ze waren ook veel moderner dan hun familie thuis. De kinderen kregen les à la Isadora Duncan, grondlegger van de moderne dans, en ze gingen met het hele gezin naar de paardenraces, iets wat in Europa ondenkbaar was.

Het was wel een andere tijd; het was toen bijvoorbeeld heel normaal om het over 'bruintjes' te hebben en het personeel soms te slaan. Toch was Frans verlicht voor zijn tijd en een racist was hij niet. Hij had bewondering voor de Chinezen om hun intelligentie.

De hoofdmoot van deze familiekroniek is voor mij de innerlijke verscheurdheid van Frans. Hij had als wees een heel barre jeugd achter de rug: geen ouders, geen geld, geen sociaal netwerk. En vervolgens trouwt hij met een vrouw uit een puissant rijke Amsterdamse familie. Hij was als de dood om niet meer voor Willy en hun zes kinderen te kunnen zorgen, en het was voor hem heel moeilijk om in 1947 helemaal berooid uit China terug te komen en zijn rijke schoonvader onder ogen te komen. Dat vond ik heel aangrijpend.

We hebben het boek heel bewust in eigen beheer uitgegeven. Ik ben er wel bij een paar uitgevers mee geweest, maar die wilden dat ik het veel meer zou comprimeren en dat ik veel minder uit de brieven zou citeren, terwijl ik de familie beloofd had de documenten en vaak kleurige afbeeldingen eer aan te doen. Daar kwam bij dat de familie er echt geld aan wilde uitgeven. Mijn neef zei: 'Mieke, we maken er een Rolls-Royce van!'

Ik heb alles zelf gedaan: de eindredactie, de marketing, de presentatie, flyers. En samen met drukkerij Het Boekenschap de vormgeving en een eigen website. Ik heb vijf jaar aan dit boek geschreven en de productie ervan heeft nog een jaar gekost. Toen was het echt hoog tijd dat het verscheen, want tante Anneke is inmiddels zesentachtig. Ze is er helemaal verguld mee dat de herinneringen van haar vader zo voor het nageslacht zijn behouden."

Mieke Melief: Hier in het Oosten alles wel. Een Amsterdamse familie in China Bestellen via de website hierinhetoostenalleswel.nl; 415 blz. euro 29,95

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden