Review

Zand, zout, schelpen en verhalen

Henk Figee: 'De schoenen van de zee', ill. Philip Hopman, Leopold, 91 p, Fl. 24,90, vanaf 7 jr; Selma Noort: 'Eilandkind', ill. Annemarie van Haeringen, 104 p. Fl. 24,90, vanaf 8 jaar; Ed Franck/Theodor Storm: 'De man op de schimmel', ill. Jan Bosschaert, Averbode/Becht, 133 p, Fl. 29,90, vanaf 11 jaar.

Behalve in 'De schoenen van de zee' worden die in 'Eilandkind' van Selma Noort geportretteerd als harmonisch levende mensen die weinig op hebben met het materialisme en de carrièredrang die op de vaste wal het leven bepalen. Zowel Henk Figee als Selma Noort idealiseren hun eilandbewoners dus. Dat is jammer, want daarmee ontnemen ze zichzelf de mogelijkheid tot psychologisch onderbouwde dramatiek.

Nu is dat soort dramatiek bij Henk Figee helemaal de bedoeling niet. Hij schreef 'De schoenen van de zee' als een lichtvoetige ode aan Vlieland. Hoofdpersoon is het ongeveer achtjarige meisje Roos, dat gaat logeren bij haar ome Henk en tante Cor, die samen een snackbar op het strand drijven.

Via hen leert Roos het eiland kennen: pierensteken op het wad, konijnen met myxomatose. En de eilanders blijken laconieke mensen die vol verhalen zitten. Geen grootse avonturen en conflicten dus. Wel een poètische sfeer van zand, zout, schelpen en verhalen. Bijzonder aan het boek is dat Figee fragmentjes van kinderen heeft opgenomen, die opmerkelijk goed met zijn tekst meestromen.

Voor jonge kinderen is dit verhaal een liefdevolle kennismaking met het eiland, én met taalplezier. 'Eilandkind' van Selma Noort is het vervolg op 'Eilandheimwee', dat in 1993 een Zilveren Griffel kreeg. Dit is een gevoelig, gestileerd verhaal over het jongetje Raven. Hij woont op een eilandje waar hij en zijn familieleden de enige bewoners zijn. Als Raven zes wordt, moet hij naar school op de wal en dat valt niet mee. Maar zijn juf helpt hem over zijn heimwee heen.

In 'Eilandkind' is Raven enkele jaren ouder. Een zware storm vernielt alle door vader getimmerde vakantiehuisjes op het eiland. Weg inkomsten. Met vereende krachten wordt aan het herstel van de huisjes gewerkt, waarbij Raven wel erg zelfstandig optreedt voor een kind. Eén huisje wordt alvast in orde gemaakt en verhuurd aan een schaakgrootmeester, een nors, eenzelvig type. Raven raakt gefascineerd door het schaakspel en snijdt elf schaakstukken uit juthout. De grootmeester ziet dat de stukken authentieke waarde hebben, en pakt ze af, met achterlating van wat geld.

Net als in 'Eilandheimwee' is ook in 'Eilandkind' de saamhorigheid van Ravens familie iets vanzelfsprekends. Iedereen, van de zwakzinnige Noenke tot Ravens chaotische vader, wordt in zijn waarde gelaten. Heel mooi en ideaal. Maar in tegenstelling tot 'Eilandheimwee' duikt er nu een tegenspeler op, die met zijn karikaturaal aangezette ongemanierdheid tot een soort gezamenlijke vijand uitgroeit. Zo komen goed en kwaad wel erg zwart-wit tegenover elkaar te staan.

Ook 'De man op de schimmel' van Ed Franck/Theodor Storm speelt zich af aan zee, en wel aan de Duits-Friese Waddenkust, tegen de Deense grens. Maar verder is deze roman van zo'n volstrekt andere orde en klasse dan bovengenoemde kinderboeken dat elke vergelijking oneerlijk zou zijn. Het is meer dan alleen een klassieke streekroman over de strijd van de mens tegen de elementen van de natuur; het is ook een noodlotsroman waarin verstand en bijgeloof een gevecht op leven en dood voeren. En het is een verhaal waarin het dagelijks leven mede bepaald wordt door sagen en mythen. De roman van Theodor Storm uit 1888 werd voor de vorig jaar gestarte, prestigieuze reeks Averbode/Becht Klassiekers bewerkt door Ed Franck.

'De man op de schimmel' begint als volgt: “Oktober 1935, late avond. In een zwaar onweer galoppeerde een ruiter over een dijk langs de Noordfriese Waddenzee in Duitsland.” Voor de reiziger doemt een man op een schimmel op, met wapperende mantel, en vurige ogen in een bleek gezicht. Bij een herberg aangekomen hoort hij het verhaal dat bij de mysterieuze ruiter hoort. Dat wil zeggen: in de oorspronkelijke versie hóórt hij het. Maar omdat bewerker Franck zich ergerde aan het feit dat de verteller geen spreektaal gebruikte, maar schrijftaal, laat hij de reiziger het verhaal lezen uit een schrift, opgetekend door een schoolmeester. Zo kon hij het literaire van dat taalgebruik intact laten. Een slimme ingreep, al is het toevallig dat de schoolmeester zijn schrift juist op dat moment bij zich heeft. Het verhaal uit het schrift, het hoofdverhaal, speelt rond 1750. Een jongen met een helder verstand, Hauke Haien, bedenkt dat de dijk sterker zou zijn als de helling aan de zeezijde zachter glooiend verloopt.

Die jongensdroom wordt zijn levensopgave. Eenmaal dijkgraaf maakt hij zich sterk voor nieuwe inpolderingen en een betere dijk en eist alle inzet van de boeren. Dat zet kwaad bloed. Een schimmel die hij koopt, is van de duivel bezeten, zo wordt gefluisterd. De lezer ziet - mét het zwakzinnige dochtertje - het noodlot op de man op de schimmel, afkomen. Tijdens een zware storm gaat hij ten onder, de tragische held die zijn tijd vooruit was. De lezende reiziger begrijpt nu wie de spookruiter was.

De natuurbeschrijvingen en de manier waarop de mensen in een zwijgzame boerengemeenschap met elkaar omgaan doen denken aan 'Sil de Strandjutter' van Cor Bruijn (1940). Het verhaal is echter mythischer, de sfeer geladener. De doorwrochte opbouw en psychologische karaktertekening van de negentiende-eeuwse roman is behouden, maar de taal is modern. Daarmee is Francks bewerking een sterk voorbeeld hoe klassieke literatuur voor mensen in later eeuwen toegankelijk kan blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden