zal verdwijnen

(Trouw) Beeld
(Trouw)

De wereld van de kantonrechters verandert in hoog tempo. Ze moeten steeds meer zaken behandelen, de verzakelijking neemt toe. Een wetswijzing leidt ertoe dat de kantonrechters nog meer te doen krijgen.

Quirijn Visscher

De schelbel klingelt door het trappenhuis van het kantongerecht Groenlo. In de zittingszaal op de bovenverdieping trekt kantonrechter Wilco Haasnoot (46) in toga aan het historische schelkoord. De civiele rolzitting kan beginnen. Het kantongerechtsgebouw uit 1907 in het Gelderse vestingstadje ademt de sfeer van weleer. De kwesties van de Achterhoekers die met de bode naar boven komen, zijn echter helemaal van nu.

In hoog tempo verandert de kantonrechtspraak van karakter. Van deftige lokale notabelen die hun scepters zwaaiden over hun zelfstandige kantongerechten in oude provincieplaatsen ontwikkelen kantonrechters zich tot snelle beslissers in veelvoorkomende, vaak eenvoudige zaken. Hun werkterrein blijft breed: geschillen tussen burgers (zaken tot 5000 euro), arbeids- en huurkwesties en ook lichte strafzaken en verkeersovertredingen. Steeds vaker werken ze vanuit centrale rechtbankkantoren. Verzakelijking lijkt onvermijdelijk. Het aantal rechtszaken groeit immers als kool, jaar in jaar uit.

De wereld van de kantonrechter verandert komend jaar opnieuw van vorm en stijl als de Eerste Kamer dit najaar een wetsvoorstel goedkeurt over modernisering van de rechterlijke organisatie. Als die in werking treedt, mag de kantonrechter veel meer zaken afdoen, zoals handelszaken tot 25.000 euro. Ook mag de rechtspraak dan bepalen waar nevenvestigingen zijn. Voor Groenlo is nu al duidelijk dat het gerechtsgebouw dichtgaat en dat de rechtspraak vertrekt.

„Wat een romantische inrichting”, mijmert Jan Bram de Groot (50), waarnemend president van de Rechtbank Zutphen, in de zeegroene zittingszaal in Groenlo. De ambiance van fraai houtsnijwerk, glas-in-loodramen, groenfluwelen gordijnen en de tinnen rechtersinktpot stemt weemoedig bij het naderende afscheid van deze nevenvestiging ’Oost-Gelre van de Zutphense rechtbanksector kanton’. Maar een warm gerechtsgebouw ’s winters is ook fijn, merkt Haasnoot op. Nu stoken oude gaskachels het pand warm. Modern is anders. Sinds april werkt de griffie al vanuit Zutphen.

Tot voor kort had je lokale kantonrechters die heer en meester waren over ’hun’ plaatselijke gerecht. Soms bestierde die zo’n gerecht ruim anderhalve generatie alleen of met een of twee collega’s. Kantonrechters waren gehecht aan hun eigen winkeltje. „Ze waren als middenstanders die zich verantwoordelijk voelden voor hun klanten”, zegt De Groot die zelf kantonrechter was. „Het enige verschil was dat ze aan het einde van de dag niet hoefden te zorgen voor een kloppende kassa. Sommigen kochten bij wijze van spreken zelf de lampen en schuursponsjes. Eens per jaar kwam iemand van Justitie met nieuwe gummetjes.”

Verantwoordelijkheidsgevoel en laagdrempeligheid kenmerken de kantonrechter nog altijd, zegt De Groot. Ook de vooroordelen over kantonrechters die hij hoort, verslijten niet: kantonrechters zijn grijze heren die kleine alledaagse geschillen snel, praktisch maar amper juridisch doortimmerd oplossen. De Groot beaamt: sommige kantonrechters permitteerden zich vroeger te veel vrijheid in een omgeving zonder tegenspraak. Maar zeker sinds 2002 is zoiets vrijwel onmogelijk. De zelfstandige kantongerechten werden als kantonsectoren onderdeel van de negentien zelfstandige arrondissementsrechtbanken.

Die overgang betekende een forse modernisering van de kantonrechtspraak. Er was in de anderhalve eeuw ervoor weinig veranderd. De organisatie van de Nederlandse rechtspraak is van Franse origine. Koning Willem I nam na de start van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813 Napoleons systeem vrijwel over. Voor veelvoorkomende en eenvoudige rechtszaken kwamen er kantongerechten. In 1842 waren er 150. Een goede bereikbaarheid per paard en wagen was doorslaggevend bij de locatiebepaling.

Bij Haasnoots rolzitting in Groenlo arriveert niemand meer per paard. De burgers komen per auto of openbaar vervoer uit Aalten, Eibergen, Lichtenvoorde en Winterswijk. Op de spreekuurachtige rolzitting luistert kantonrechter Haasnoot naar de zorgen en wensen van negen gedagvaarde Achterhoekers en vertelt hen daarna het vervolg. Een man weigert zijn abonnement op de leesportefeuille verder te betalen. Dat is al opgezegd. Een snackbarhoudster moet de vuilophaaldienst nog betalen. En een echtpaar bestrijdt een schadeclaim. Hun vierjarige zoon zou een passerende auto met stenen hebben bekogeld. De geclaimde schade is echter anders. Ze overhandigen Haasnoot fletse fotoprints. „De toner was zeker op”, constateert die. „Stuurt u mij nieuwe foto’s?”

Gelukkig voor Haasnoot en collega’s daagt 90 procent van de mensen niet op bij zijn zitting. Anders hield hij amper tijd over. Veel is standaardwerk. Maar wie wel komt, verwacht een luisterend oor en krijgt dat ook. Van de bijna twee miljoen rechtszaken per jaar was in 2009 bijna twee van de drie voor kantonrechters. Hun werklast is volgens het jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak slechts 20 procent: veel is snel af te handelen.

Toch blijkt de vernieuwing van de kantonrechtspraak uit 2002 onvoldoende. De organisatie en werkwijze kan nog veel beter, concludeerde de commissie-Deetman in 2007 in een advies aan het kabinet. Het totaal aantal rechtszaken blijft stijgen. De kantonsector is kampioen. In 2009 steeg daar de instroom met 9 procent. Het aantal binnenkomende handelszaken bij kanton (arbeidskwesties, incassozaken) nam toe als gevolg van de economische crisis. Bij familiezaken besteedden kantonrechters meer tijd aan bewerkelijke curatele zaken en aan de bewindvoering voor volwassenen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen.

Verdere schaalvergroting en specialisatie in de kantonrechtspraak zijn onvermijdelijk, weten De Groot en Haasnoot. De Groot was lid van de twee gerechtelijke adviescommissies voor de modernisering van de kantonrechtspraak. De maatschappij verandert en de kantonrechter verandert mee. „Burgers zijn steeds mondiger”, merkt De Groot. „Meer mensen zijn ook hoger opgeleid.” Bovendien kan de kantonrechter steeds meer werk verwachten. Alleen al de aankondiging van het kabinet dat er meer verkeersboetes moeten worden uitgeschreven, belooft meer kantonzaken.

’Ruim baan voor de burger’ heet het adviesrapport van de commissie-Hofhuis uit 2007 over de kantonrechtspraak in de 21ste eeuw. Burgers en rechtbankbesturen moeten meer vrije keuzemogelijkheden krijgen, is daarin de teneur. Niet elke rechtbank wenst een aparte kantonsector. Niet bij elke handelszaak vanaf 5.000 euro is een duurdere procedure nodig met een verplichte advocaat.

Het nieuwe wetsvoorstel bevat veel aanbevelingen van de commissie-Hofhuis en ook die van een ander debat. Dat ging over de historische locaties van rechtbanken en kantongerechten die in de wet verankerd zijn. Sommige kleine gerechten staan in plaatsen die in Napoleons tijd groot waren, maar nu zijn voorbijgestreefd door de groeikernen. Zo kent Brielle een kantongerecht en Spijkenisse niet. Als de senaat instemt, mag de Raad voor de rechtspraak voorstaan namens de rechters nevenlocaties aanwijzen.

Voor kantonlocaties als Groenlo betekent dat, dat zij spoedig verdwijnen. Daarbij blijft het niet. Ook het aantal rechtbanken wordt verminderd. Dat politieke debat loopt nog. De rechtbank Zutphen heeft met Almelo, Arnhem en Zwolle al aangekondigd bestuurlijk samen te gaan als een rechtbank Oost-Nederland. In die regio staan in ieder geval de kantonlocaties Groenlo, Harderwijk, Terborg en Tiel op de nominatie te verdwijnen. De locaties Apeldoorn, Enschede en Nijmegen blijven in ieder geval open.

De laatste keer dat het Rijk zo stevig de bezem haalde door de rechterlijke kaart was in 1935. De economische crisis was ook toen een aanleiding. Zo verdween het arrondissement Tiel en bleef in het majestueuze gerechtsgebouw de kantonrechter achter. Die vertrekt in 2011. Monumentale gerechten als in Tiel en Groenlo zijn domweg te duur in het gebruik. Regering en parlement besloten om een soortgelijke reden om kantongerecht Schiedam begin dit jaar te sluiten, waarmee de teller van het aantal kantonlocaties terugliep tot 52.

„Moesten er in 1907 geen gehandicapte mensen naar de bovenste zittingszaal”, vraagt De Groot zich af. Een van Groenlo’s twee zalen is op de eerste etage. Een lift is er nooit gekomen. Het punt is duidelijk: Groenlo is gedateerd en raakt overbodig. „Buiten de zittingen kwamen hier wekelijks zo’n zes mensen voor inlichtingen of om iets af te geven”, zegt De Groot. ,,Gemiddeld gaat een burger eenmaal in zijn leven naar de rechter. Dat mag dan wel een reis naar de rechtbank in Zutphen zijn. En internet gaat nog veel overnemen.”

Bovendien passen niet alle oude kantonlocaties bij een nieuwe flexibele kantonorganisatie. Nu zijn rechtbanken nog strikt gescheiden in vier sectoren: kanton, civiel, bestuur en straf. Organisatorisch is het vreemd, zegt De Groot, dat kantonrechters civiele en strafzaken doen, terwijl elders in de rechtbank daarvoor aparte sectoren zijn. Dat kan efficiënter, is ook de boodschap van de commisie-Hofhuis. Elke rechtbank moet voor zichzelf besluiten wat het beste werkt.

Wie welke handelszaak doet, hangt nu nog af van het geldbedrag dat gemoeid is met een zaak. Heb je een geschil over je oude roestige Eend (onder de 5.000 euro), moet je naar de kantonrechter. Een advocaat is er niet verplicht. Maar bij een zaak over je nieuwe Suzuki van 9.000 euro moet je ineens wel een advocaat meenemen. Dan ga je naar de handelsrechter (sector civiel). Onhandig voor de rechtspraak en onduidelijk voor de burger, stelt De Groot. Hij was lid van de commissie-Hofhuis. De wereld van de rechtshulp is tegenwoordig breder dan die van de advocatuur, schetst hij. Ook rechtsbijstandverleners, deurwaarders, vakbonden en het Juridisch Loket staan burgers bij. Niet iedereen kiest een advocaat. Sommigen willen hun zaak zelf doen. „Geef mensen meer keuzemogelijkheden”, zegt hij.

Een regierechter zou bovendien binnenkomende rechtszaken moeten beoordelen op hun juridische moeilijkheid: snelle standaardzaken voor de kantonrechter, tijdrovende voor anderen. Mogelijk zal de burger ooit zelf mogen meebepalen, zegt De Groot. Een geschil over één euro kan een juridische puzzel zijn die volgens de burger koste wat kost vakkundig moet worden opgelost. ’Gedegen en duurder’ noemt De Groot dat. Andersom zou een standaard consumentenzaak over 40.000 euro snel en goedkoper afgedaan kunnen worden via een kantonprocedure zonder advocaatkosten: ’snel en grofmazig’.

De ene burger is de ander niet, toont ook de rolzitting in Groenlo. Tweehonderd euro is voor een man met huurschuld een vermogen. Verder procederen vindt hij geen optie: dan stijgen de proceskosten en loopt hij het risico die te moeten betalen. Dan erkent hij liever zuchtend zijn huurschuld. Maar voor een ondernemer die ter zitting verschijnt, speelt geld geen rol. Een trouwe leverancier heeft hem gedagvaard om niet betaalde dakfolie. „Die vijfhonderd euro kan ik zo betalen”, zegt hij. „Dit is een principezaak.”

De klassieke kantonrechtspraak met eigen organisaties of afdelingen moet plaatsmaken voor maatwerk. Dat de organisatievorm kan verdwijnen, vindt Haasnoot geen punt. „Wat schiet je op met een onderscheid tussen sectoren”, vraagt hij retorisch. Zolang hij herkenbaar als kantonrechter zaken kan afdoen, vlot en laagdrempelig, is hij tevreden. Als de laatste zittingsbezoeker weg is, een werkloze visboer, daalt hij de groen betegelde trappen af in het halflege pand. De tijd van de notabele kantonrechter is voorbij, Net als bij de burgemeester, dominee en notaris verzakelijkt het rechtersambt. Haasnoot: ,,Dit is een tussenfase. Ook wij gaan mee in de vaart der volkeren.”

Een zittingsdag van het kantongerecht Groenlo. Als gevolg van een serie veranderingen in de rechtspraak zal dit gerechtsgebouw dichtgaan en zal de rechtspraak naar elders verhuizen. (FOTO WERRY CRONE) Beeld
Een zittingsdag van het kantongerecht Groenlo. Als gevolg van een serie veranderingen in de rechtspraak zal dit gerechtsgebouw dichtgaan en zal de rechtspraak naar elders verhuizen. (FOTO WERRY CRONE)

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden