Zanger Tito Paris: ’Morna is het volkslied van de ziel’

Gezeten op een barkruk, gitaar op de knie, verwacht je onwillekeurig de zoveelste singer/songwriter. De platte pet en bretels vervolmaken de suggestie, maar als hij eenmaal zingt slaat dat beeld in één klap om want Tito Paris is van een geheel andere categorie. Omringd door een ingehouden spelend trio bracht hij dinsdag het Vredenburg-publiek in een mum van tijd in vervoering. Met zijn zoete, opgeruwde stem materialiseert hij het verlangen naar Kaapverdië, verzet heeft geen zin.

In het kielzog van Cesaria Evora voert Paris de nieuwe golf singer/songwriters aan die vanuit Kaapverdië de rest van de wereld verovert. De archipel voor de kust van West-Afrika is een schatkamer met nieuwe artiesten als Sara Tavares, Lura en Mayra Andrade. Hun slepende morna-liedjes maar ook de swingende coladeira’s bezitten altijd een bitterzoete ondertoon vol melancholie.

Backstage vertelt Paris: „Kaapverdië barst van het talent. Ieder eiland kent zijn eigen stijl. Op Boavista klinkt de morna als een bolero, op San Antonio als country. Op San Vicente, waar ik vandaan kom, zingen we hem meer klassiek.”

Paris werd in 1963 in Mindelo geboren: „Mijn vader voer op schepen naar Rotterdam. Daar heeft hij nog een tijdje gewerkt. Hij begon een eigen band, Benintónica, vernoemd naar zijn schip. Mijn grootvader was instrumentenbouwer, dus van jongs af aan was ik door muziek omgeven. Al op mijn tiende hing ik rond in de talloze havenkroegen, in iedere bar speelden wel vier gitaristen. Tot vandaag neem ik twee van mijn broers steeds op tournee.”

Toen hij negentien jaar oud was verhuisde Paris naar Portugal om als gitarist bij Bana te musiceren: „Hij was de koning van de morna. Daarna ben ik voor mezelf begonnen. Eerst componeerde ik liedjes voor anderen, zoals voor Cesaria. In 1985 debuteerde ik met het album ’Dança Criola’.”

In Vredenburg werd die titelsong als een soort volkslied door de vele Kaapverdianen in de zaal meegezongen. Het is Tito’s favoriete song, die alles uitdrukt. Want wat de tango betekent voor Argentinië en de rebétika voor Griekenland, is de morna voor Kaapverdië.

Uitgevoerd op een bedwelmende cadans vangt deze Kaapverdiaanse blues in poëtische liederen het dubbele gevoel waarmee elke Kaapverdiaan geboren wordt. Wanneer twee derde van je volk elders woont kun je niet anders dan verlangen koesteren. Tito: „Zingen ervaar ik als een grote emotie. Soms is het moeilijk met woorden uit te drukken wat je voelt. Wanneer mensen meezingen schept dat verbondenheid en moet ik er van huilen.”

Het belang van Tito Paris valt niet te onderschatten. João Ortet, bandleider van de Rotterdams/Kaapverdische groep Rabasa, is een groot fan: „Ze zeggen altijd dat Cesaria de koningin is, wel dan is Tito onze prins van de morna. Hij is een fantastische zanger met een apart geluid, tegelijkertijd ook een invloedrijk tekstschrijver en componist. Dat maakt hem zo briljant.”

Volgens Orett is Rotterdam de hoofdstad van de Kaapverdische muziek: „Bijna alle Kaapverdianen werkten op schepen. Zo arriveerden de eerste muzikanten in Rotterdam, daarna hun familieleden. De meest legendarische band van Kaapverdië, Voz de Cabo Verde, werd in Rotterdam geboren. Daarin zaten grote artiesten als Bana, Luis Morais en later ook Paulo Viera. Rotterdam was de broedplaats van het Kaapverdiaanse geluid.”

Carlos Dos Santos woont al dertig jaar in Nederland, maar werd geboren op het Kaapverdiaanse eiland Praia. Hij runt het label en de platenzaak CDS Music, in hartje Rotterdam: „Tito is een van de groten, heus ’de prins van de morna’.

Carlos beschouwt Kaapverdië als een muzikale schatkamer: „Wij hebben geen goud, geen grondstoffen. Muziek is onze rijkdom. Cesaria heeft de deuren geopend, nu volgt de rest.”

De stijl van Tito noemt hij traditioneel, zelf brengt hij vooral modern repertoire op cd uit: „Muziek met keyboards. De Rotterdamse Kaapverdiaan Gil Semedo is heel groot, die heeft al 200.000 albums wereldwijd verkocht. En vergeet Suzanna Lubrano niet, ook uit Rotterdam afkomstig. Zij won drie jaar geleden de Kora Award, de Grammy van Afrika.”

De doorbraak van de Kaapverdiaanse pop verklaart Hans de Lange, doordeweeks is hij programmeur van De Doelen, in het weekend actief als percussionist bij Rabasa, uit twee factoren. „De melodieën en ritmes liggen voor Europeanen gemakkelijk in het gehoor. Het draait om de synthese tussen Europese, Portugese en Afrikaanse muziek. Bovendien is Kaapverdiaanse muziek uiterst gevarieerd, dat komt voort uit de diaspora. Het geheim van de morna vat Tito Paris tot slot in een zin samen: „Morna is het volkslied van de ziel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden