Ze dacht dat ze een collaborateur doodde

Moordenaar van verzetsheld Felix Guljé biecht na 65 jaar haar afschuwelijke vergissing op

Ze vond dat de familie van de man die zij vermoorde recht had te weten waarom. Begin dit jaar besloot ze - inmiddels 96 jaar, doof en invalide, maar geestelijk nog scherp - daarom een brief te schrijven aan Henri Lenferink, de burgemeester van Leiden, die er gisteren mee naar buiten kwam. En zo is de zaak van de op 1 maart 1946 vermoorde Felix Guljé opgelost.

De moord zorgde destijds voor veel commotie. De 52-jarige Guljé was een belangrijk man, hij werd genoemd als toekomstig minister van handel en nijverheid. Ondertussen werd hij echter ook verdacht van collaboratie met de Duitsers. Het bedrijf waar hij directeur was, de Hollandse Constructie Werkplaatsen, kreeg met enige regelmaat opdrachten van de Duitse bezetter. Ook werkte er een aantal NSB'ers.

Maar eigenlijk was Guljé, net zoals zijn moordenaar, een verzetsstrijder. Hij had Joodse onderduikers in huis en hield verboden vergaderingen in zijn huiskamer voor de Algemene Katholieke Werkgevers Vereniging, waar hij voorzitter van was. Dat heeft de 96-jarige vrouw nooit geweten, ook niet dat Guljé na zijn dood onschuldig werd bevonden. Na de moord had ze bewust geen kranten gelezen en ze verhuisde niet veel later naar Nederlands Indië. In 1982 ontving ze een Verzetsherdenkingskruis voor haar verzet tijdens de oorlog. Ze is nooit verdachte geweest in de zaak.

Terug naar 1 maart 1946. Er valt natte sneeuw. Samen met twee collega's van de Politieke Opsporingsdienst - de dienst die speciaal was opgericht om Nederlanders die fout zaten in de oorlog op te sporen - maakt de verzetsheldin plannen Guljé te vermoorden. Zij moet het doen, aangezien zij de enige is die een pistool heeft. En de moord is haar idee.

De twee mannen staan op de uitkijk terwijl zij aanbelt bij de villa aan de Van Slingelandtlaan in Leiden. De vrouw van Guljé doet open. Of ze haar man mag spreken, ze heeft een boodschap voor hem. Terug in de woonkamer hoort mevrouw Guljé een knal. Ze vindt haar man zwaargewond in de deuropening. Kort na aankomst in het ziekenhuis bezwijkt hij.

Tegen burgemeester Lenferink verklaarde de 96-jarige vrouw meer dan zestig jaar later dat zij in haar ogen een verrader had vermoord, een collaborateur.

De moord heeft de nabestaanden van Guljé nooit losgelaten. Vooral de oudste zoon, Eugène, was vastberaden de moordenaar van zijn vader te vinden. "Hij heeft gezocht, de zaak laten rusten, weer gezocht, gedacht dat het maar beter was dat hij het niet zou weten, opnieuw gezocht en zelfs gepleit voor de wetswijziging waardoor nu ook naaste familie van de betrokkene dossiers kan inzien," schrijft Marian Spinhoven, die een boek over Eugène's leven schreef.

Eugène overleed twee jaar geleden. Drie andere kinderen van Guljé kregen de waarheid nog wel te horen. Ze zijn vol onbegrip en verontwaardiging, verklaart een woordvoerder namens de familie. Hadden de moordenaars zich verdiept in de persoon Guljé, dan 'was deze moord nooit gepleegd' en 'was er heel veel leed voorkomen'.

Lenferink heeft de brief van de 96-jarige vrouw naar het Openbaar Ministerie gestuurd. Die laat weten geen onderzoek te starten. De zaak is verjaard, volgens de wetten die in 1946 golden: achttien jaar na het misdrijf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden