Ze bestaat nog, de missie

De Nederlandse missionaris, bestaat die nog? Jazeker, er zijn er wereldwijd nog zo’n duizend actief, inclusief zeventig missionaire werkers. Maar de taak van de missionaris is ingrijpend veranderd. ’Bekeren? Dat is zo’n beladen woord.’ Missionarissen bijeen in Den Bosch.

De jongste collega-missionaris die hij kent, is 52. Het is een witte pater in Ghana. Zelf is Hugo Hinfelaar al 75. Een halve eeuw lang is hij missionaris geweest in Zambia en daar heeft hij het ambt door de jaren heen zien veranderen. „Vroeger ging het om kerkplanting. Je moest mensen de catechismus leren en concurreren met andere religies. Later is het ontwikkelingswerk een belangrijke plaats gaan innemen: meewerken aan sociale en economische vooruitgang. Wat mij betreft een prima verschuiving. Overal waar vooruitgang is, is God.”

Witte pater Hinfelaar is een van de honderd aanwezigen op de eerste Inspiratiedag van het Centraal Missie Commissariaat (CMC).

Het is een bont gezelschap daar in de Orangerie in ‘s-Hertogenbosch: oud-missionarissen, een enkele zuster in habijt, priesters en parochiële vrijwilligers. Allen bijeen om ideeën en inspiratie op te doen voor de ’Week van de Nederlandse Missionaris’ in mei.

Met duizenden zwierven ze vroeger uit over de aardbol en op het hoogtepunt vormden ze zelfs eentiende van alle missionarissen ter wereld. In 1963 waren er nog negenduizend Nederlandse missionarissen, in 2000 circa 2154 en nu nog maar duizend, inclusief zeventig missionaire werkers. Is het een aflopende zaak met de Nederlandse missie? „Nee, dat denk ik niet”, zegt Hinfelaar. „Wel zullen leken steeds meer de plaats van religieuzen gaan innemen. Die ontwikkeling is nu al aan de gang. Ook dat vind ik een prima zaak. Bij het doopsel krijgt iedere katholiek immers de opdracht mee om het evangelie uit te dragen.”

Wie echter het foldermateriaal van het CMC doorbladert komt het woord ’evangelisering’, laat staan ’bekering’, nauwelijks meer tegen. Ook in het tijdens de Inspiratiedag gepresenteerde boekje ’Un Abrazo’ (Een Omhelzing) over missionair werk in Mexico gaat het vooral over het bestrijden van ongerechtigheid, (vrouwen)onderdrukking en armoede. Een van de aanwezigen roept begeesterd dat foute machthebbers de macht moet worden ontnomen.

Het gedachtengoed van de ter ziele gegane Acht Meibeweging van progressieve katholieken lijkt in het CMC nog springlevend.

„Goed gezien”, reageert CMC-directeur en oud-aanhanger van Acht Mei, Manon Vanderkaa. „In de Acht Meibeweging streden mensen aan de basis voor een andere kerk in Nederland en in het CMC zet eenzelfde soort mensen zich in voor een betere wereld. We krijgen nog elk jaar aanmeldingen van mensen die naar de Derde Wereld willen worden uitgezonden. De belangstelling is zelfs groter dan het aantal mensen dat we kunnen plaatsen.”

Vanderkaa gelooft in missie in woord en daad. „Geloofsverkondiging alleen is niet genoeg. Je moet ook meebouwen aan een betere samenleving in het Zuiden. Bekering is naar mijn smaak een te beladen woord. Het gaat om de ontmoeting die je hebt met de ander, un abrazo. Wij kunnen onze vakmatige kennis naar het Zuiden brengen, maar die mensen hebben ons ook iets te leren. Ik heb in Colombia gezien hoe mensen in de meest barre omstandigheden het hoofd boven water hielden. Op dat moment ben ík bekeerd geraakt. Als zíj het kunnen volhouden zou ik, in Nederland, de moed dan opgeven?”

Het CMC is, zo blijkt ook deze middag, een vurig aanhanger van de bevrijdingstheologie, een met name in Latijns-Amerika populaire theologie, die beoogt maatschappelijke structuren te veranderen. Bevrijdingstheologen kunnen in Rome op weinig sympathie rekenen wegens de link met het marxisme, maar in missiegebieden is het Vaticaan ver weg, weet Hugo. Hinfelaar: „Rome laat missionarissen over het algemeen met rust. Wij zijn de stoottroepen en daar moet je niet tussen gaan staan, weet ook het Vaticaan. Zolang je maar mensen bekeert, ziet Rome veel door de vingers. Overigens hebben de Afrikaanse bisschoppen weinig moeite met de bevrijdingstheologie. Begrijpelijk, want zij zien met eigen ogen dat centen geven aan de armen slechts een doekje voor het bloeden is. Je moet de maatschappij veranderen, zonder daarbij in marxistisch-atheïsme te vervallen.”

Jetske Ypma (62), die tussen 1985 en 1988 ontwikkelingswerk deed in Chili – uitgezonden door de missiezusters van de Heilige Familie –, gaat een stapje verder. „Voor mij was Jezus de eerste communist. Hij ging om met mensen aan wie iedereen voorbij liep, zoals de Samaritaanse vrouw. De bevrijdingstheologie komt niet zomaar uit de lucht vallen, maar is gebaseerd op teksten uit de Bijbel.”

In Chili kreeg ze in haar strijd steun van de bisschop van Linares. „Hij stond geknechte boeren bij in de rechtszaal. Hij was een van de weinige bisschoppen die niet bang was voor dictator Pinochet. Sterker, Pinochet was bang voor hém.”

Ook Hugo Hinfelaar heeft zich met overtuiging ingezet voor meer gerechtigheid. „Het is belangrijk werk, waarbij de kerk zich van haar zonnige zijde laat zien. Bij die strijd heb je namelijk weinig last van de doctrinaire kant van de kerk. Die komt meer om de hoek kijken bij zaken als geboortenbeperking en dergelijke, maar ook daarin heb ik een grote vrijheid ervaren. De bisschoppen in Zambia zeiden: stel ons geen vragen over de seksuele moraal, want dan moeten wij met verboden komen. Hun beleid was: doe wat uw hand vindt om te doen.”

Manon Vanderkaa vindt de positie van het missiewerk een mooie. „Wij zijn vanouds verbonden met ordes en congregaties die, net als wij, relatief autonoom zijn ten opzichte van de hiërarchie.”

Oud-missiezuster van de Heilige Familie, Gemma van Huisseling (82), ervoer die vrijheid in Madagascar, waar ze ruim een halve eeuw verpleegster was. ,,Ik heb weinig over Onze Lieve Heer verteld, maar vooral veel mensen verzorgd in de polikliniek. Ooit kwam een vrouw midden in de nacht met haar doodzieke kind naar mij toe. Een kort ogenblik later stierf het kleintje in haar armen. De vrouw zei: ‘De Schepper heeft gegeven, de Schepper heeft genomen.’

Ze had die woorden uit haar eigen natuurgodsdienst. Het heeft grote indruk op mij gemaakt. Moet ik zo iemand gaan bekeren? Dat denk ik toch eigenlijk niet. Ik ben niet zo’n bekeerder.”

Een andere keer kreeg ze een aantal condooms aangeboden. „Een pater die dat hoorde zei: ’Die moet je teruggeven.’ Maar ik antwoordde: ‘Ik denk dat we er mensen mee moeten helpen.’ Ik heb ze gegeven aan grote families die een verdere gezinsuitbreiding niet meer konden dragen. Ik had geen enkele moeite met die condooms, en van die pater heb ik niets meer gehoord. Je vertrekt naar je missieland met wat je uit Rome hebt meegekregen, maar als je er eenmaal bent, pas je je steeds meer aan aan de cultuur. Je wordt één met de mensen.”

Ook zij is optimistisch over de toekomst van de missie. „In die halve eeuw dat ik in Madagascar zat, zijn er vijfenveertig missiezusters uit eigen land opgeleid en vijfentwintig plaatselijke missionarissen. Over een aantal jaren is het misschien helemaal niet meer nodig om missionarissen uit Europa te zenden omdat de mensen zichzelf ontwikkelen.”

Volgens de bisschoppen moet Nederland gemissioneerd worden omdat het vaderland door en door geseculariseerd is. De missiezuster heeft haar bedenkingen. „De kerken zitten leeg, maar je hebt zoveel vormen van kerk-zijn. Denk aan de Taizé-groepen.” Ook CMC-directeur Vanderkaa ziet weinig in een eenzijdige missionering van Nederland. „Het is een wereldwijde plicht om mee te bouwen aan het Koninkrijk van God. Nederland is net zo goed missieland als elke andere natie.”

Of zoals Hinfelaar het uitdrukt: „Vroeger ging missie van hier naar daar. Nu is er ook een omgekeerde beweging. Ik getuig in Nederland van het optimisme en de gastvrijheid in Afrika en de rijkdom van de religieuze cultuur aldaar. Het is niet makkelijk om missionaris te worden. Je moet afscheid nemen van je familie en begint in den vreemde als witte allochtoon. Maar als je het evangelie in woord en daad daar kunt overbrengen, ervaar je een grote blijdschap. De kerken in Afrika zitten stampvol. Ik heb in mijn leven de psalm geleefd die zegt: ‘Een mens zaait onder tranen en keert zingende terug’.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden