Review

Ze gaat weer naar het licht

Arno Bohlmeijer: 'Ik moet je iets heel jammers vertellen', Van Goor, 103 p, ¿ 24,90; Roberto Piumini: 'Stralend kruid', vert. Anthonie Kee, Querido, 90 p, ¿ 22,90; beide vanaf 10 jr.

Toch verschillen ze hemelsbreed.

'Stralend kruid' van de Italiaanse auteur Roberto Piumini is een parabel-achtig fantasieverhaal, poëtisch en tijdloos, over de vriendschap tussen een doodzieke adellijke jongen en de schilder die hem helpt zijn laatste levensjaren kleur te geven.

'Ik moet je iets heel jammers vertellen' van Arno Bohlmeijer daarentegen is een eigentijds, autobiografisch verslag van de weken in het ziekenhuis, nadat de schrijver met zijn vrouw en dochtertjes van negen en zes in december 1992 een ernstig auto-ongeluk had.

In dit laatste boek is de negenjarige Rozemarijn de ik-figuur. Zij is er met haar gecompliceerde armbreuk en stukjes glas in haar gezicht nog het minst slecht vanaf gekomen. Mama Marjan ligt in coma en overlijdt na twaalf dagen. Phebe van zes zweeft dagenlang op het randje van de dood en papa Arno heeft dichtgeklapte longen, gebroken ribben en een gebroken been. Rozemarijn ligt met papa en Phebe in het ene ziekenhuis, mama in het andere.

Geleidelijk dringt het besef bij Rozemarijn door dat mama zal sterven. Zes dagen na het ongeluk zegt papa het onverhuld: “Mama kan niet meer beter worden. Ze gaat dood. Ze gaat weer naar de hemel, naar het licht.” En: 'van binnen kun je altijd met mama praten'.

Daarbij spaart Bohlmeijer zichzelf niet. Zo laat hij Rozemarijn zeggen: 'Waarom heb je dan een ongeluk gemaakt?' en denken: 'Ik zou liever met mama alleen wonen dan met met papa.' Troostrijk is de gezamenlijkheid die ontstaat rond het gezin: het samen met vrienden en familie verdriet hebben, elkaar steunen, het waken bij Marjan, de pogingen haar via meditatie te 'bereiken', het voorlezen voor de kinderen, het op de lier spelen, zingen, voeten masseren, de bloemen en kaarsen.

Bohlmeijer beschrijft het verdriet in vele schakeringen, maar ingehouden: zonder woede, wroeging of bitterheid. Het is geen kwestie van puur van zich afschrijven. Hij blíjft schrijver, bewust kiezend voor een sobere stijl: de enige manier waarop zo'n intiem-persoonlijk relaas de particulariteit van een dagboek kan overstijgen en publicabel kan worden. En ondanks de zwaarte van het drama heeft het boek een lichte, milde toon.

Parallel aan dit kinderboek schreef Bohlmeijer voor volwassenen 'Aan een engel die nieuw is'. De titel is ontleend aan een gedichtje van Rozemarijn: 'Heb je wel eens naar de hemel gekeken?/ Misschien als je goed kijkt/ zie je dan een engel die nieuw is -/ dan is dat mijn mama'.

Dit boek is geschreven vanuit zijn eigen perspectief. Voor de lezer verklaart het waarom hij in het kinderboek als zo'n sterke papa overkomt: hij wilde sterk zijn voor de kinderen, met in zijn achterhoofd dat Marjan vlak voor het ongeluk vond dat hij teveel afwezig was voor de kinderen, dat het nu zíín beurt werd om voor hen te gaan zorgen.

Maar door het flink zijn en de aanvaarding heen zie je ook de onmacht van de vader, het klein zijn, de wanhoop.

Uit het boek voor volwassenen spreekt de spiritualiteit veel explicieter. Té expliciet naar mijn smaak, met teveel grote woorden en teveel zekerheid over het onzegbare. In het kinderboek staan die grote woorden niet. Het is bescheidener en in zijn compactheid transparanter: door eenvoudige woorden schijnt dezelfde intentie. Maar het mysterie van de dood mag mysterie blijven.

De wereld schilderen

'Stralend kruid' van Roberto Piumini speelt zich af in het paleis van Ganuan, een Turkse 'burban'. Zijn zoon Madurer heeft een dodelijke allergieziekte en moet binnen blijven. Altijd. Zelfs licht en lucht kan hij alleen gefilterd verdragen. Ganuan laat de beroemde landschapsschilder Sakumat aan het hof komen om Madurers kamers van schilderingen te voorzien, als geschenk voor zijn elfde verjaardag.

Sakumat wil Madurer eerst leren kennen en zijn vertrouwen winnen. Aan de hand van plaatjesboeken vertelt de jongen wat hij mooi vindt. Tenslotte weet Sakumat wat hem te doen staat. Madurer zegt: “Laten we de wereld schilderen zoals ze is. Voor dromen kan ik zelf wel zorgen.”

Sakumat begrijpt het: Madurer zal nooit bergen kunnen zien, bloemen zien ontluiken en vergaan, seizoenen meemaken met sneeuw, regen en wind, de zon zien spelen over de golven van de zee. Dat is dus wat hij gaat schilderen.

Madurer leert de wereld kennen zoals de doodzieke Sofie uit 'Kleine Sofie en Lange Wapper' van Els Pelgrom leert 'wat er in het leven te koop is'. Niet via avonturen, zoals Sofie, maar via beelden. Madurer verzint de avonturen er zelf bij: bij een geitenhoeder, een belegerde stad, een postduif. Madurer mag zeggen wat een stip aan de horizon van de zee is: een eiland? Nee, een kaperschip. En het wordt een kaperschip dat steeds dichterbij komt - omdat Sakumat het elke nacht een beetje groter schildert.

Naarmate Madurer in de loop van de maanden zieker wordt, gaan de beschilderde wanden meer leven. Madurer schildert zelf ook: goudgele aren die hij 'stralend kruid' noemt: 'een soort lichtgevende plant'. Sakumat schildert de verandering der seizoenen, alsof hij de tijd zelf in verf wil vangen. Maar zei hij Madurer in het begin: 'We hebben alle tijd van de wereld', nu is het: 'We hebben alle tijd die ons gegeven wordt'. Als Sakumat het kaperschip weer achter de horizon laat verdwijnen, filosoferen ze over de horizonnen achter de horizon.

Tenslotte voelt de stervende Madurer zich één met het geschilderde bloemenveld, hetgeen onvergetelijk mooie passages oplevert: “Het veld voelt niet wat boven is en beneden. Het voelt de wortels in de aarde niet en de stengels in de lucht ook niet. Het voelt niet wat binnen is en wat buiten. Snap je?”

'Stralend kruid' is prachtig sereen geschreven, in eenzelfde bloemrijke taal, en met eenzelfde poëtische kracht als 'Motu-Iti, het meeuweneiland', waarvoor Piumini vorig jaar een Zilveren Griffel kreeg. Door het isolement waarin Madurer en Sakumat werken, gaat er een weldadige rust van het verhaal uit. Meer nog dan in 'Matthijs en zijn opa' (1993) wordt sterven hier tot levenskunst verheven. Voor Sakumat de ultieme kunst: na Madurers dood schildert hij nooit meer. Het is zijn antwoord op de vraag die 'Stralend kruid' beheerst: die naar de relatie tussen kunst en leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden