Zaterdagploegen spelen met mouwen opgestroopt

AMSTERDAM - Zaterdagvoetbal tegen zondagvoetbal staat weer voor wilskracht tegen techniek. De strijd om de algehele amateurtitel beantwoordt dit jaar meer dan lang het geval is geweest aan het traditioneel grote verschil tussen zaterdag- en zondagamateurs. De collectief-denkers van IJsselmeervogels nemen de handschoen vandaag en volgende week op tegen de individueel veel getalenteerder tikkers van zondagkampioen Holland.

De terugkeer van botsende spelstijlen is opvallend. De zaterdagamateurs slaagden er sinds de tweede helft van de jaren tachtig steeds beter in, tegenwicht te bieden aan de veel meer op techniek leunende zondagkampioenen. Met name ACV, Quick Boys en Katwijk droegen daartoe bij. Omdat de ploegen uit het vissersdorp bovendien hun techniek koppelden aan wilskracht beheerst het zaterdagvoetbal de titelstrijd nu al weer drie opeenvolgende jaren. Het laatste zondagsucces staat op naam van De Treffers (1991). Sinds de invoering van de amateurstrijd in 1969 zegevierden de zaterdagamateurs 17 keer. De zondagkampioen was negen keer de sterkste. Met drie titels (1976, 1977 en 1983) is IJsselmeervogels de voornaamste leverancier van de zaterdaginbreng. De erelijst van Holland steekt daarbij schril af. De club uit Utrecht bivakkeerde in 1989 nog in de derde klasse en trok in het debuutjaar in de hoofdklasse de eerste zondagtitel in 1993 aan zich. In het door clubs veel lager gewaardeerde bekertoernooi, dat sinds 1980 districtsgewijze en gemengd door de zaterdag- en zondagtak wordt afgewerkt, liggen de resultaten heel anders. Slechts Drachtster Boys (1983), AZSV (1986) en Lisse (1994) vertegenwoordigen de zaterdagtak onder vijftien winnaars.

Als de strijd tussen zaterdag- en zondagamateurs vooral een botsing is van wilskracht en techniek legt de eerste kwaliteit op grond van koele cijfers aanzienlijk meer gewicht in de schaal. Op deze basis heeft IJsselmeervogels de beste papieren voor de hoogste eer. De favorietenrol komt op andere gronden echter Holland toe. Het eerste argument daarvoor is de kracht van de selectie, die met een gemiddelde leeftijd van bijna 29 jaar overigens wel oud te noemen is. Het negental Lettinck, Aipassa, Van Hanegem, Alflen, Vierklau, Brouwer, Testalamuta, Wahl en Kelders genoot de opleiding bij de profclub FC Utrecht. Ook de namen Hoogeveen, De Bruyn, Godée, Talha en Grünholz spreken op het hoogste amateurniveau tot de verbeelding. Het tweede argument voor Hollands verwachte heerschappij is de wijze waarop de zondagtitel is behaald. De afdelingseer liet weliswaar relatief lang op zich wachten, het terzijde schuiven van Baronie en Appingedam was imponerend: twaalf treffers, twee tegendoelpunten en slechts één zwakke avond in Breda (Baronie-uit: 1-0).

IJsselmeervogels heeft een heel ander aanzien. De club gaf de nieuwe trainer Erik Assink voor dit seizoen de opdracht, te bouwen aan een herkenbaar Spakenburgs team, dat thans met een gemiddelde leeftijd van 22 jaar bijna tienerachtig afsteekt bij Holland. Vasthoudendheid in de competitie en vastberadenheid tegen Katwijk en Kozakken Boys bracht de vechtmachine echter nooit gedacht succes in de vorm van de zaterdagtitel. Thans is er honger naar de ultieme reeks. Assink kiest daarbij gaarne voor de underdog-rol maar zegt anderzijds: “Ik heb maling aan Holland. Wij hebben niets te verliezen omdat we al zoveel wonnen. Natuurlijk heb ik respekt voor de tegenstander, maar ik hoef ze niet op te hemelen. Evenmin hoef ik mijn eigen ploeg naar beneden te halen. Dat is nergens voor nodig”.

De leeftijdsopbouw van beide selecties en de achtergrond van de spelers vormen in de ogen van Assink de voornaamste verklaringen van het verschil tussen zaterdag- en zondagkampioen: “Technisch/tactisch kunnen wij ons niet meten met Holland. Die voorheen betaalde jongens hebben veel meegemaakt. Keerzijde daarvan is dat zij, in deze wat latere fase van hun carrière, vooral het balletje willen laten rondgaan. Dat kunnen ze goed. Onze kwaliteit ligt in de organisatie, het enthousiasme en de werklust. Die kwaliteiten hebben we omdat mijn spelers veelal aan het begin van hun voetballoopbaan staan en nog niet veel hebben meegemaakt.”

Daan Schotting, competitieleider bij de hoogste amateurs, onderschrijft die visie: “Ik moet zien wat er gebeurt als Holland het eigen spel niet kan spelen omdat het fel op de huid gezeten word. Het zit niet in hun mentaliteit onder die druk strijd te moeten leveren. Dat is een verschijnsel dat ik breder waarneem. Het vindt zijn oorzaak in het feit dat veel oud-profs op zondag afbouwen, terwijl zaterdagclubs overwegend uit de eigen basis putten. Dat heeft weer gevolgen voor de beleving en de betrokkenheid, die bij zaterdagclubs ontegenzeggelijk groter is dan op zondag.”

Schotting ziet minder in de verklaring die Vogels-voorzitter Arthur van den Berg aandraagt voor het zaterdag/zondag-verschil. Hij zegt: “Zaterdagclubs hebben vanuit hun functie in lokale gemeenschappen meer een dorpsmentaliteit: zie Urk, zie de Spakenburgse clubs. Ik heb het zelf meegemaakt toen ik halverwege de jaren zeventig naar dit dorp kwam. Het publiek is ook veel meer betrokken.”

Holland-trainer Gert Kruys is verheugd met de botsing van spelstijlen. De voormalige granieten middenvelder van FC Utrecht, die vorig jaar zelf nog deel uitmaakte van de ploeg welke hij nu traint en in zijn debuutjaar als trainer opgaat voor de hoogste prijs: “Zaterdagploegen spelen met het hart. De mouwen worden opgestroopt. Als het bij Holland tegenzit omdat de bal of het veld slecht is, leidt dat tot wisselvalligheid in de prestaties. Ik houd er wel van als de beleving lekker fel is, al zullen we ons eigen spel moeten spelen. Wij moeten het hebben van techniek, niet van wilskracht.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden