Ze had haar eigen romanheld willen zijn

Haar moorden waren levensecht, net als haar personages. Ze werd er miljonair en barones mee.

Pas toen ze tegen de veertig liep, besloot ze haar meisjesdroom te verwezenlijken en romans te gaan schrijven. "Anders zou ik geëindigd zijn als oude vrouw die haar kinderen en kleinkinderen vertelt dat ze eigenlijk schrijfster had willen worden", zei ze.

Ook al had ze een volledige baan, een echtgenoot die psychisch zwaar beschadigd uit de oorlog was gekomen en twee dochters in de puberteit, twee uur voordat ze 's ochtends naar haar werk moest, zat ze drie jaar lang te schrijven aan haar eerste boek. Ze had gekozen voor misdaadverhalen, want dat genre slaat makkelijk aan, terwijl je er toch alles in kwijt kunt wat mensen drijft. P.D. James werd een van Engelands meest gelauwerde schrijvers. Menig verhaal werd bewerkt voor televisie en film.

In veel van haar achttien boeken staat politieman Adam Dalgliesh centraal, een beschaafd man die ook gedichten had gepubliceerd en in een Jaguar rijdt. Hij werd wel vergeleken met de gentleman-detectives Hercule Poirot van Agatha Christie en Sherlock Holmes van Conan Doyle uit eerdere tijdperken. Maar P.D. James verzette zich daartegen. Haar Dalgliesh was een vakman, maar ook een weduwnaar die verdriet heeft, en geen levenloze oplosser van raadsels zoals Holmes. "Ik heb gewoon de held geschapen over wie ik zelf zou willen lezen: moedig maar niet dwaas, begaan maar niet sentimenteel", zei ze. Als ze zelf een man was geweest, dan had ze graag op Dalgliesh geleken.

Hij krijgt te maken met gruwelijke zaken die ze in detail beschrijft. "Als je plezierige moorden wil, lees dan Agatha Christie", zei ze. "Moord is niet plezierig. Het is iets lelijks en wreeds, en een moord in een afgelegen landhuis temidden van hopen sneeuw, is niet echt." Bovendien vond ze Agatha Christie 'zo'n slechte schrijfster'.

Op school in Cambridge was de jonge Phyllis Dorothy James al heel goed in taal. Ze kreeg Engels van juffrouw Dalgliesh (een naam van Keltische afkomst, uitgesproken als dògliesj), naar wie ze haar held zou vernoemen. Ze had graag door willen leren, maar haar vader, die bij de belastingen werkte, was volgens haar te gierig om een meisje te laten studeren. Op haar zestiende nam ze een kantoorbaantje. Toen ze 21 was, trouwde ze met een student medicijnen. Ze kregen twee dochters, voordat hij in 1944 de Tweede Wereldoorlog in werd gestuurd. Toen hij terugkeerde, was hij psychisch een wrak. Als hij niet in een inrichting zat, dan verzorgde zij hem. Zijn aandoening had volgens de overheid niets te maken met de oorlog, dus hij kreeg geen uitkering. Zij vond een baan op de administratie van de nationale gezondheidszorg en volgde een avondopleiding voor ziekenhuisadministratie. Ze klom op tot de leiding van psychiatrische paviljoens in Londen. Die ervaring verwerkt ze ook in haar boeken. Haar man stierf in 1964 in een roes van alcohol en drugs, mogelijk zelfmoord.

In 1968, nadat ze met succes een ambtelijk examen had gedaan, ging ze werken voor het ministerie van binnenlandse zaken. Ze kreeg er te maken met politiezaken en jeugdcriminaliteit. In de vroege ochtend schreef ze haar romans, waarbij ze rijkelijk putte uit haar beroepservaringen.

Haar boeken werden steeds goed ontvangen, maar de roem kwam pas toen ze zestig was. Ze had voldoende gespaard om acht maanden eerder met pensioen te gaan, al was dat krap. "Dat was mijn situatie op maandag, maar op vrijdag was ik miljonair." Alles dankzij de verkoop van de Amerikaanse boek- en filmrechten van haar nieuwste roman 'Innocent Blood'.

Ze kon nu voltijds schrijven, maar ze bleef maatschappelijk actief. Als lid van besturen van literaire organisaties en van jury's liet ze veel van zich horen. Op televisie werd ze een veelgevraagde Bekende Brit.

Voor de anglicaanse kerk zat ze in de liturgische commissie. "Ik denk dat religieus gevoel lijkt op esthetisch gevoel", zei ze. "Je wordt ermee geboren of niet. Dat wil niet zeggen dat mensen die zonder zijn geboren, minder zijn. Ik kan alleen voor mezelf spreken. Ik heb de zekerheid nodig dat er een weldadige macht bestaat. Daar geloof ik in."

Bij alle eerbetoon en de vele prijzen die ze kreeg, valt vooral haar verheffing in de adelstand op. De Conservatieve regering van John Major kende haar de niet-erfelijke titel barones toe: Baroness of Holland Park, naar de Londense wijk waar ze lang heeft gewoond. Daarmee kreeg ze ook zitting in het Hogerhuis, waar ze zich opwierp als pleitbezorger van de kunsten. Later kreeg collega Ruth Rendell, met wie ze het goed kon vinden, ook een zetel als barones, maar voor Labour.

Phyllis Dorothy James werd geboren op 3 augustus 1920 in Oxford, Engeland. Daar stierf ze op 27 november 2014.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden