'Ze dachten dat ik een kind van de duivel was'

De eerste vier jaar van haar leven in Sierre Leone waren een hel. Nu danst Michaela DePrince bij de Junior Company van Het Nationale Ballet. Ze geldt als een groot talent en is al beroemd vanwege haar enorme zweefsprongen.

Les 1

Vergeet de oorlog niet

"Ik ben geboren op het platteland van Sierra Leone. Vanwege mijn huidafwijking dachten de mensen dat ik een kind van de duivel was. Ze waren bang dat ik hun oogst zou laten mislukken of ander onheil zou brengen. Ik denk dat mijn ouders niet met die vlekken zaten. Ik denk dat ze vooral een eigenwijs kind zagen met een goed stel hersens - mijn vader leerde mij vier talen spreken toen ik een peuter was. Mijn ouders hadden volgens mij juist een plan met mij. Ze wilden dat ik zou opgroeien tot een zelfstandige, opgeleide vrouw die weg kon uit Sierra Leone, ver van de burgeroorlog vandaan. Dat was heel bijzonder, want in mijn land waren vrouwen verre van zelfstandig.

De burgeroorlog was dichtbij. Niemand was veilig, de rebellen konden zomaar toeslaan. Op een dag ging mijn vader naar de markt. Hij was koopman, hij werkte samen met mijn oom. Die bracht hem thuis. Ik weet nog dat mijn vader op een kar lag. Hij was doodgeschoten door de rebellen. Mijn moeder en ik werden aan ons lot overgelaten. Er was geen geld, geen eten. Het weinige dat mijn moeder bijeen scharrelde gaf ze aan mij. Ze overleed aan ondervoeding.

Mijn oom was mijn enige familie, maar vanwege mijn vitiligo vertikte hij het om voor me te zorgen. Hij dropte me gewoon in een weeshuis, een paar kilometer verderop.

Ik heb daar gruwelijke dingen zien gebeuren. Dronken rebellen sneden de buik van onze zwangere onderwijzeres open. Toen ze zagen dat de baby een meisje was, vermoordden ze haar en hakten ze van het kindje de armpjes en beentjes af. Er was een jongetje bij de rebellen. Hij zal hooguit zes zijn geweest. Met een machete kerfde hij mijn buik. Het litteken herinnert me nog elke dag aan de oorlog."

Les 2

Het lot bepaalt

"In het weeshuis gaven ze elk kind een nummer. Nummer 1 was de populairste. Ik was nummer 27, en ook letterlijk de laatste in de rij. Ik kreeg amper te eten, ik werd gepest en mishandeld. De aunties, de vrouwen die voor ons zorgden, vlochten mijn haar zó strak dat ik niet kon slapen van de pijn. Mij werd steeds verteld dat iedereen zou worden geadopteerd behalve ik, vanwege mijn huidafwijking.

Het is anders gelopen. Toen ik ruim vier was, hebben mijn ouders mij samen met Mia en Mariel geadopteerd. Zij waren nummer 26 en nummer 2 in het weeshuis. We zijn alledrie vernoemd naar Michael. Ook hij was door mijn ouders geadopteerd, terwijl ze wisten dat hij als baby met hiv was geïnfecteerd. Ik heb Michael niet gekend; hij is overleden aan aids toen hij 15 was. Hij zei altijd: als ik groot ben ga ik ook kinderen adopteren. Mijn moeder was kapot van zijn dood. Ze heeft haar verdriet zin gegeven door zijn wens waar te maken.

Voor Mariel, Mia en mij is het waardevol dat we in hetzelfde gezin zijn terechtgekomen. We waren kort daarvoor samen gevlucht omdat het weeshuis zou worden gebombardeerd. Mariel kon niet rennen, dus droegen Mia en ik haar, de bergen in, de grens met Ghana over. We hadden geen schoenen aan en ze was best zwaar, maar er was niemand anders, we moesten wel bij elkaar blijven.

Onze adoptie, en vooral die van mij, is om nog een andere reden bijzonder. Eigenlijk zouden mijn ouders niet mij maar Mia adopteren. Mia heette toen nog Mabinty, net als ik, en dat zorgde voor verwarring. Mijn moeder belde kort voor haar vertrek naar Afrika met de autoriteiten in Ghana. Die vroegen: we hebben hier twee Mabinty's, welke komt u eigenlijk halen? Ze dachten natuurlijk aan Mia, want ja, míj wilde toch niemand hebben.

Toen mijn moeder hoorde dat ik vitiligo had, dacht ze niet lang na. Ze heeft zelf ook vitiligo.

Mijn vader was op dat moment voor zijn werk in Japan. Het was daar nacht toen mijn moeder hem belde om over mij te vertellen. Hij sliep half en zei: oh, okay. De volgende ochtend belde hij terug. Hij had zo'n rare droom gehad, zei hij tegen mijn moeder. Iets met twee meisjes met dezelfde voornaam?"

Les 3

Geef nooit op

"Een van de eerste dingen die mijn moeder deed was heel voorzichtig mijn vlechtjes uithalen. We waren nog in Ghana. Mijn ouders hebben enorm hun best gedaan om me te laten voelen dat ik er mocht zijn, maar het heeft me een paar jaar gekost voordat ik mezelf toestond te voelen dat er van me werd gehouden. Ik was doodsbang, sliep met het licht aan. Bovendien was ik heel verlegen en onzeker. Spiegels meed ik - mijn zelfbeeld was nul. Maar ik was ook voortdurend kwaad. Nee, ik heb het mijn ouders niet gemakkelijk gemaakt.

Mijn moeder is ongelooflijk. Ze heeft zelf een nare jeugd gehad. Daarom gunde ze haar kinderen de moeder die ze zelf niet heeft gehad. Ze is echt oersterk.

Wie doet het haar na: ze studeerde rechten terwijl ze voor elf kinderen zorgde, van wie negen zijn geadopteerd en drie aids kregen. Nu is ze 65 en werkt ze nog steeds hard. Ze schrijft boeken en is manager van mij en van Mia, die zangeres is. Ze geeft gewoon nooit op.

Mijn broers Cubby en Teddy zijn ook aan aids overleden. Teddy heb ik tot mijn elfde meegemaakt. Hij was zeer getalenteerd, hij zong en danste ook. Hij heeft me altijd op het hart gedrukt dat ik moest doorzetten, hard moest werken. We waren heel close. Zijn dood raakte me zo dat ik met dansen wilde stoppen. Ik wijd er liever niet over uit, maar ik heb rare dingen gedaan in die tijd. Ik kwam pas weer bij zinnen toen ik me realiseerde dat hij er vreselijk van had gebaald als ik mijn spitzen definitief had uitgetrokken. Toen ben ik écht snoeihard gaan werken, tien uur per dag.

Als ik me voorbereid op een optreden, dan denk ik aan hem. En aan Michael en Cubby. Zonder Michael was ik er waarschijnlijk niet meer geweest. Ik weet zeker dat ze allemaal nog steeds over me waken."

Les 4

Dans

"Toen ik in het weeshuis woonde, blies een windvlaag een magazine tegen het hek. Op de cover stond een ballerina. Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. Ze was heel mooi, ze had een prachtige jurk en schoentjes aan, ze was alles wat ik wilde zijn. Die cover heb ik een hele tijd bewaard in mijn onderbroek. Als ik de kans kreeg, haalde ik de foto tevoorschijn en probeerde ik te staan zoals zij. Toen mijn moeder ons in Ghana kwam ophalen, ging ik meteen in haar koffer snuffelen, op zoek naar balletschoentjes. Ik dacht: iederéén in Amerika danst.

Mia en ik dansten altijd samen. We hadden thuis een video van de Notekraker. Die heb ik een keer of honderdvijftig bekeken, totdat ik het ballet letterlijk helemaal uit mijn hoofd kende. Toen mijn ouders ons meenamen naar een voorstelling van de Notekraker, zei ik na afloop tegen mijn moeder: zag je die danseres, ze deed die ene pas helemaal verkeerd. Toen wist mijn moeder: die moet balletdanseres worden.

Ik mocht op dansles toen ik bijna vijf was. Ik was een jaar of dertien toen mijn moeder aan een dansdocente vroeg of ik kans maakte op een echte danscarrière. De docente haalde haar schouders op. We steken niet zo veel energie in zwarte meisjes, zei ze, ze worden toch maar dik, ze krijgen een kont en borsten. Nou, je ziet het, haha, dat is behoorlijk meegevallen. Kunst is helaas niet vrij van discriminatie, heb ik ook later ontdekt. Toen ik auditie deed voor de Notenkraker werd ik afgewezen - het publiek was nog niet klaar voor een zwarte Marie. Er zijn nog steeds niet veel zwarte dansers.

In New York heb ik kinderen balletles gegeven. Super was dat. Ik leerde ze de techniek, maar vooral: als je écht wilt, dan kun je veel meer dan je denkt. Je moet je niet snel op je kop laten zitten, maar doorzetten. Dat wil ik nog heel veel kinderen meegeven. Misschien wel op mijn eigen school, die ik ooit wil opzetten.

Door te dansen heb ik beetje bij beetje geleerd mezelf te uiten. Ik ben niet meer zo verlegen. Tijdens een voorstelling maak ik contact met de zaal. En omgekeerd. Na de voorstelling komen mensen naar me toe om te zeggen hoe geweldig ze het vonden. Soms zeggen ze: ik zag dat je naar me keek. Ik kan natuurlijk niet echt de zaal inkijken, maar blijkbaar hebben ze dat wel zo ervaren.

We weten sinds kort trouwens wie de balletdanseres op de cover is - mijn moeder heeft net zo lang gespeurd tot ze haar had gevonden. Ze danste destijds bij het Pennsylvania Ballet. Ik heb daar óók gedanst, hoe ongelooflijk is dat? Ik hoop haar nog eens te ontmoeten, zodat ik haar kan bedanken."

Les 5

Zorg dat je de beste bent

"Ik werk keihard, zes dagen per week. Ik ben streng voor mezelf, verzaken kan ik niet. Nooit gedaan ook.

Op school al moest ik overal de beste in zijn. Als ik bij een zwemwedstrijd een record zwom, moest ik van mezelf de volgende keer nog harder. Pas sinds kort realiseer ik me waar dat vandaan komt. In Sierra Leone zagen ze het verkeerd. Dat moet iedereen weten.

Met mijn oom heb ik nooit meer contact gehad. Als hij nog leeft moet hij gewoon wel weten hoe het mij verder is vergaan. Ik ga geen contact zoeken, daarvoor ben ik te trots. Ik doe het goed, dat is mijn pay back."

Michaela DePrince
Michaela DePrince (1995) wordt als Mabinty Bangura geboren in het door burgeroorlog geteisterde Sierra Leone. Over haar eerste levensjaren is niet veel zeker, maar ze herinnert zich dat ze op 3-jarige leeftijd haar ouders verliest, waarna haar oom haar achterlaat in een weeshuis.

Het Amerikaanse echtpaar Elaine en Charles DePrince adopteert Michaela als ze vier is, samen met haar vriendinnetjes Mia en Mariel die ook in het weeshuis wonen. Het gezin telt elf kinderen, van wie negen geadopteerd. Drie jongens zijn inmiddels overleden.

Michaela groeide op in New Jersey. Ze volgde een dansopleiding aan de Rock School for Dance Education in Philadelphia en aan de Jacqueline Kennedy Onassis School van The American Ballet in New York. Daarna danste ze bij de Dance Theatre of Harlem.

Deze zomer verhuisde ze naar Amsterdam om te dansen bij de Junior Company van Het Nationale Ballet. De Junior Company is vanaf 24 november in het land te zien met een voorstelling met fragmenten uit het (neo)klassieke repertoire, zoals 'Zwanenmeer' en 'The Sleeping Beauty'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden