Ze gingen voor drie dagen

Komende week is het 60 jaar geleden dat de Slag om Arnhem woedde. Bij de burgerbevolking had de veldslag een ongekende volksverhuizing tot gevolg: de inwoners van Arnhem werden geëvacueerd en bleven vaak maanden van huis. Maar voor dat gevolg van de veldslag is zelden aandacht.

George Marlet

Vanuit hun appartement, vierhoog aan de Beekstraat, hebben Gerrit-Jan en Riet Nieuwenhuis een prachtig uitzicht. Links de Walburg-kerk en de John Frost-brug, rechts de imposante toren van de Eusebius-kerk. ,,Op dinsdag 19 september 1944 zijn we met dertig mensen uit Arnhem gevlucht, richting Driel. Net op het moment dat we de stad uitliepen, viel de Eusebiustoren om. Ik krijg nog de kriebels als ik eraan terugdenk, dat is heel raar.''

Zoals Riet Nieuwenhuis-Hagen (76) denken duizenden inwoners van Arnhem en omgeving terug aan de Slag om Arnhem, komende week zestig jaar geleden. De operatie Market Garden had een spoedig einde van de Tweede Wereldoorlog moeten brengen. Het pakte door onverwachte Duitse weerstand anders uit. De militaire aspecten van de slag komen tijdens de zestigste herdenking ruimschoots aan bod. De ingrijpende gevolgen voor de burgerbevolking blijven op de achtergrond. De angstige dagen in de stad vanaf 17 september, de evacuatie naar onbekende bestemmingen, de soms maandenlange tocht van het ene naar het andere adres, de terugkeer in de verwoeste stad: voor oudere Arnhemmers is het een vanzelfsprekend deel van hun levensverhaal geworden. Ze vinden het eigenlijk niet zoveel bijzonders: iedereen heeft het toch meegemaakt?

Zondagochtend 17 september 1944 bombarderen Britse en Amerikaanse bommenwerpers de binnenstad van Arnhem. ,,We wisten niet wat er gebeurde'', vertelt Piet van Leeuwen, toen 16 jaar. ,,Overal begon het te branden: de schouwburg, de brandweerkazerne, de HBS, de Willemskazerne, de paardenstallen. Er was geen houden meer aan. De paarden kwamen brandend naar buiten. De Duitsers hebben ze doodgeschoten.'' Tijdens de eerste uren komen zo'n 150 inwoners van Arnhem om het leven. Dat aantal zal oplopen tot 188 en nog eens honderd in Oosterbeek. Militairen van de Duitse Waffen-SS steken straat na straat de huizen in brand om de Britse Airbornes op afstand te houden.

Wie een (schuil)kelder heeft, trekt zich daarin terug. Eten wordt uit de keuken meegegrist. Riet Nieuwenhuis: ,,Mijn moeder had voor de zondag konijn gebakken, met stoofpeertjes erbij. Wij hadden een heel klein keldertje, een gat in de grond noemden wij het altijd. Daar hebben we met z'n vieren van eén bord stukken konijn zitten eten.'' Voor de mensen in Arnhem en omgeving is de situatie verwarrend en onduidelijk. Dolle Dinsdag is nog maar twaalf dagen geleden. De verwachte bevrijding van Nederland blijft uit. In Arnhem ontstaat op zondag 17 september een vacuüm. Duitse troepen vluchten, maar de bevrijders laten op zich wachten. Piet van Leeuwen: ,,Om elf uur zagen we duizenden vliegtuigen waar engelen, parachutisten uit sprongen. Toen drong de bedoeling tot ons door. Om twaalf uur was er geen Duitser meer te bekennen. Pas om halfacht 's avonds kwam John Frost met zijn mannen bij de Rijnbrug.'' Het bataljon parachutisten onder leiding van luitenant-kolonel Frost (wiens naam de Rijnbrug sinds 1978 draagt) is de enige eenheid die de brug, cruciaal voor de opmars naar Noord-Nederland, weet te bereiken.

Vanwege de hevige gevechten en aanhoudende branden in de stad besluiten veel Arnhemmers al op maandag en dinsdag om de stad te verlaten. Louise Elout-Meij, toen bijna 5 jaar: ,,Ik zat met mijn ouders en grootouders in de kelder onder ons huis aan de Koningstraat tot de brandweer zei: 'Jullie moeten hier weg, dit is niet meer verantwoord'. Ik kan me -zo jong als ik was- de hele tocht naar de Velperpoort nog herinneren. Ik zat met een oude oom boven op een karretje dat mijn vader en opa hadden getimmerd. Ik keek achterom: alles stond in brand. We reden over het Velperplein, langs Musis Sacrum, de Steenstraat in. Ik zag de katholieke kerk in brand staan en was bang dat de toren zou instorten. Ik dacht: 'Als ik daar maar voorbij ben, dan ben ik veilig'.''

De grote uittocht komt pas een week later op gang, als de Duitsers Arnhem na bloedige gevechten weer in handen hebben. De bewoners krijgen op zondag 24 september het bevel om de stad te verlaten. Uit Arnhem vertrekken 95000 inwoners, uit omliggende plaatsen als Oosterbeek, Heelsum, Renkum en Wageningen nog eens zo'n 50000 mensen. Johannes Holdijk, toen 17 jaar, ziet de evacués voorbij trekken richting Apeldoorn. ,,Alles wat er richting noord ging, kwam bij ons voorbij. Je zag vervelende situaties: evacués die per ongeluk door Britse Spitfires onder vuur werden genomen. Een collega van mijn vader is daarbij om het leven gekomen. Toen dacht je: het hoort erbij, het is oorlog.''

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar naar schatting zijn zo'n tweeduizend mensen als gevolg van de evacuatie gestorven. De oorzaken lopen uiteen: beschietingen en bombardementen door geallieerde vliegtuigen, honger, kou en ziekte. Sommige gezinnen hebben het betrekkelijke geluk om bij familie, bekenden of goedgezinden onderdak te vinden. Louise Elout-Meij: ,,Wij kwamen terecht in Hengelo, Gelderland, bij familie van mijn grootmoeder. Daar zijn we heel goed opgevangen. De mensen in het dorp waren verschrikkelijk aardig voor ons.''

'Rietje' Nieuwenhuis doet er met haar ouders en broer Ben langer over voordat ze een adres vinden waar ze langere tijd kunnen blijven. Van Driel gaat het naar Elst (Gelderland), Valburg, Lienden, Someren om te eindigen bij kennissen in het al bevrijde Eindhoven. Daar bevalt het Riet zo goed dat ze na de bevrijding eigenlijk niet naar Arnhem terug wil. ,,Wij hebben het toch eigenlijk als een avontuur beleefd.''

Voor anderen is de evacuatie uit Arnhem het begin van een maandenlange zwerftocht door Nederland waarbij ze om de paar dagen moeten verkassen. ,,Wat we overhielden, waren de luizen'', is het cynische commentaar van boerengezinnen die evacués in huis hebben gehad. Om aan kleren en schoenen te kunnen komen, worden appels, eieren of een stuk spek gegapt. Dat maakte evacués er niet geliefder op. Ook onderling lopen de spanningen op. Steeds weer je boeltje oppakken, onderweg het risico lopen van beschietingen of gepakt te worden voor de Arbeitseinsatz, met z'n tienen in een piepklein kamertje moeten slapen: na verloop van tijd begint het aan mensen te knagen. Geëvacueerde gezinnen worden vooral opgevangen op de Veluwe, in Friesland (met name langs de Waddenkust) en in Groningen. Het gevleugelde gezegde ,,....en we gingen voor drie dagen'' blijkt een loze kreet. De verwachting dat de evacuatie van korte duur zou zijn, werd ontleend aan de oproep van de 'evacuatiecommissaris' voor Gelderland: ,,Ieder neme slechts het hoognodige mee en wel voornamelijk dekens, eetgerei en mondvoorraad.''

In Arnhem hebben Duitse militairen in de maanden na de slag met toestemming van hun superieuren huizen, winkels en bedrijven systematisch leeggeroofd. ,,Also kurz gesagt: hier ist wirklich alles zu kriegen was mann sich nur danken kann!'', schrijft een Duitse soldaat enthousiast aan zijn familie.

Op 12 april 1945 woedt de 'tweede slag om Arnhem'. Geallieerde eenheden nemen de stad onder vuur in de -onjuiste- veronderstelling dat er nog veel Duitsers zitten. De materiële schade is enorm. Van de ruim 23000 huizen in Arnhem blijken er na de bevrijding welgeteld 145 niet beschadigd te zijn.

VERVOLG OP PAGINA 13

Ze gingen voor drie dagen

VERVOLG VAN PAGINA 11

De konijnen hadden elkaar opgegeten

Bewoners keren terug, om hun huis verwoest of zwaar beschadigd aan te treffen. Staat het huis er nog, dan wacht binnen de ontgoocheling van een geplunderde inboedel en 'overal poep'. Riet Nieuwenhuis: ,,Mijn ouders gingen in mei 1945 terug naar ons huis aan de Haagdoornstraat in zuid. Alle ruiten lagen eruit. Alleen de borden en het bestek waren er nog. De konijnen hadden elkaar opgegeten. Zelf ging ik vanwege de school eind augustus naar Arnhem terug. Als je dan in je straat komt, kun je wel janken.''

De weinige voorwerpen die tijdens de evacuatie mee konden, zijn zestig jaar lang gekoesterd. Riet Nieuwenhuis laat trots een wit zakdoekje zien met 'Holland' erop geborduurd en een rood-wit-blauwe rand. Louise Elout-Meij, toen bijna vijf jaar, heeft in een antiquariaat haar favoriete jeugdboek 'Kom binnen in het huis van El Pintor' teruggevonden. ,,Daar kwam in voor dat je zoveel mogelijk taart, ijs en pudding kon eten. Iedere keer moest ik weer naar die plaatjes kijken.''

De wederopbouw van Arnhem vergt in de jaren na de oorlog alle energie en aandacht. De herinnering aan de evacuatie verdwijnt naar de achtergrond. Pas in 1994 is een bescheiden plaquette aangebracht, op een flatgebouw op de hoek van de Apeldoornseweg en de Jansbuitensingel. Het is bepaald geen bedevaartsoord geworden. Vorig jaar legde Piet van Leeuwen er zelf maar een bloemetje neer omdat het niet in het officiële herdenkingsprogramma was opgenomen. ,,Daar ben ik toen verschrikkelijk kwaad over geworden'', zegt Van Leeuwen. ,,Er zijn in de oorlog duizenden mensen via de Apeldoornseweg de stad uit getrokken. Onderweg zijn kinderen geboren en kinderen gestorven.'' Dit jaar organiseert het Rode Kruis de herdenking van de evacuatie op 24 september. Van Leeuwen verwacht er hooguit 150 man.

Evacués oordelen tamelijk nuchter over hun ervaringen. Louise Elout-Meij: ,,Ik droom er een enkele keer nog over, maar heb er geen trauma aan overgehouden. We hebben de evacuatie allemaal overleefd en weer een bestaan kunnen opbouwen.'' Riet Nieuwenhuis: ,,Het leven ging bij ons gewoon door. En nu zitten we hier; we hebben het overleefd.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden