Zangers, orkest en Haenchen vlammen

Opera

Die Walküre De Nederlandse Opera ****

Is het echt alweer vijftien jaar geleden dat Pierre Audi's enscenering van 'Die Walküre' in première ging? In 1998 was dat, toen het Rijksmuseum nog gewoon 'ongerenoveerd' open was, en Riccardo Chailly, even verderop, nog stevig in het zadel zat bij het Concertgebouworkest. Een heel tijdperk is er sindsdien verstreken.

En zie, na een eerdere succesvolle reprise in 2004, is 'Die Walküre' zaterdag opnieuw met gejuich ontvangen. In de maand dat het Rijksmuseum heropende (tien jaar dicht) en Chailly terugkeerde (negen jaar weggeweest), kan men zich nu ook weer laven aan deze topproductie. Want dat is het nog steeds, een tijdloze, magnifieke enscenering waarvan de jaren zijn afgegleden.

Muzikaal staat het geheel zoals alle voorgaande keren onder leiding van de inmiddels met de partituur vergroeide Hartmut Haenchen, die aan het hoofd van het Nederlands Philharmonisch Orkest evenmin getekend leek door de verstreken tijd. Daar zaten ze weer, óp het toneel, in de uitsparing van die gigantische plak hout - het zaagvlak van de door Wotan geschonden oer-es - dat zo typerend en allesoverheersend is in het decor.

Het houten gevaarte (schitterend ontwerp van George Tsypin) is in de loop de jaren wat gaan kraken, maar verder halen Audi en zijn belichter er wederom wonderen mee uit. Het wonderbaarlijkst nog als er in de derde akte, tijdens de beruchte Walkürenrit, door de jaarringen van het hout heen ineens vuur omhoog vlamt. Volkomen onverwacht vuur, want dat hoort pas helemaal aan het eind van die akte op te laaien, als Wotan zijn dochter in een ring van vuur te slapen legt. Juist daar laat Audi dan het vuur weer compleet achterwege - een subtiel spel met onze verwachtingen.

Als het vuur gedoofd is, verandert de kleur van het hout in een schitterend nachtblauw en door de jaarringen heen schemert dan subtiel geel licht. Hoe vaak je het ook hebt gezien, het blijft een wonderschoon effect. En daarboven gaan dan de acht Walküren hojotoho-end vocaal los. Een volumineus achttal deze keer onder wie maar liefst vier Nederlandse zangeressen.

De Walkürenrit is misschien wel de bekendste scène uit de hele 'Ring des Nibelungen', een scène waarop iedereen zit te wachten. In hun even vreemde als intrigerende uitmonstering stellen deze Walküren niet teleur. Haenchen zweepte het ontketende orkest en de zangeressen hier op tot opwindende hoogte.

De muzikale opbouw van Haenchen was sowieso subliem. Zoals hij in de eerste akte meehielp met het vocaal laten opbloeien van Sieglinde was van een grote schoonheid.

En natuurlijk gaf Haenchen thuis als Wagner na Wotans Abschied het orkest bijkans laat exploderen in zowat de allermooiste climax in het hele operarepertoire. Grote, grote klasse wat orkest en dirigent hier aan opwinding en ontroering genereerden.

In de zangersbezetting is alleen Dotris Soffel (Fricka) een oudgediende. Met een stem van gemoffeld staal breekt zij Wotans onverzettelijkheid in haar grote scène in de tweede akte. Indrukwekkend hoor!

De incestueuze Siegmund en Sieglinde worden deze keer door Christopher Ventris en Catherine Naglestad gezongen. Zeer aan elkaar gewaagd deze twee, die volledig opgaan in hun nieuwe lente en nieuwe liefde. Schitterend hoe Audi ze hier elkaars vlechten uit het haar laat halen. Het is dan vooral Naglestad die in de laatste akte het hart raakt in haar grote lyrische uitbarsting als ze zich bewust wordt van het feit dat er een klein Siegfriedje in haar buik groeit.

De nieuwe Brünnhilde stelt ook al geen moment teleur. Bovendien is Catherine Foster een sopraan die ondanks de zware partijen een jeugdige klank heeft weten te behouden. De giechel na haar imponerende 'Hojotoho'-opkomst sprak boekdelen. In het afscheid van haar vader Wotan was Foster magnifiek.

Wotan zelf - bariton Thomas Johannes Mayer - bleef een beetje achter bij dit niveau. Er zitten nog te weinig lagen (of jaarringen) op deze stem, al boeit Mayer als persoon en vader van begin tot eind. Günther Groissböck maakte ten slotte grote indruk als Hunding.

Peter van der Lint

Nog zes voorstellingen t/m 12 mei in het Muziektheater. www.dno.nl

Jazz

Joey Calderazzo en Branford Marsalis ****

Een Marsalis is ook maar een mens. Net als zijn trompet spelende broer Wynton heeft saxofonist Branford Marsalis in het verleden niet bepaald een blad voor de mond genomen als het om zijn collega's ging. Hij vond hun muziek vaak niet goed of die deugde niet, en spelen konden velen volgens hem evenmin. Dat Marsalis zelf een virtuoos is, staat buiten kijf, maar het publiek in de Groningse Oosterpoort zag een man aan het werk die het hevig met zijn instrument te stellen had. Riet na riet probeerde hij, maar zijn befaamde brede geluid liet lang op zich wachten. Het frustreerde de saxofonist zichtbaar, het optreden werd er echter niet minder door, integendeel.

Gedurende zijn carrière heeft ook Marsalis de nodige verwijten te verduren gekregen. Een daarvan was dat zijn muziek technisch formidabel was, maar doorvoelde emotie miste. Met dat vooroordeel rekende Marsalis in de Oosterpoort ongenadig hard af. Het aan zijn vrouw opgedragen 'Eternal' sneed vlijmscherp door de ziel. De hele duur van het nummer was het ademstil in de zaal, daarna barste er een minutenlang applaus los. De set was toen pas halverwege.

Eenzelfde effect had de toegift 'Seaglass', een nummer van de jonggestorven saxofonist Michael Brecker, de man die vriend en mentor was voor de tweede virtuoos op het podium: pianist Joey Calderazzo. Net als Marsalis wisselde Calderazzo onwaarschijnlijk vingervlugge improvisaties af met eenvoudiger, maar indringend gespeelde melodieën. Harmonisch is zijn spel bovendien op het briljante af. De manier waarop hij zijn eigen compositie 'Bri's Dance' door middel van een lange intro steeds vanuit een andere invalshoek aankondigde met subtiele verwijzingen naar de melodielijn, was daar een perfect voorbeeld van. Steeds een andere lichtval, steeds een ander perspectief, waardoor die toch al indrukwekkende melodie van vele kanten werd belicht.

Calderazzo en Marsalis spelen al jaren samen. Daardoor kunnen ze elkaar ook in de schijnbaar onnavolgbare passages bijbenen. Aan de andere kant lijken de middelbare mannen ook nog steeds jongens die op schoolkamp mogen. Het is een adembenemend spel: tempo en complexiteit zo opschroeven dat je moet vrezen dat de ander zich vastdraait en tegelijkertijd weten dat je vriend precies zo begaafd is als jij en je er dus samen wel uitkomt.

Mischa Andriessen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden