Zand eten tegen de honger

Kinderen eten er zand om hun honger te stillen en de president die de armen zou bevrijden, blijkt corrupt, incompetent en verslaafd aan de macht. Haïti herdenkt tweehonderd jaar onafhankelijkheid. Fotograaf Piet den Blanken legde vast hoe weinig er te vieren valt.

Het begon allemaal zo mooi voor Haïti. Het werd op 1 januari 1804 de eerste republiek die zich aan blanke overheersing had weten te ontworstelen, nadat ex-slaven de Franse koloniale troepen van Napoleon Bonaparte -nog vóór Waterloo- hadden verslagen.

,,Het had de meest glorieuze dag in de geschiedenis van Haïti én van alle overwegend zwarte landen in de wereld kunnen zijn'', verzuchtte een Haïtiaanse activist in de Verenigde Staten. Maar, zo constateerde ook hij, dezer dagen maakt de 200-jarige onafhankelijkheid vooral duidelijk hoe hopeloos het is misgegaan in de ex-kolonie, de 'Parel van de Antillen', die met zijn suikerplantages eens goed was voor het leeuwendeel van de Franse koloniale inkomsten.

Haïti valt tegenwoordig alleen nog op met negatieve records. Het is het armste land van het westelijk halfrond, en heeft relatief het hoogste aantal gevallen van hiv/aids, ondervoeding en kindersterfte in Latijns-Amerika. Tachtig procent van de bijna acht miljoen Haïtianen leeft in armoede, eenzelfde percentage is werkloos, 85 procent analfabeet.

'Fort Dimanche' is een van de plekken waar armen hun toevlucht hebben gezocht. De Nederlandse fotograaf Piet den Blanken fotografeerde hen in hun deprimerende onderkomen, een oude kazerne waar tijdens de dictaturen van vader en zoon Duvalier, 'Papa en Baby Doc' (1957-1986) duizenden, zo niet tienduizenden mensen werden gefolterd.

Op de muren van het gebouw staan nog de noodkreten gekrast van de gevangenen, naast de namen van verliefden uit latere tijden. In vroegere cellen en de wachttoren wonen een kleine honderd mensen, die leven van het bakken van koekjes van zand en klei. De koeken zijn kalkhoudend en worden aangeprezen als middel tegen maagzuur, maar ze worden, vooral door kinderen, ook gegeten om de honger te verdrijven.

En dat onder Jean-Bertrand Aristide, die in 1990 met tweederde meerderheid werd gekozen tot president. Hij was de kampioen van de armen en werd als de redder des vaderlands binnengehaald na de dictatoriale tijden van de beruchte 'Papa en Baby Doc'.

Vooral de armen hadden hun hoop gevestigd op 'Titid', of 'de Verlosser' zoals hij liefkozend werd genoemd. Binnen een jaar werd Aristide in een staatsgreep afgezet, maar een door Amerikanen gedomineerde VN-troepenmacht bracht hem in 1994 terug aan de macht. Na vijf jaar presidentschap van René Preval, een geestverwant uit zijn Lavalas-partij, regeert Aristide sinds 2000 zelf weer, in principe tot 2006.

Maar Aristide is niet de man van weleer. De ex-priester, die inmiddels is getrouwd en twee kinderen heeft, is een 'echte' Haïtiaanse leider geworden, zeggen cynici: verkleefd aan de macht, corrupt en gewelddadig. Het ging al mis met de verkiezingen van 2000, waarin zijn Lavalas-partij door fraude een absolute meerderheid behaalde.

Geweldsuitbarstingen zijn sindsdien sterk toegenomen, met als recent dieptepunt de bestorming door Aristide-aanhangers van de universiteit, waarbij in december verscheidene studenten gewond raakten. Toen de rector van de universiteit tussenbeide wilde komen, sloegen de aanvallers zijn knieën met ijzeren staven kapot. Aristide veroordeelde de actie, maar kritiseerde tegelijk de studenten.

Officiële oppositiebewegingen hebben zich inmiddels verenigd in het zogeheten Blok van 184 (maatschappelijke, ondernemers- en andere organisaties), en eisen het aftreden van Aristide. Maar het Blok heeft maar beperkte aanhang en is intern verdeeld. Eén van zijn leiders, de zakenman André Apaid, staat erom bekend ooit Haïtianen te hebben beschoten die plannen hadden een vakbond op te richten. Toen de Zuid-Afrikaanse president Mbeki tijdens een recent bezoek aan het land probeerde 'de oppositie' te spreken te krijgen, moest hij afspraken maken met afzonderlijke leiders.

Daarnaast wordt het steeds onrustiger in de krottenwijken van Port-au-Prince en Gonaïves. Het verzet daar is chaotisch, gewelddadig en zonder politiek programma. Ook in naam van Aristide opereren bewapende en gedrogeerde bendes, die doen denken West-Afrikaanse bendes van krijgsheren, én aan de ooit zo gevreesde tontons-macoutes, milities uit de Duvalier-tijd. Volgens Jean-Claude Bajeux, voorman van het gezaghebbende oecumenisch centrum voor mensenrechten is ,,de staat zelf de grote delinquent geworden, degene die wanorde en geweld creëert''.

Het feest rond de 200 jaar onafhankelijkheid wilde dan ook niet van de grond komen. Aristide had gehoopt te kunnen pronken met een scala aan internationale leiders, maar moest genoegen nemen met slechts één buitenlandse president, de Zuid-Afrikaanse Thabo Mbeki, die de onrust zelf kon waarnemen. In Gonaïves, waar de onafhankelijkheid destijds werd uitgeroepen, werd zijn konvooi beschoten; voor het presidentieel paleis in Port-au-Prince werd gevochten.

De oppositie greep de festiviteiten aan voor stakingen en protestdemonstraties, die nog steeds voortduren en zondag tien- tot twintigduizend mensen op de been brachten -een nieuw record. Het was een van de weinige demonstraties die vreedzaam verliepen; de afgelopen maanden zijn bij politiek geweld al tientallen doden gevallen. Afgelopen week verdween een serie kritische radiostations uit de lucht, nadat de boel er kort en klein was geslagen.

De macht van Aristide is er voorlopig alleen maar groter op geworden. Er hadden al lang parlementsverkiezingen moeten worden gehouden, maar omdat de Lavalas-partij en de oppositie het niet eens werden over de organisatie, zijn ze niet doorgegaan. En aangezien het mandaat van de parlementariërs is verlopen regeert Aristide daarom sinds maandag bij decreet.

Op internationale, met name Amerikaanse bemoeienis zoals begin jaren negentig, hoeft Haïti niet te rekenen. Destijds waren het met name de tienduizenden vluchtelingen die met bootjes naar de VS kwamen, die de toenmalige president Clinton tot actie bewogen. Met de presidentsverkiezingen in het zicht hebben noch George Bush, noch Democratische kandidaten (via Clinton immers 'medeverantwoordelijk' voor de chaos na de terugtrekking van de VN-macht) er belang bij het Caribische land op de agenda te zetten.

President Aristide wijst intussen naar Frankrijk als de grote schuldige aan alle problemen: ,,De armoede is het resultaat van 200 jaar van intriges'', herhaalde hij de afgelopen maanden voortdurend tijdens toespraken in het land. Hij heeft van Frankrijk 21 miljard dollar geëist om een nieuw, ambitieus 21-puntenplan voor de ontwikkeling van Haïti uit te kunnen voeren. Het bedrag is het tegenwoordige equivalent van de 90 miljoen francs die Frankrijk in 1804 eiste in ruil voor de onafhankelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden