'Ze gaan toch dood, denkt de staat zeker'

Opname met een elektronenmicroscoop van amosiet, een bruine asbestsoort.Beeld TNO-AEC

Klaas Jasperse is het eerste asbestslachtoffer dat de staat aanspreekt op nalatigheid. 'Er is door de Nederlandse overheid niks gedaan om ons te beschermen tegen de risico's van asbest.'

Klaas Jasperse (58) zit tegenwoordig hele dagen op de bank. Hoewel het fysiek eigenlijk best redelijk gaat - als hij eenmaal door de hardnekkige slijmhoest na het opstaan is gekomen - komt hij nauwelijks nog onder de mensen. Zijn aangetaste longen zijn kwetsbaar. Een zuchtje wind, contacten met grotere groepen mensen: een longontsteking ligt op de loer.

Dat binnenzitten was, toen hij nog niet ziek was, helemaal niks voor Jasperse. De fabrieksarbeider was een fanatiek wielrenner: iedere week moesten er zeshonderd kilometer worden verreden. "Even naar Rotterdam. Ben zo terug, zei hij dan", vertelt zijn vrouw Romana. Toch gauw tweehonderd kilometer, heen en terug vanuit Vlissingen. Zijn laatste toerrit was de Westerscheldetocht, 165 kilometer. "De dag erna werd ik extreem benauwd wakker." Bleken zijn longen vol vocht te zitten. En toen ging de medische molen draaien. Een arts vroeg: heeft u met asbest gewerkt? En nóg viel het kwartje niet meteen.

Sportlongen
De dure toerfietsen staan inmiddels op zolder. Het doet soms pijn om ze te zien staan. Hij fietst niet meer. "Een wielrenner wil niet worden ingehaald. Daar moet je dan achteraan. Dat heb ik ook. Dat moet ik dan de volgende dag bezuren." Dat gezonde lijf met die sportlongen en zijn relatief jonge leeftijd hebben 'm waarschijnlijk door de eerste jaren gesleept. Want mensen met mesothelioom overlijden vaak al binnen twee jaar.

Jasperse leeft nog en is van plan nog een tijdje te blijven. Maar hij weet, en ook zijn vrouw Romana en dochter Fay weten, dat de vooruitzichten somber zijn. Romana Jasperse schreef een boek over de ziekte van haar man, de onzekere tijd voor de diagnose, de heftige chemokuren, de overige medische behandelingen ('Geen leven met asbest', uitgeverij Free Musketeers). Het aangrijpende boek is ook een aanklacht tegen de kille, afstandelijke manier waarop sommige artsen en verpleegkundigen omgaan met doodzieke patiënten.

In oktober 2009 werd de diagnose mesothelioom gesteld. "Dan staat alles even stil. De arts gaf me een foldertje mee, waarin stond dat ik me maar het best zo snel mogelijk moest melden bij het Instituut Asbestslachtoffers voor een schadevergoeding. Maar dat hoefde voor mij niet, ik wilde van die ziekte af." Het besef van de onvermijdelijkheid kwam pas later.

Jasperse stelde zijn werkgever aansprakelijk. Die wees eerst elke verantwoordelijkheid af, maar haalde bakzeil en betaalde uiteindelijk het salaris door. Jasperse kreeg na bemiddeling van het Instituut Asbestslachtoffers de gebruikelijke smartengeldvergoeding van ruim 51.000 euro en een voorschot op de overige schade van bijna 6000 euro. Maar in 2011 ging het bedrijf failliet. Jasperse moest aanspraak doen op een WIA-arbeidsongeschikheidsuitkering, die maandelijks 600 euro netto lager uitviel.

Onvoldoende bescherming
Jasperse en zijn advocaat Bob Ruers besloten tot een unieke stap in een poging compensatie te krijgen voor het inkomensverlies: ze stellen de staat aansprakelijk. Ruers promoveerde vorig jaar op onderzoek naar het asbestbeleid van de Nederlandse overheid. In zijn studie concludeerde de letselschade-advocaat dat de Nederlandse overheid burgers onvoldoende heeft beschermd tegen de gezondheidsrisico's van asbest. Daardoor zullen de komende jaren 10.000 mensen onnodig overlijden aan asbestkanker, is zijn schatting.

 
Een wielrenner wil niet worden ingehaald. Daar moet je dan achteraan. Dat heb ik ook.

Ruers heeft ongeveer duizend slachtoffers bijgestaan in rechtszaken tegen vroegere werkgevers. Er zijn in Nederland al ongeveer 10.000 mensen overleden door asbestkanker. Er zullen er nog 10.000 volgen. Pas in 1993 kwam er in Nederland een verbod op het gebruik van alle soorten asbest, dat is 25 jaar na de eerste serieuze signalen over de risico's van asbest, zegt de advocaat. "In het asbestdossier is de overheid ronduit laks geweest."

Eind jaren zestig was al bekend - ook bij de overheid - dat werknemers die met asbest werkten longvlieskanker kregen. Tijdens het onderzoek voor zijn proefschrift stuitte Ruers op een brief aan het ministerie van sociale zaken uit maart 1966, waarin een arbo-arts 53 gevallen opsomde van mesothelioom bij patiënten in Rotterdamse ziekenhuizen. Allen waren overleden. Bij onderzoek op een van de overledenen vond men onder de longvliezen asbestvezels.

De arbo-arts adviseerde aan bedrijven om maskers uit te delen en in ruimten waarin asbest werd gespoten niet gelijktijdig andere werknemers toe te laten. Hij raadde het ministerie aan om het verspuiten van asbest te verbieden. Ruers: "Nadien bleef het doodstil. Er gebeurde niets. Niemand deed er wat mee. Doordat de overheid onverantwoord lang heeft gewacht met het nemen van maatregelen sterven er mensen onnodig aan mesothelioom. Iedere nieuwe asbestdode overlijdt onnodig. De overheid heeft haar primaire taak, de bescherming van de burger, verwaarloosd."

Pijpen kapotslaan
Hoe ging dat in de aluminiumfabriek van Pechiney waar Klaas Jasperse werkte? Werd daar dan nooit over de risico's van asbest gesproken? "Nee. Er is nooit wat gezegd over de risico's. Al die 34 jaar heb ik ook nooit iemand van de Arbeidsinspectie gezien. Ik was gieter. Dat hield in dat ik er voor moest zorgen dat de gietpijpen waardoor de gesmolten aluminium stroomde niet verstopt raakten. Die pijpen, die voor een groot deel uit asbest bestonden, raakten vaak verstopt. Soms kon ze je doorprikken. Maar vaak moest je die pijpen kapotslaan en vervangen."

"Ik schat dat we per dag wel zo'n dertig, veertig van die stukken asbestpijp kapotsloegen. De asbest stoof alle kanten op. De resten van die pijpen gooiden we in containers. We hebben geen voorlichting gehad. Niet van het bedrijf, niet van vakorganisaties. Niemand praatte erover. Achteraf raar, ik denk dat het een soort van fabrieksblindheid was. Binnen het bedrijf was veiligheid geen issue. We kregen geen mondkapjes, geen adembescherming."

Jasperse is van 1977 tot 1984 vrijwel dagelijks blootgesteld aan asbest. "Pas in 1984 zijn we gestopt met het kapotslaan van die pijpen. Maar daarna kreeg ik werk bij de aluminium-ovens, die één keer per jaar werden stilgelegd voor groot onderhoud. Ook daarbij kwamen grote hoeveelheden asbeststof vrij." In al die jaren tot 1994 waren er voor de werknemers geen persoonlijke beschermingsmiddelen. Er was ook geen ventilatie of afzuiginstallatie in het bedrijf.

Geen toezicht
"Aluminium maken, dat was mijn liefde", zegt hij. Die liefde is voorbij. "Het is schandalig wat er is gebeurd, dat de werkgevers hun eigen mensen niet hebben beschermd. Maar eigenlijk nog erger is dat er van overheidswege geen enkel toezicht is geweest op bedrijven. De overheid heeft, hoewel al vele jaren bekend was dat blootstelling aan asbest tot kanker kon leiden, niets gedaan. In landen om ons heen werden wel maatregelen genomen. Hier gebeurde niets."

 
Binnen het bedrijf was veiligheid geen issue. We kregen geen mondkapjes, geen adembescherming.

In een eerste reactie op de dagvaarding wees het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid de claim van Jasperse af. Volgens de staat zijn rond 1930 al de eerste waarschuwingen uitgegaan voor de risico's van asbest. Er is geen sprake geweest van falend toezicht, aldus juristen van het ministerie.

In de reactie wordt verder gesteld dat Jasperse zijn schadevergoeding heeft gekregen: "De geleden schade is reeds gecompenseerd", aldus het ministerie. Juist die zin is bij Jasperse slecht gevallen. "Ik vind dat beledigend. Ik krijg weliswaar een WIA-uitkering, maar ik heb daar bijna veertig jaar voor gewerkt en sociale lasten betaald. Nooit werkloos geweest. De staat denkt: asbestslachtoffers hebben een levensverwachting van een jaar tot twee jaar. Dit probleem lost vanzelf wel op. Deze mensen zijn meestal niet meer in staat om zo'n zaak nog aanhangig te maken. Nou, zolang ik nog kan, wil ik proberen om de staat ter verantwoording te roepen."

Chronologie van een asbestbeleid
1931 Asbestose wordt in Groot-Brittannië erkend als beroepsziekte.

1938 In het Nederlandse Veiligheidsbesluit wordt op het gevaar van asbest gewezen. Werkgevers moeten arbeiders beschermen.

1942 In het proefschrift 'Stof en stoflongen' wordt voor het eerst gewezen op het kankerrisico van asbest.

1949 Nederland erkent asbestose (stoflongen) als beroepsziekte.

1953 De Arbeidsinspectie begint een landelijk asbestose-onderzoek. Conclusie: 'Asbestose is in de laatste tien jaren een belangrijke beroepsziekte geworden'.

1955 Britse wetenschapper Richard Doll legt in een artikel het oorzakelijke verband tussen asbest en longkanker.

1960 Artsen in Zuid-Afrika leggen een direct verband tussen asbest en mesothelioom (long- en buikvlieskanker).

1962 Een tweede onderzoek van de Arbeidsinspectie onder 486 arbeiders toont bij dertien mannen die lang met asbest werkten, asbestose aan.

1964 Tijdens de eerste Internationale Asbestconferentie in New York uit de asbestindustrie openlijk twijfels over de kankerverwekkendheid.

1964-In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde verschijnen twaalf artikelen over de relatie tussen asbestose, longkanker en mesothelioom en blootstelling aan asbest.

1965 Tijdens een vergadering van de Arbeidsinspectie wordt een artikel over 'een nieuwe dodelijke stofziekte' uit een Britse krant besproken. Conclusie: er is een samenhang tussen mesothelioom en asbest. Uit niets blijkt dat er actie wordt ondernomen.

1966 De Arbeidsinspectie schrijft in het jaarverslag over asbest als kankerverwekkende stof.

1968 In zijn proefschrift schrijft een adviseur van de Arbeidsinspectie dat 'de Nederlandse overheid zeer terughoudend is in het verbieden van de verwerking en het gebruik van gevaarlijke stoffen'.

1968 Na de tweede Internationale Asbestconferentie stelt een Nederlandse arts: "In 1964 werd nog getwijfeld aan de carcinogeniteit van asbest. Deze hoop is nu de bodem ingeslagen zowel door experimenteel als epidemiologisch onderzoek in vele landen."

1968-Het derde asbestonderzoek van de Arbeidsinspectie: bij 65 werknemers uit een groep van 2527 arbeiders wordt asbestose geconstateerd.

1969 Bedrijfsarts J. Stumphius van scheepswerf De Schelde in Vlissingen publiceert een proefschrift. 'Alles wijst er op dat het asbest zich ontwikkelt tot een gezondheidsprobleem. De gevolgen zullen over enkele tientallen jaren zichtbaar worden.' Stumphius stelt dat de hele bevolking risico's loopt. Het proefschrift krijgt ruime aandacht.

1969 De overheid richt een 'studiecommissie' op van gezondheidsorganisatie TNO.

1970 Kamerlid Barendregt (PvdA) pleit voor wettelijke maatregelen en een verbod op asbest. Minister Roolvink (Sociale zaken, ARP) antwoordt: "De relatie tussen asbest en kanker is onvoldoende bekend om daarop een beleid te baseren".

1970 Een wetenschapper van de Technische hogeschool in Delft somt in een vakblad maatregelen op die werkgevers kunnen nemen: jongeren niet met asbest laten werken; een gevaarteken aanbrengen op asbestmateriaal; zo weinig mogelijk mensen laten werken in ruimten waar asbest vrijkomt; het verstrekken van mondmaskers en speciale werkkleding.

1971 De Arbeidsinspectie schrijft: 'Er zijn sterke aanwijzingen dat asbest mede een rol speelt bij het ontstaan van mesothelioom'. Ze roept op het gebruik van de gevaarlijkste soort, het blauwe asbest, zo veel mogelijk te beperken. Het blijft bij adviezen.

1971 Het GAK en andere organisaties publiceren een voorlichtingsfolder over de gevaren van asbest, zoals het risico van mesothelioom.

1976 Het wetenschappelijk adviesinstituut van de Wereldgezondheidsorganisatie brengt zeker drie veel toegepaste asbestsoorten in verband met kanker in het long- en buikvlies.

1977 De 22-jarige Klaas Jasperse solliciteert als gieter bij aluminiumfabriek Pechiney (later Alcan, nog later Zalco) in Vlissingen. Hij blijft ruim dertig jaar bij dit bedrijf, waar hij tot 1994 veelvuldig en onbeschermd met asbest werkt. In 2009 wordt bij Jasperse mesothelioom geconstateerd.

1977 Eerste Asbestbesluit, met alleen voorschriften over een maximaal toelaatbare blootstelling aan asbest.

1983 In het Asbestbesluit Warenwet wordt een verbod opgenomen op het toepassen van los, ongebonden asbest. Asbestcementproducten zoals die van Eternit (in vaste vorm) blijven toegestaan.

1984 Er moeten waarschuwingsstickers komen op asbestproducten. Het kankerrisico wordt niet vermeld.

1988 In het Asbestbesluit Arbeidsomstandigheden wordt het spuiten van asbest verboden en wordt de grenswaarde bij blootstelling verlaagd.

1993 In dit jaar wordt een volledig verbod op asbest ingevoerd. Eternit krijgt uitstel tot januari 1994.

Asbestkanker: 500 gevallen per jaar
In Nederland krijgen per jaar ongeveer vijfhonderd mensen, vooral mannen, de diagnose mesothelioom, een kwaadaardig gezwel dat in de meeste gevallen binnen één tot twee jaar tot de dood leidt. Nederland staat tweede op de wereldranglijst van sterfte aan mesothelioom, na Groot-Brittannië. De afname in het aantal patiënten zal nog enige jaren op zich laten wachten, omdat de ziekte zich pas na vele jaren openbaart, veelal dertig tot vijftig jaar na blootstelling, maar er zijn ook voorbeelden bekend van zestig jaar na het inademen van asbest.

 
De staat denkt: asbestslachtoffers hebben een levensverwachting van een jaar tot twee jaar. Dit probleem lost vanzelf wel op.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden