Zal het ooit nog goed komen tussen kerk en kunst

Op weg naar de Sixtijnse Kapel zijn er vijfenvijfig zaaltjes ingericht met moderne, religieuze kunst. Maar juist deze Vaticaanse collectie toont de hedendaagse vervreemding tussen kunst en kerk.

Massa's mensen betreden elk jaar de Vaticaanse musea. Wat zoeken zij daar - kunst-kenners en paus-minnenden ter zijde gelaten? Wat zoeken daar colonnen Japanners, stoeten Amerikanen, kritische bewoners van de Lage Landen? Zij delen rijkdom aan geld en slordigheid aan kleding. Zij delen ook fascinatie die uitgaat naar al wat voor hoog en verheven wordt gehouden en waarvan onderkomens en andere kunsten de versierende uitingen zijn. In dezen overtreft het voortgaande pausschap van Rome het verleden koningschap van Frankrijk of het verleden tsarendom van Rusland.

De fascinatie in het Vaticaan geldt de Sixtijnse Kapel, aangenaam ingeleid door de Stanze di Raffaello. De periode van de Renaissance doet het pausschap schitteren en die majestueuze macht, uitgedost in weelderige schilderingen, doet de bezoeker vergapen. Verstrooiing biedt onderweg de blik uit de hoge ramen die uitzicht geven op de pauselijke tuin met verderweg of dichterbij de koepel van Sint Pieter.

Wanneer de bezoeker de hals begint te reiken wordt hem de omweg geboden door het Appartamento Borgia, zeven vertrekken in opdracht van Alexander VI beschilderd door Pinturicchio, sinds een dertigtal jaren tevens de eerste van de in totaal vijfenvijftig zaaltjes waarin moderne, religieuze kunst wordt getoond.

Wat valt hem op die toch de moeite neemt de ongeveer achthonderd werken hier langs te lopen? Ik doe dat steeds in de poging spontane afkeer in bedachtzaamheid te boven te komen. Het begrip 'religieus' is zo breed gehanteerd dat in veelheid geen weg is te vinden. Zo stellen Francis Bacon's priemende portret van Innocentius X naar Velazquez en Adolfo Wildt's grijpgrage borstbeeld van Pius XI wel pausen voor maar zij passen in potsierlijkheid beter in een gewoon museum voor moderne kunst.

Juist de Vaticaanse collectie moderne, religieuze kunst, zoals die nu getoond wordt als bewust contra-punt van de Sixtijnse Kapel in haar directe nabijheid, doet de hedendaagse vervreemding tussen kerk en kunst eens te meer gewaar worden. Zal het nog ooit goed komen tussen kunst en kerk?

In de Sixtijnse Kapel probeer ik de massa mensen weg te denken en negeer de stem door de luidspreker die tot stilte maant. Langzaam laat de kapel zich beleven. Niet als circusattractie maar als gewijde ruimte. De restauratie van schilderingen is voltooid. In 1994 die van Michelangelo, hier tussen 1508 en 1512 op het gewelf aangebracht in opdracht van Julius II en tussen 1537 en 1541 op de altaarwand in opdracht van Paulus III. In 1999 die van andere Toscaanse (en ook Umbrische) kunstenaars, hier overal eerder aangebracht - sedert 1480 in opdracht van de paus die in de jaren zeventig van die eeuw de kapel had laten bouwen en haar zijn naam gaf, Sixtus IV.

Soms wordt de Sixtijnse Kapel aangewend waarvoor zij bedoeld is. Ik denk nu niet aan de pauskeuze en de gehoorzaamheidsbetrachting van kardinalen jegens de nieuw verkozen paus maar aan de viering van liturgie zonder meer. Elk jaar op het feest van de doop des Heren doopt Johannes Paulus II hier kinderen tijdens viering van eucharistie. Televisiecamera's volgen niet alleen de liturgie zelf maar lichten die ook toe door schilderingen in beeld te brengen. Bij die gelegenheid natuurlijk allereerst Christus' doop door Johannes in de Jordaan, geschilderd door Perugino. Bij andere gelegenheden veelal gaarne de roeping van de eerste apostelen, verbeeld door Ghirlandaio, en de overreiking van de sleutels aan Petrus, verbeeld door Perugino - niet zozeer bevestigingen van geestelijk gezag, zoals sociologische uitleg bij voorkeur luidt, maar veeleer aansporingen tot navolging aan bisschoppen en paus.

Ik laat de tijd achter mij en ga de kapel nog eens binnen, nu in de periode voorafgaand aan Michelangelo's bekronende taferelen uit Genesis aan het gewelf en zijn even overweldigende als brutale Laatste Oordeel aan de oostwand. Daar, achter het altaar, bevinden zich dus nog Perugino's oorspronkelijke voorstellingen: Te rechter zijde de geboorte des Heren, als eerste van acht die verder in de ruimte heilsgebeurtenissen uit het leven van Christus vertellen. Te linker zijde de vinding van Mozes, de eerste van eveneens acht die zijn gebeurtenissen weergeven als voorafbeeldingen van die van Christus. Twee cycli tegenover elkaar. Verbinding van het Oude Testament en het Nieuwe Testament, het eerste voltooid in het tweede. De eerste Mozes wijst vooruit naar de tweede Mozes: Jezus is de nieuwe Mozes. Wie betraden destijds, zo omstreeks 1500, deze kapel? Prelaten van het pauselijke huis die geen enkele uitleg van de cycli behoefden. De schilderingen stelden slechts hetgeen zij in brevier lazen of in liturgie vierden voor ogen - ter herinnering, ter overweging,ter vermaning.

Bepleit ik terugkeer naar beschildering van bedehuizen zoals die van de Sixtijnse Kapel? Al zou ik zo naïef zijn dat voor te staan, het talent ontbreekt - al moet ik mij terstond tegenspreken door te wijzen op een uitzondering: de ikonografisch rijke, eigentijdse mozaïeken, aangebracht in de kleine kapel elders in het Vaticaan, toegewijd aan Alma Redemptoris Mater.

In de veelheid van beelden, die foto en film, televisie en video bieden, is behalve gebrek aan talent en onvermogen tot dienstbaarheid ook verzadiging in het geding. Eertijds zochten ogen van gelovigen het heil voor ogen gebracht. Dat zoeken zij ook nu nog maar tevens laat de Eeuwige Zich meer dan ooit gewaar worden in leegte, in rust, in stilte. Het geloof wordt woordlozer en verinnerlijkt zich. In deze tijd tekent opperste soberheid veruiterlijking van geloof in God. Pompa afgezworen, praal aan de wereld gelaten, pracht aan het verleden, pretentie aan de intellectuelen. Meer dan ooit toont Hij Zich verborgen - in eenvoud te zoeken, in overgave te vinden, in trouw te ervaren. Hij die het begrijpen kan, begrijpe het. Wie niet, die niet. Naar Mattheüs.

Wie geen tijd vindt te lezen in de Schrift en in de vrome boeken, kan mogelijk toch tijd vinden te kijken naar de uitbeeldingen daarvan. De catechese blijft dus van kracht die Gregorius in 599 in een brief aan Serenus, bisschop van Marseille, voorhoudt (Epistulae IX 209): 'Schilderkunst wordt in kerken toegepast opdat wie niet kan lezen of schrijven toch ten minste kan lezen op muren wat hij op pagina's niet kan ontcijferen.' Afbeeldingen zijn noch goed noch slecht maar nuttig 'om te zien en te getuigen, om te herinneren en te verklaren', valt de reformator de paus bij; want - aldus Maarten Luther: 'Afbeeldingen zijn een prediking voor de ogen'. (Jérôme Cottin, L'image dans la tradition protestante, Ratio imaginis XII, 2001, blz. 152-154)

Vervreemding tussen kerk en kunst geldt vooral de beeldende kunst - niet per se de nijverheid noch de bouw. 'Less is more' luidt het adagium onder vormgevers en architecten: 'minder is meer'. Laat weg wat weggelaten kan worden. Zie af van versiering en opsmuk; want die leiden slechts af. Hedendaagse kunstnijverheid en bouwkunst sluiten nauwkeurig aan bij hedendaagse liturgie, zoals voorgestaan door het Tweede Vaticaans Concilie. Eenvoud getuigt van adel. Adel toont zich in eenvoud. Laat de riten van edele eenvoud zijn, vraagt het concilie dat de tijd bij de kerk poogt te brengen en de kerk bij de tijd, laat de riten doorzichtig zijn en beknopt, uitleg vermijdend en herhaling voorkomend. Vormgeving van automobielen, huishoudelijke apparaten en moderne gebouwen komt overeen en bevestigt als van deze tijd de door de kerk gevraagde vorm van eigen riten. En de beeldende kunst? Ook die wil de kerk in haar gebouwen opnemen, mits - aldus het concilie - zij, in overeenstemming met de liturgie, de geest tot God verheft. Indien de kunstenaar die verheffing nastreeft, blijft nog de doorzichtigheid als verzoek over, terwijl momenteel bij de meeste kunstwerken boekwerken nodig zijn om de bedoeling van de kunstenaar op het spoor te komen. Helemaal dus geen beeldende kunst in de kerken van heden? Toch wel, maar dienend en eenvoudig. En liever niets dan onbegrijpelijk. Meer dan in welke kunst ook blijkt in de beeldende kunst de cultuurcrisis, waarvan de kerkcrisis onderdeel is.

Nog eens betreed ik de Sixtijnse Kapel, nu om te luisteren naar de toespraak van Paulus VI, hier uitgesproken voor Italiaanse kunstenaars op 7 mei 1964: 'Wij hebben u nodig. Ons ambt heeft behoefte aan uw medewerking. Het is ons ambt te prediken en de wereld van de geest, van het onzichtbare en het onuitspreekbare van God toegankelijk en begrijpelijk te maken.' Zo de paus. 'Het is uw vak en uw opdracht, het is uw kunst schatten van de sterren van de geest te plukken en die te bekleden met woorden, kleuren en vormen van toegankelijkheid.'

Paulus VI vraagt de vriendschapsbanden opnieuw aan te halen en hij herhaalt die vraag op 8 december 1965 bij de sluiting van het concilie. Op 23 juni 1973 opent dezelfde paus hier de museale afdeling moderne, religieuze kunst van de Vaticaanse musea, hedendaagse kunstenaars de ruimten gunnend die onmiddellijk aan de Sixtijnse Kapel grenzen - gebaar van eerherstel jegens moderne kunst. Zo groeit - aldus Paulus - bij kunstenaars de overtuiging dat de katholieke kerk hen nog altijd hoogacht, stimuleert en beschermt. De kerk ziet uit naar de bloei van een nieuwe lente van religieuze, postconciliaire kunst.

In 1999 organiseren de Vaticaanse musea de tentoonstelling Paolo VI. Una luce per l'arte (Paulus VI. Een licht voor de kunst). De begeleidende catalogus staat vol portretten van de paus die vriend bleef van kunstenaars. Maar portretten van religieuze leiders hebben mijns inziens hoegenaamd niets van doen met moderne, religieuze kunst. Vervreemding is ondanks paus Paulus gebleven. Moderne beeldende kunst, die al weinig communiceert met de wereld, blijft de kerk vooralsnog helemaal vreemd.

Communicatie moet van twee zijden komen. En ik beweer niet dat ook de kerk zich niet meer daartoe zou moeten inspannen. Enerzijds door zich meer te verdiepen in hedendaagse cultuur en dus ook in hedendaagse kunst. Anderzijds door bezinning op de verhouding van kunst en kerk. Dat nadenken zal leiden tot radicalisering - beeldende kunst voorbij aan versiering en veraangenaming, voorbij aan onderwijzing en vertelling. Ook deze kunst als deel van liturgie - als poging enigszins zichtbaar te maken wat tevens onzichtbaar blijft. Kunst als uiting van het Christus-mysterie. De Zoon is beeld van de Vader. Tevens heeft Hij menselijk beeld aangenomen. In Christus openbaart zich de eenheid tussen hemel en aarde, tussen het zichtbare en het onzichtbare, tussen het ideale en concrete. En het is door de Heilige Geest dat de Christus-ikoon toegankelijk wordt, communiceert en als beeld verwijst naar het oerbeeld waarvan het afschaduwing in materiaal is naar Platonische traditie. De Christus-ikoon en daarmee alle ikonen die delen in Zijn heilsgebeuren doen het verlangen gloeien en de zekerheid vastzetten dat het eens gegeven zal zijn 'met onverhuld gelaat de glorie des Heren te aanschouwen' (2 Corinthiërs 3 vers 18).

De tijd is rijp de ene nog ongedeelde kerk van het eerste duizendtal te hervinden. Ook voor de beeldende kunst. Na de beeldenstrijd is het beeld op het Tweede Concilie van Nicea in 787 met gezag aan de liturgie toegewezen. Daar zou de kerk van het westen ten aanzien van de beeldende kunst opnieuw kunnen aanvangen. Naar een raadgeving van Joseph Kardinaal Ratzinger (Der Geist der Liturgie, Freiburg i.Br. 2000, 115). Hoe vaker mensen naar een beeld kijken, des te meer richten zij zich naar omhoog in smachtende herinnering aan de oerbeelden. Zo Nicea. Aanbidding is alleen God voorbehouden. Maar zo'n beeld begroeten zij met verering. 'Want', zoals Basilius de Grote leert, 'de verering van het beeld gaat over op het oerbeeld'. Wie het beeld vereert, vereert daarin de afgebeelde persoon. Oosterse ikonen, steeds meer vereerd door katholieken in het westen en zelfs aanvaardbaar voor menig protestant, wijzen beeldende kunst de toekomst.

Weer zal de kunstenaar gevraagd worden zijn ogen te doen vasten om nieuw te kunnen zien. Weer zal het beeld uit bidden voortkomen en tot bidden terugvoeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden