Zakendoen met Cuba blijft lastig voor Amerikanen

Herstel van diplomatieke relaties betekent niet dat er zomaar een veerboot vaart. Congres moet embargo opheffen.

Stel, je ziet als Amerikaan op het tv-journaal de Cubaanse vlag weer trots van een ambassade in Washington wapperen, na ruim een halve eeuw te zijn weggeweest. Dan wil je dat land misschien wel een keertje zien. Je gaat naar een ticket-site en merkt dat een retourtje New York - Havana geen enkel probleem is. Het kost wel bijna drie keer zoveel als een retour Miami, wat ongeveer dezelfde afstand is. En de vlucht gaat via Mexico-Stad, Panama of de Kaaimaneilanden. Net als voordat die vlag omhoog ging.

Vreemd, denkt de Amerikaan. Zei luchtvaartmaatschappij JetBlue niet dat ze vanaf 3 juli op vrijdagen direct van JFK op Havana gingen vliegen? Op jetblue.com is er niets over te vinden. Als je belt, word je doorverwezen naar een gespecialiseerd bedrijf dat helpt bij het regelen van een reisvergunning. Want een Amerikaan mag naar Cuba, maar moet wel een geldige reden opgeven, al is het maar de salsa leren. Lui aan het strand zitten telt niet. Net als voordat die vlag omhoog ging.

Zo zijn er meer dingen die in de eerste opwinding over het herstel van de betrekkingen mooier leken dan ze in de praktijk zijn. Veerdiensten zouden er komen tussen Miami en Havana. Ze varen nog niet. "Dat is typisch de stijl van Amerikaanse bedrijven", zegt Kirby Jones, die zich al veertig jaar bezighoudt met de handel tussen de VS en Cuba, vanuit Fountain Hills, Arizona. "Ze kondigen aan wat ze gaan doen, voordat ze weten hoe ze het moeten doen. Wat die veerbootbedrijven bedoelden was: we gaan de vergunningen aanvragen. Maar die heeft Cuba niet afgegeven. Amerikanen denken: als wij het willen, willen de Cubanen het vast ook wel. Ooit wordt dat misschien nog weleens waar. Maar nu nog niet."

Jones vindt het mooi dat de relaties tussen de VS en Cuba zijn hersteld. Maar voor de handel heeft het nog niets uitgemaakt, zegt hij. "Obama had het over creditcards die je straks op Cuba kunt gebruiken, zodat Amerikanen producten van particulieren op Cuba kunnen kopen. Maar het handelsembargo is nog altijd even sterk."

Het probleem voor president Obama, en voor Cuba, is dat alleen het Congres het embargo kan opheffen. En hoewel een meerderheid van de Amerikanen, en zelfs 59 procent van de Republikeinen, dat een goed idee vindt, voelt de huidige Republikeinse meerderheid van het Congres daar nog niets voor.

Voordat Cuba een communistische steen des aanstoots werd voor de kust van Florida, had het juist een innige relatie met de VS. Het leverde suiker, rum en sigaren. Amerikanen kwamen in Havana gokken in door de maffia beheerste casino's. Jones: "Alles was van ons, de nutsbedrijven, de raffinaderijen, het telefoonbedrijf. Toen kwam Fidel Castro aan de macht en werd alles anders."

Dat was in 1959 en het zette kwaad bloed. In 1962 was het embargo al vrijwel compleet, wat Cuba afhankelijk maakte van steun van de Sovjet-Unie. Na het ineenstorten van dat land heeft het eiland, met vallen en opstaan, andere inkomstenbronnen aangeboord: de export van nikkel en van medische diensten. En vooral: toerisme.

Zonder het Congres doet Obama wat hij kan om de economische relatie op gang te brengen, zegt Jones.

"Het Congres heeft in 2000 voedsel en medicijnen uitgezonderd van welk embargo dan ook, dus ook tegen Cuba. Wat Obama nu wil doen, is verklaren dat daar alles onder valt wat maar enigszins met voedsel te maken heeft. Bijvoorbeeld tractoren. Maar dan ben je er nog niet. Want de Amerikaanse leveranciers willen natuurlijk betaald worden, en Cuba kan als gevolg van het embargo niet zomaar geld overmaken. Het moet contanten naar Europa brengen, zodat het van daaruit kan betalen. En dat mogen geen dollars zijn, want dat is weer tegen de Cubaanse wetgeving. Een enorm gedoe. Zelfs de toegestane verkopen van voedsel aan Cuba zijn de laatste jaren minder geworden."

Terwijl de economie van Cuba onder Fidel Castro's broer en opvolger Raúl langzaam maar zeker uit haar collectivistische keurslijf komt, missen Amerikaanse bedrijven door al die beperkingen de kansen die dat oplevert. "Tegen de tijd dat het anders wordt, hebben andere landen - Frankrijk, Nederland, Canada, Brazilië - al 25 jaar ervaring met zakendoen op Cuba."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden