Zangerskeus zonder zwakke plekken

De Noorse alt Anne Gjevang maakte van haar korte, maar o zo belangrijke optreden als Erda in 'Das Rheingold' de indrukwekkendste gebeurtenis in het 2 1/2 uur durende drama. Met haar nobele, dwingende stem (ook in de laagte!) verleende zij aan de 'Weiche, Wotan!-scène werkelijk goddelijke allure, waarbij Gjevang de grote Erda's van vroeger in herinnering riep.

Ook Mime's korte ariaatje 'Sorglose Schmiede' van de Britse tenor Graham Clark leverde een prachtig moment op. Samen met de Duitse mezzo Reinhild Runkel (een autoritaire en overtuigend gezongen Fricka) vormden zij in deze produktie de wetenden, zij die hun respectievelijke rollen elders al vele malen eerder zongen.

Maar er waren ook onwetenden en één half-wetende. Deze laatste was Henk Smit die de rol van Alberich weliswaar al eens concertant zong, maar hem nooit in combinatie met kostuum en decor deed. Zijn ruige, stabiele bariton leende zich perfect voor Alberichs uitingen.

Van de onwetenden was de Loge van Chris Merritt de grootste verrassing. Het moet een geniale vondst genoemd worden om Merritt in deze rol te casten. Voor Merritt (Rossini-specialist en vorig jaar in Amsterdam en Salzburg een opvallende Aaron) was dit zijn eerste Wagnerrol. De listige Loge werd in Merritts stem fenomenaal gekarakteriseerd. Het soms hoog oplaaiende nasale vibrato en het haast slijmerige portamento pasten deze vuurgod fantastisch.

Voor de echte grote Wagner-kanonnen is in 'Das Rheingold' nog geen plaats. Van Siegmund, Sieglinde, Brünnhilde en Siegfried is in de volgende opera's pas sprake. Daarom valt of staat 'Das Rheingold' met de juiste cast van kleine rollen, die allen indruk moeten maken in kort tijdsbestek. Voor Wotan moet de Olympus ook nog komen, maar John Bröcheler wist alvast in een fraai gezongen 'Abendlicht strahlt der Sonne Auge' een voorproefje te geven van wat ons te wachten staat. Ik kon me desondanks niet aan de indruk onttrekken dat Bröcheler donderdagavond niet helemaal gedisponeerd was.

Gabriela Fontana, Hanna Schaer en Catherine Keen openden de avond helder en pregnant als drie geweldig harmoniërende Rijndochters. Peter Mikulas en Carsten Stabell (Fasolt en Fafner) torenden met hun krachtige bassen mooi boven het orkest uit. Jürgen Freier (Donner), Albert Bonnema (Froh) en Carola Höhn (Freia) maakten in hun korte scènes allen indruk. Het gebeurt niet vaak dat een opera zo hoogwaardig bezet is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden