Zakenkabinet is strijdig met de democratie

Zonder binding met de politiek komt een kabinet niet tot daden. Beleid moet immers gedragen worden door een meerderheid in het parlement en door de bevolking. Een zakenkabinet leidt slechts tot achterkamertjespolitiek.

Het voorstel van de CDA-kopstukken Brinkman en Van Agt om een zakenkabinet te vormen als CDA en VVD geen meerderheid halen, is verwerpelijk. De parlementaire geschiedenis leert dat dergelijke kabinetten zwak zijn. Bovendien zal toch ook een zakenkabinet zich moeten verzekeren van een parlementaire meerderheid. Verder is er geen enkele garantie dat technocraten het beter zullen doen dan politici. En een zakenkabinet is slecht voor de werking van de democratie.

De suggestie dat een kabinet, zonder binding met een politieke partij, een krachtiger beleid kan voeren dan een 'gewoon' kabinet, is kiezersbedrog.

In de parlementaire geschiedenis is het verschijnsel zakenkabinet niet geheel onbekend. Ze waren er vooral in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen het partijwezen zich nog nauwelijks had ontwikkeld. Voorbeeld ervan zijn de kabinetten-Van Lynden van Sandenburg (1879-1883) en Heemskerk (1883-1888). Beide kabinetten waren zeer instabiel, kregen met diverse tussentijdse crises en personeelswisselingen te maken, en brachten weinig tot stand. De Grondwetsherziening van 1887 kwam er meer ondanks dan dankzij het kabinet.

Juist die instabiliteit en het onvermogen om wetgevende resultaten te boeken, is reden geweest voor de ontwikkeling van het partijwezen zoals we dat nu kennen. Door het bestuur in handen te leggen van groeperingen met een politiek gedachtegoed en afspraken tussen partijen over het te voeren beleid, is het bestuur doelmatiger en krachtdadiger worden. Dat het maken van afspraken soms een moeizaam proces is, doet daaraan niet af. Het is een essentieel onderdeel van beleidsvorming, omdat beleid zowel gedragen moet worden door een parlementsmeerderheid, als draagvlak moet hebben in de samenleving.

In de twintigste eeuw werd nog tweemaal een zakenkabinet gevormd, zij het in beide gevallen onder leiding van uitgesproken politieke figuren. In 1926 vormde De Geer een gemengd confessioneel-liberaal kabinet, en in 1939 formeerde Colijn buiten de partijen om een kabinet dat onder meer bestond uit oud-koloniale ambtenaren, een hoogleraar en de directeur van de PTT. Het kabinet-De Geer, gevormd na een langdurige formatie na de crisis over het gezantschap bij de paus, regeerde als zaakwaarnemer: politiek-gevoelige kwesties werden niet aan de orde gesteld. In geen enkel opzicht wist het een krachtig beleid te voeren. Het vijfde kabinet-Colijn werd direct bij zijn eerste optreden in de Kamer naar huis gestuurd.

De stelling van Brinkman dat een zakenkabinet krachtdadiger kan zijn dan een parlementair kabinet, gaat geheel voorbij aan het gegeven dat zo'n kabinet om zijn beleid te realiseren, moet samenwerken met het parlement. Het lijkt er verdacht veel op dat Brinkman en Van Agt pleiten voor een zakenkabinet dat feitelijk een CDA/VVD-beleid moet gaan uitvoeren. Als beide partijen geen meerderheid hebben, moet het kabinet voortdurend ad hoc een meerderheid zien te verwerven. Dat zal een moeizaam proces blijken te zijn, met veel achterkamertjespolitiek. Het is een illusie te denken dat een kabinet gevormd kan worden, zonder dat partijen daarbij betrokken zijn, en daarmee instemming betuigen. Een kabinet zal zich er toch van moeten vergewissen of zijn optreden zal worden goedgekeurd.

Een zakenkabinet, dat bestaat uit succesvolle zakenlieden, hoogleraren en ambtenaren biedt geen enkele garantie voor een krachtig beleid. Juist van a-politieke figuren is het de vraag of zij afspraken met elkaar kunnen maken. Als er nu iets is wat zij de afgelopen maanden hebben laten zien, dan is het wel dat politiek een vak is. Kennis van het politieke handwerk en politiek-bestuurlijke ervaring zijn voor een kabinetsploeg onontbeerlijk.

Een zakenkabinet is ook in strijd met het goed functioneren van de parlementaire democratie, waarin zowel regering als oppositie een eigen rol hebben. De kabinetsformatie dient een relatie te hebben met de kiezersuitspraak. Door die uitspraak te negeren, vervreemdt de politiek zich van de kiezer. Dat het maken van afspraken na verkiezingen moeilijk kan zijn, en dat partijen min of meer tot elkaar kunnen worden veroordeeld, mag waar zijn. Als zo'n kabinet is gevormd, en er afspraken zijn gemaakt, is de kans op succes vele malen groter dan wanneer een kabinet aan de slag gaat dat op geen enkele wijze vooraf instemming heeft verkregen voor het voorgenomen beleid.

De indirecte suggestie van Brinkman en Van Agt dat beleid maar beter niet aan politici kan worden toevertrouwd, draagt niet bij aan herstel van vertrouwen in de politiek. Premier en CDA-leider Balkenende zou openlijk afstand van het voorstel moeten nemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden