Ze begrijpen mij niet

Henny Huisman (Zaandam, 1951) was drummer bij Lucifer voor hij bij de KRO naam maakte als bedenker en presentator van de Soundmix-show. Toen Joop van den Ende - zijn ontdekker - een nieuwe televisiezender begon, was Huisman van de partij. Na het mislukken van TV10, werd hij, met zijn programma, ondergebracht bij RTL4. Het succes van de Soundmix-show en de Surprise-show, heeft Henny Huisman een onderscheiding in de Orde van Oranje Nassau en de ere-titel kijkcijferkanon opgeleverd.

1. Gij zult de Heer uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

,,Mijn opa was hulpkoster. Hij droeg zo'n sjerp waarop stond 'Eerbied in Gods huis'. Als ik niet naar de kerk wilde, zei mijn moeder: 'Ga dan dit keer niet voor Onze Lieve Heer, maar voor opa. Want hij rekent er op.' Ik ben ook misdienaar geweest. Op een dag kwam de kapelaan bij ons thuis en vroeg: 'Wil Henny misschien ook priester worden?' Ik zei: 'Ik word liever dierenverzorger in Artis.' Ik geloof dat ik al op jonge leeftijd doorzag dat de kerk het van veel uiterlijk vertoon moest hebben. Het zijn mijn simpele gedachten hoor, maar toch: volgens mij hebben ze Jezus helemaal niet goed begrepen. Hij wil graag dat je iedere dag even aan hem denkt. Toch niet dat je enorme kerken bouwt met reusachtige glas-in-lood ramen en een torenspits die tot aan de hemel reikt? Hij was zelf ook maar een eenvoudige jongen die nooit naar de kapper ging en zijn bijeenkomsten hield in een park, of ergens op een berg. Hij had die poppenkast niet nodig. Waarom wij dan wel? Als ik vandaag door een priester zou worden getoetst op mijn geloof, kom ik, denk ik, op een mager zesje uit. Ik ben nog wel katholiek, maar ik geloof ook in reïncarnatie en in het boeddhisme; ik gok op meerdere paarden. Dat er niets zou zijn, gaat er bij mij niet in. Dat heb ik van thuis meegekregen: je bent katholiek, of desnoods protestants, maar je bent niet 'niks'. Lia, mijn vrouw, is niks. Toen ik haar net had leren kennen, vroeg mijn moeder: 'Is ze van het houtje?' 'Nee,' zei ik, 'ze is niks.' 'Niks? Hoe kun je nou niks zijn?' Ik vind het zelf nog steeds jammer dat ze niet gelovig is. Het staat ook zo bloterig: niks.''

2. Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

,,God moet met de hoofdletter G geschreven worden. Je hoort niet te vloeken. Nee, ik heb het nu niet over belabberde omgangsvormen of lelijk taalgebruik. Ik heb het over eerbied, voor God. En voor de mensen die steun hebben aan het geloof. Vloeken doet zeer.''

3. Gij zult de dag des Heren heiligen

,,We zijn vijf weken op vakantie geweest. We hebben Disneyworld gezien, de MGM-studio's, tienduizenden ballonnen de lucht in zien gaan en een lichtjesparade bijgewoond. We zijn op prachtige koraaleilanden geweest, we hebben gesnorkeld tussen de mooiste vissen. Maar van alles wat ik tijdens die vakantie heb meegemaakt is mij de gospeldienst op Bonaire, op een zondagochtend van negen tot elf, het meest bijgebleven. Het was in een soort houten clubgebouwtje, alle ramen stonden open. Er werd geklapt, er werd geschreeuwd: 'Jesus! We love him!' Hartekreten. De mensen zongen voor God. Ze hielden elkaar vast, omarmden elkaar. Het was zó mooi - de tranen biggelden mij over de wangen. Ik zei tegen Lia: 'Als ze het in de katholieke kerk ook zo interessant kunnen maken, ga ik weer.' Maar ik geloof niet dat blanke Hollanders tot zoiets in staat zijn. Donkere mensen kunnen zich beter uiten. Goed, ik zou een swingende gemeente in de Bijlmermeer op kunnen zoeken, maar dat is me weer te omslachtig. Ik zou zo graag willen dat wij van onszelf wat losser waren. Wie zich hier durft te uiten wordt meteen vreemd aangekeken. Als ik een keer huil in een televisieprogramma noemen alle serieuze kranten mij de volgende dag Henny Huilman. Of ze schrijven dat Joop van den Ende er met een bak uien onderhing. Je kunt er niet van houden dat ik mijn emoties toon, maar het is wel echt. Jos Brink schijnt op commando te kunnen huilen, maar ik kan een traan niet faken. Ik ben gewoon een gevoelig iemand, ik huil wat eerder dan een ander. En ik begrijp niet waarom mij dat kwalijk moet worden genomen.''

4. Eer uw vader en uw moeder

,,Mijn vader is een lieve man. Hij ging nooit vreemd, was geen wijvendief of een kontenknijper. Maar hij heeft toch ook iets lulligs. Zo'n houding van: laat mij maar, het is wel goed zo. Als ze tegen mij zeggen: 'Je lijkt op je vader', dan hoop ik dat ze het over een fysieke gelijkenis hebben. Hij heeft nog een grijze kuif, draagt bretels en doet mij een beetje aan Toon Hermans denken. Ik vraag dan ook altijd: 'Hoe bedoel je dat precies?' 'Nou, die kuif!' O, gelukkig! Dat is de goede kant. Ik weet heus wel dat ik óók een beetje lullig ben. Ik ben helemaal geen show-man. Ik ben niet sportief, heb veel dingen tegen. Maar als je op een gewone manier met je lulligheid omgaat, gaat het in je voordeel werken. Ik weet diep in mijn hart wel dat mensen het ook leuk vinden dat ik zo ben. En soms - dat moet ik je eerlijk zeggen - dik ik het nog een beetje aan ook. Als ik over een muurtje heen moet, zou dat vast wel iets soepeler kunnen. Maar dat stijve gedoe staat dan toch leuker. Met die 'erfenis' van mijn vader kan ik wel leven, maar tegen die passieve, voorzichtige houding blijf ik mij verzetten.''

,,Hij was geen vaderfiguur voor mij. Ik kon wel eens jaloers zijn op kinderen die door hun vaders werden opgetild. Of later: op zonen die - zoals je dat in reclame's ziet - een goed advies van hun wijze vader krijgen. Ik ben één keer trots op hem geweest: toen ik klein was en hij werd ingelijfd bij de Bescherming Bevolking. Pas later begreep ik dat ze daar de mensen heen stuurden die voor een functie bij de politie of het leger totaal ongeschikt waren. Ik heb me nooit voor hem geschaamd, ik heb eerder medelijden gevoeld. De Huismannetjes zijn nu eenmaal bange mensen. 'O jee, mijn haar zit in de war!' Hij zal zelden iets ondernemen. Nu gooien we het op de ziekte van Parkinson, vroeger zeiden we dat het kwam omdat hij te veel aan zijn hoofd had.''

,,Mijn moeder is precies het tegenovergestelde. Ze heeft pas een kunstknie gekregen en wil zo snel mogelijk weer leren fietsen. Ze komt bij mij thuis oefenen. Dan loop ik net zo lang achter haar fiets aan tot ze roept: 'Laat me maar gaan, nu kan ik het zelf.' En mijn vader doet niets. Hij blijft maar staan. Te bang om op te stappen. Moeder zegt dan: 'Kom op nou Harm! Bij mij doe het ook zeer. Je moet er gewoon even doorheen.' En als ik mijn vader vervolgens, nadat ik hem eindeloos heb uitgedaagd, een klein stukje vooruit zie gaan, ben ik vooral blij dat ik niet ben zoals hij. Ik ben een vechter, net als mijn moeder. Zij is mijn voorbeeld geweest. Ze kan de boel vermaken. Het grappige is dat mijn vader, op zijn oude dag, ook populair is geworden. Maar dan wel op een manier die uitstekend bij hem past: hij heeft er niets voor hoeven doen. Hij is de vader van Henny Huisman en daar boekt hij bij de Spar een redelijk succesje mee.''

5. Gij zult niet doden

,,Ken je het beeld van de lachende Boeddha? Hij houdt één hand omhoog en één hand achter zijn rug. De ene hand, die haast het tipje van z'n neus raakt, geeft aan tot hoever je hem kunt naderen. Als je verder gaat, komt die andere hand tevoorschijn. Daarin houdt hij een dolk vast. En dan ga je d'r aan. Zo ben ik ook. Ik ben vriendelijk, goedlachs; je kunt héél dichtbij mij komen. Maar er is een grens. Als je daar overheen gaat, steek ik je neer.''

6. Gij zult geen onkuisheid doen

,,Ik ben Lia trouw. Dat is een afspraak die ik met haar heb gemaakt. Soms moet ik mijn best doen om mij aan die afspraak te houden. De verleiding kan groot zijn. Wat denk je: al die balletdames om mij heen, met van die halfblote konten? Niet dat ze mij na de show met wulpse gebaren hun kleedkamers binnenlokken, maar áls het een keer zou gebeuren, straal ik waarschijnlijk voldoende uit dat ik daar niet van gediend ben. Ik ben geen ster met wie iedereen de koffer in wil duiken. Ik ben iemand die het voortdurend over zijn vrouw en kinderen heeft. Lia en ik zijn samen begonnen. Straatarm. We leverden lege flessen in om eten te kunnen kopen. En nu ik rijk ben, een prachtig landgoed, auto's en paarden bezit, zou ik er vandoor gaan met een vreemde? Nee. Dat nooit. Zij hoort bij mij. En ik bij haar.''

7. Gij zult niet stelen

,,Ik werkte, als jongen van vijftien, in een platenwinkel. Het was aan het Gildeplein nummer 4 in Hoorn en mijn chef heette meneer Appel - ik weet het nog precies. Op een zaterdagochtend riep hij mij apart en zei: 'Ik moet even met je praten. Er wordt geld gepikt.' Ik werd knalrood. 'Meneer Appel, u denkt toch niet dat ik ...' 'Nee, nee, nee! Jij bent de enige die ik vertrouw; er lopen hier zeven verkopers rond. Jij moet uit zien te vinden wie er steelt.' En daar ging ik, als een soort Sherlock Holmes die winkel door. Apetrots. En opgelucht. Misschien heb ik een honderdste van een seconde gedacht dat hij mij voor een dief had aangezien. Terwijl diefstal zo ongelooflijk ver van mij af staat.''

,,Ik weet nog dat ik op een dag een auto kocht met een radio er in. Iemand zei toen tegen mij: 'Weet je wel dat die radio heel makkelijk te pikken is?' Makkelijk te pikken? Zo had ik er helemaal niet naar gekeken. Ik wil weten hoe de radio klinkt en of dat ding makkelijk te bedienen is. Ik vind het onbegrijpelijk dat iemand steelt. Er wordt wel eens geroepen: 'Je zal maar honger hebben.' Ja, da's heel rot, maar ga dan gewoon op een eerlijke manier je best doen om aan eten te komen. Doe er iets voor! Daarom geef ik altijd geld aan een straatmuzikant. De draaiorgelman krijgt ook wat - zolang er maar geen motortje aan zijn orgel zit. Rot op! Draaien, draaien voor je geld. Je krijgt het niet voor niets.''

,,Ik geef wel eens wat weg aan een arme zielepoot, maar veel mensen geloven dat ik in mijn vrije tijd ook voor Sinterklaas mag spelen. Ik krijg wel tachtigduizend brieven per jaar - je weet soms niet wat je leest. Laatst schreef iemand mij: 'Beste meneer Huisman, u woont zelf erg mooi dus u zult vast begrijpen dat wij ook graag gaan verhuizen. We hebben nu een huis gevonden. Het kost 180 000 gulden, kosten koper. Wilt u zo vriendelijk zijn dit bedrag op ons bankrekeningnummer over te maken?' Ik zing in mijn programma: 'De wereld mag veranderen/ De mensen zijn gelijk/ Niets is echt onmogelijk/ U gelooft uw ogen niet/ Als u al die verrassingen in de Surprise show ziet!' Er zijn mensen die deze tekst veel te letterlijk nemen.''

8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

,,Ik lieg niet, ik overdrijf. Om uit te drukken hoe mooi ik iets vind. Als ik in gezelschap vertel over iets wat we hebben meegemaakt, zeg ik vaak: 'HèLi? Hè Li?' Waarop Lia zegt: 'Waarom moet ik met je mee liegen? Het was prachtig, maar jij wil het altijd nóg groter maken.' Ik weet ook niet waarom ik dat doe. Het hoort bij me; daarom hangen de mensen vaak ook aan mijn lippen. Het bekt beter als ik zeg: 'Ik krijg tachtigduizend brieven per jaar'. Misschien zijn het er tienduizend minder, ik wil alleen maar aangeven dat er dózen vol binnen komen. Mijn moeder doet precies hetzelfde. Als ze zegt: 'Waar zát je nou? Ik heb wel twintig keer gebeld!' kun je dat getal meteen door drie delen. Blijkbaar zit het dus in de aard van het beestje.''

9. Gij zult geen onkuisheid begeren

,,Een mooie vrouw is een mooie vrouw. Ik vind het niet fout om iemands benen te bewonderen of te zeggen: 'Jee, wat een lekkere meid!' Verder gaat het niet hoor. Ik ben niet iemand die op straat honger krijgt en thuis eet.''

10. Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

,,Ik voelde mij als kind onbegrepen. Ik was niks en ik kon niks. Zat op school in de 'domme rij'. Op mijn twaalfde riep ik: 'Wacht maar! Jullie zullen nog van mij horen.' Ik was niet uit op de plaats van een ander; ik wilde vooral een eigen plek veroveren. Dat ik op een dag bekend zou zijn, stond voor mij al heel vroeg vast. Ik voelde me anders. Mijn moeder heeft een tijdje gedacht dat ik homo was. 'Je doet zo vreemd,' zei ze dan. Ik was dertien, deed blonde plukjes in mijn haar, of nam een permanentje. Dat hoorde bij het image van de popmuzikant die ik wilde worden. 'Misschien is-ie wel homo...' Het was aandachttrekkerij. Een ongekende bewijsdrang.''

,,Als ik nu stil sta en om mij heen kijk, schrik ik wel eens. Het is toch iets meer geworden dan ik had gedacht. Ik was met minder ook wel blij geweest. Ik loop nog steeds rond met de gedachte: is het wel normaal dat ik zo'n rijk leven heb, dat ik zo prachtig woon? Dit is geen interessant-doenerigheid voor de krant ofzo, je moet me echt geloven: ik vraag het mij da-ge-lijks af. Ik ben nu net zo bekend als de mensen die ik bewonder. En toch zal ik mij nooit aan hen gelijk stellen. Ik kan mij nog steeds de mindere voelen. Ik zal je een paar voorbeelden geven: ooit deed Kasper van Kooten, als klein jongetje, mee in de voorronde van de Soundmix-show. In de pauze kwam iemand mij vertellen dat Kees en Barbara in de zaal zaten. Toen ik dat hoorde, kreeg ik de zenuwen. Kees van Kooten... wat zal die man niet van mij denken? Maar na afloop kwam Kees vertellen dat hij zich kostelijk had vermaakt. 'Bereid je echt niets voor?' vroeg hij. 'Nee', zei ik, 'Het is allemaal improvisatie.' Waarop hij heel serieus begon te vertellen over zíjn manier van werken. En Wim de Bie heeft tegenover mijn huis, in het bos, een kar staan waarin hij vaak gaat zitten om zijn teksten te schrijven. Ik kan eindeloos naar de overkant turen en denken: daar wordt alles bedacht... Ik heb een enorm respect voor die twee jongens. Kees en Wim hebben ooit een parodie op de Soundmix-show gemaakt, met de 'Lee Towers Itimators'. Dat was zó goed gedaan. Ik voelde me vereerd. Zíj mogen best op mij neer kijken. Hetzelfde geldt voor Freek de Jonge. Ook iemand voor wie ik veel bewondering heb. Hij had een boek geschreven over de Zaanstreek en mij uitgenodigd voor een busreisje. De bus zat vol intellectuelen; iedereen was erbij. Plotseling roept Freek door de microfoon: 'Henny, jij hebt toch ook aan de West gewoond?' 'Ja,' zeg ik, 'daar rechts, een klein huisje.' 'Nou,' zegt Freek, 'het kan mij niet klein genoeg zijn!' Prachtig toch? Maar het mooiste moment beleefde ik tijdens een show van Toon Hermans. Halverwege de voorstelling zei Toon: 'Jongens, doe eens even een lichtje aan, Henny Huisman schijnt hier in de zaal te zitten.' Ik schrok me rot. Maar ik was zo trots! Toon Hermans had het over míj: het domste jongetje van de klas. Henny die niks was en niks kon.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden