Zakkenrollers als verslaving

Elke dinsdag en zaterdag brengt Joop Kentie (79) door op de markt in het centrum van Rotterdam. Hij haalt er groente, fruit, kaas en bloemen en speurt tegelijkertijd naar zakkenrollers. Zo'n driehonderd heeft hij er inmiddels ontmaskerd.

,,Dat zou er één kunnen zijn'', zegt Joop Kentie. Hij wijst naar een sportief geklede knul die zich tussen een rij wachtende klanten voor een groentekraam wringt. Hoe ziet hij dat? ,,Nou gewoon, aan de manier waarop hij loopt en voortdurend rondloert, aan z'n hele houding zie je het. Ik heb hem al even in de smiezen.''

Even later slentert de jongeman verder. Kentie twijfelt even, maar besluit hem te laten gaan. Liever maakt hij eerst een 'verkenningsronde' over de markt. ,,Dan kom ik hem wel weer tegen en misschien nog meer bekenden'', grinnikt hij. ,,Dan weten ze in ieder geval dat ik er ben.'' Op z'n gemak kuiert Kentie tussen de kramen door. Maakt een praatje met de kaasboer en tikt een vrouw op de schouder, die haar tas wel erg uitnodigend open heeft staan. Voortdurend flitsen zijn ogen heen en weer. Bij kledingkramen houdt hij even de pas in. ,,Daar slaan ze graag toe'', weet hij uit ervaring. Hij wijst naar de smalle gangetjes waarin vrouwen zich staan te verdringen om goedkope zomerhemdjes. ,,Zie je hoe gretig die dames zijn? Uit hebberigheid vergeten ze even alles om zich heen. Dat zijn de momenten waarop zakkenrollers toeslaan.''

Sinds zijn pensionering houdt Kentie zich bezig met het opsporen van zakkenrollers. Hij schat dat hij er zo'n driehonderd in de kraag heeft gepakt of door de politie heeft laten oppakken. Drie keer kwam Kentie er niet zonder kleerscheuren van af. Een zakkenroller spoot hem traangas in het gezicht. Ook liep hij ooit een gebroken vinger op. Zijn laatste verwonding is van recente datum: een zakkenrolster beet zo hard in zijn hand, dat hij in het ziekenhuis moest worden behandeld. Hij laat het litteken zien. Voor Kenties echtgenote was na dat incident de maat vol. ,,Toen we vorig jaar 50 jaar getrouwd waren, heb ik haar moeten beloven dat ik er geen sport meer van maak om zakkenrollers op te sporen. Ik blijf elke dinsdag en zaterdag naar de markt gaan voor de boodschappen. Als ik dan onderweg toevallig een zakkenroller voor de voeten krijg, kan ik die natuurlijk niet laten lopen. Gelukkig beschikt mijn vrouw over veel humor. Mocht het een keer helemaal mislopen, zei ze de eerste keer nadat ik het verbod had overtreden, dan heb je in ieder geval een prachtige dood gehad.''

De politie erkent Kenties kennis op het gebied van zakkenrollers, zegt een woordvoerder. ,,Kentie heeft een speciaal talent om tasjesdieven en zakkenrollers te onderscheiden. We waarderen zijn activiteiten zeer. Als Kentie alarm slaat, is dat nooit voor niets. Maar we houden hem wel regelmatig voor dat hij ook aan zijn gezondheid moet denken.'' Op zijn beurt vindt Kentie dat de politie zakkenrollerij wel eens bagatelliseert. ,,Er zouden veel meer agenten op straat moeten lopen en zeker op plaatsen waar het druk is. Maar ze vinden het aanpakken van tasjesdieven niet interessant genoeg. Ze houden zich liever bezig met grote zaken of zitten veel te veel achter het bureau. Maar als je ziet hoeveel leed zakkenrollerij kan aanrichten, vind ik dat de politie daar meer werk van zou moeten maken. Mensen kunnen er ook heel angstig van worden. Ik voel me vaak een sociaal werker.''

Joop Kentie werd zestien jaar geleden zelf gerold in de metro van Parijs. ,,Ik was erg aangedaan. Sindsdien ben ik gaan letten op zakkenrollers.'' Een paar jaar geleden overkwam het hem nog een keer. Ongemerkt werd zijn portemonnee gerold. ,,Er is altijd een moment dat je even afgeleid bent. De ware zakkenroller loert daarop.''

Hij heeft niet de illusie dat hij de wereld een klein beetje beter maakt met zijn waakzaamheid. ,,Die wordt alleen maar slechter. Ik doe het vooral omdat ik het niet laten kan. Het is een soort verslaving geworden. Andere gepensioneerden zitten achter de ramen. Ik zit achter de zakkenrollers aan.'' Ook doet hij het niet omdat hij diep in zijn hart liever politieman had willen worden. ,,Mijn hele leven heb ik koekjes gebakken. Ik was productiechef bij één van de grootste bakkerijen van Nederland. Zakkenrollers intrigeren me gewoon.''

Boeiend kan hij vertellen hoe ze te werk gaan, maar liever nog illustreert hij dat met een praktijkvoorbeeld. De zakkenrollers zijn echter dun gezaaid op deze hete middag. Dan ineens stroomt de adrenaline haast zichtbaar door zijn lijf. Drie mannen heeft hij 'gespot', 'vermoedelijk uit Oost-Europa'. ,,Vroeger waren het vooral Surinamers, toen kreeg je de Marokkanen, nu komen veel zakkenrollers uit Oost-Europa. Het zijn vooral vrouwen die vaak in groepjes en met een baby op de arm opereren. Die baby fungeert dan als afleidingsmanoeuvre.''

De drie verdachte jonge mannen omsingelen op dat moment een vrouw met een rugzak. Eén probeert de sluiting open te wurmen, maar houdt daarmee op als de vrouw doorloopt. Ze heeft niets in de gaten. Kentie volgt de drie onopvallend. ,,Als ze zich omdraaien, vermijd ik altijd oogcontact. De meesten hebben dan meteen door dat je ze in de gaten hebt, voorzover ze me al niet kennen. Sommigen bedreigen me als ze me zien. Maar ik ben nooit bang en dat voelen ze. Als alleen het effect van mijn aanwezigheid al is dat ze afdruipen, ben ik tevreden. Goed, dan gaan ze misschien naar een warenhuis, maar daar hebben ze beveiligingsmensen. Op de markt is er geen enkel toezicht.''

De drie houden stil bij een fruitstalletje en pakken een bakje aardbeien. Zonder af te rekenen lopen ze verder om aan te sluiten bij een paar vrouwen die staan te wachten bij de volgende kraam. Kentie: ,,Let op hoe ze voortdurend iedereen bekijken. Het zijn net jakhalzen, op zoek naar een prooi.''

Tot een confrontatie komt het dit keer niet. De mannen houden het voor gezien. Als Kentie een zakkenroller betrapt, waarschuwt hij eerst het slachtoffer en vraagt deze of omstanders de politie te alarmeren. Zelf gaat hij achter de zakkenroller aan, die vaak in een achterafstraatje de gerolde portemonnee leegt en weggooit. De inhoud wordt soms doorgegeven aan een achtervanger. Kentie: ,,Meestal gaan ze daarna op zoek naar een nieuw slachtoffer. Dat geeft mij de kans om de politie naar de dader toe te leiden.'' Een enkele keer pakt Kentie een zakkenroller persoonlijk in de kraag, maar alleen als het een vrouw is, zegt hij. ,,Die kan ik meestal nog wel aan, al gaf zo'n vrouw me laatst wel een flinke trap tussen m'n benen. En verder hoop ik altijd maar dat het publiek me helpt, als het nodig is. Dat is lang niet altijd het geval. Op de meeste marktkooplui kan ik wel rekenen. Die zien me graag, omdat dat goed is voor de veiligheid op de markt.''

Van de slachtoffers hoort hij zelden iets. ,,Een enkeling stuurt een bloemetje of briefje om mij te bedanken. Maar voor de dankbaarheid moet je dit werk niet doen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden