Zapatero wacht moeilijke klus

De Spaanse premier José Rodríguez Zapatero is de duidelijke winnaar van de parlementsverkiezingen. Maar om te regeren blijft hij afhankelijk van Catalaanse nationalisten.

De afgelopen vier jaar hing er een schaduw over Zapatero (47): de suggestie dat hij zijn overwinning dankte aan de aanslagen in Madrid, enkele dagen voor de parlementsverkiezingen van 2004. Maar het resultaat van gisteren helpt die gedachte uit te wissen. Zijn partij, de PSOE, haalde vijf zetels meer (169 van de 350) dan de vorige keer, en nooit eerder was het aantal stemmen op de socialisten zo groot.

De conservatieven van de Partido Popular (PP) boekten ook winst, maar bleven steken op 153 zetels.

De conclusie is dat de aanval op het imago van Zapatero – die werd afgeschilderd als naiëf, radicaal, en gevaarlijk – is mislukt. De conservatieven moeten zich beraden op hun agressieve strategie, waarbij steeds de staatkundige en morele ondergang van het land werd voorspeld.

In zijn overwinningsspeech zei Zapatero zondag dat de Spanjaarden die confrontatiepolitiek ondubbelzinnig hebben afgewezen. Hij beloofde de komende vier jaar te regeren met ’vaste en uitgestoken hand’.

De tweede termijn van Zapatero belooft moeilijk te worden. De werkloosheid stijgt snel, de inflatie ook. En in de motor van de economische groei van de laatste tien jaar, de huizenbouw, is door de kredietcrisis de klad gekomen. Dan is er ook nog de immigratie, die in deze verkiezingscampagne voor het eerst een thema was. Immigranten zijn de eersten die te maken krijgen met de gevolgen van de haperende economie.

Zapatero zal bovendien ook de komende jaren de handen weer niet vrij hebben. Dat is nooit het geval in de Spaanse democratie, die steeds meer lijkt op een tweepartijenstelsel waarbij de winnaar afhankelijk is van de steun van luidruchtige nationalistische partijen in de regio’s Baskenland en Catalonië.

Het kiesstelsel, dat is gebaseerd op regionale districten, is bijzonder voordelig voor deze partijen, die veel minder stemmen nodig hebben om zetels te krijgen dan landelijke partijen. Zo krijgt de vorige coalitiegenoot van Zapatero, de separatistische ERC in Catalonië, met 1,1 procent van de stemmen nu 3 zetels in het parlement. De Spaanse versie van GroenLinks, Izquierda Unida, haalde 3,8 procent en krijgt er twee.

Het bracht de Baskische filosoof Fernando Savater tot de formulering van de volgende ’Spaanse paradox’: de regeerbaarheid van Spanje hangt af van partijen die niet in de centrale staat geloven of er zelfs uit willen losbreken.

Meest voor de hand liggende partner voor Zapatero, nu de ERC veel verloren heeft, is de grotere, christendemocratische broer van het Catalaanse nationalisme, de CiU. De CiU boekte een zetel winst, ging van 10 naar 11, en zou Zapatero aldus aan een werkbare meerderheid kunnen helpen. Een obstakel voor deze oplossing zou de historische animositeit tussen de Catalaanse afdeling van de PSOE en de CiU kunnen zijn, maar ’mathematisch gesproken’ zijn er volgens veel waarnemers eigenlijk geen andere mogelijkheden.

De verliezende Baskisch-nationalistische PNV (van 7 naar 6 zetels) wil graag. Voor Zapatero is dit vooruitzicht wel erg onaantrekkelijk: de PNV heeft eigenlijk maar één wens: een referendum over de onafhankelijkheid. De president van de Baskische regio Ibarretxe kondigde eerder aan dat deze illegale volksraadpleging in oktober moet plaatsvinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden