Zagen aan het keurmerk

De bosbeheerders hebben last van het FSC-keurmerk voor duurzaam hout. Ze moeten voldoen aan allerlei regels die misschien het tropisch regenwoud beschermen, maar voor het Nederlandse bos juist een sta-in-de-weg vormen.

Frits Mohren is hoogleraar bosecologie en bosbeheer aan de Universiteit van Wageningen, maar ook de eigenaar van zo'n zeven hectare bos. Simon Klingen beheert maar liefst 3200 hectare bos, in dienst van het Utrechts Landschap en adviseert daarnaast particulieren over hun bosbeheer.

De grote en kleine beheerder zijn het er over eens dat het FSC-keurmerk voor duurzaam hout in Nederland voor bureaucratische uitwassen zorgt. Maar ze verschillen van mening over de consequentie van die vaststelling. Klingen vindt dat het keurmerk in Nederland definitief in de ban moet. Mohren blijft ondanks alle kritiek geloven in het 'kwaliteitsstempel'.

De argumenten die de twee opvoeren zijn illustratief voor de landelijke discussie die momenteel onder bosbeheerders woedt. In zaaltjes en op internetfora worden de bureaucratische rompslomp van de certificering en de onnodige eisen gehekeld, terwijl zo'n dertig bosbeheerders inmiddels weer van het FSC-keurmerk afzien.

"Samenvattend kun je zeggen dat FSC volgens veel bosbeheerders niet heeft gebracht wat er van verwacht werd", zegt Mohren. "In ruil voor het beheer dat voldoet aan de strenge regels van FSC, zou gecertificeerd hout meer moeten opbrengen. Maar dat laatste is nooit gebeurd, zodat voor de bosbeheerder alleen 'de lasten' overblijven."

Het wereldwijde FSC-keurmerk werd zo'n twintig jaar geleden geïntroduceerd, aan de vooravond van de eerste grote Rio-conferentie waarop de ontbossing centraal stond. Om grootschalige kap van het regenwoud tegen te gaan, en de consument de zekerheid te geven dat aangeschaft hout níet uit oerbos afkomstig was, werd een aantal principes op schrift gesteld waaraan duurzame bosbouw zou moeten voldoen. Zo mag in een bos bijvoorbeeld niet meer hout geoogst worden dan het volume dat jaarlijks aangroeit. Die principes zijn voor alle landen gelijk, de spelregels en criteria op basis waarvan de controles worden uitgevoerd, kunnen per land verschillen.

Hoewel het FSC-certificaat feitelijk is ingevoerd om de ontbossing in de tropen tegen te gaan, gingen in Europa stemmen op om het certificaat ook hier te gebruiken. "Je kunt aan de zuidelijke landen wel eisen stellen, maar dan moet je je ook zelf aan die regels houden, was de gedachte", zegt Mohren. "Daar zit natuurlijk iets in. Daarbij komt: het keurmerk betreft niet alleen de productie van hout en de oogst, maar de gehele keten. Van zagerij tot verkoop en verwerking. En die keten loopt tot in de westerse landen."

Maar nu Simon Klingen. "Tien jaar geleden zei men tegen mij: als je niet overgaat tot certificering, kan je het Utrechtse hout straks niet meer op de markt kwijt. Dat zullen we nog wel eens zien, dacht ik. Ik constateer dat mijn afnemers, de rondhouthandelaren, helemaal niet om gecertificeerd hout vragen. Als ze weten dat het hout afkomstig is van het Utrechts Landschap, is die naam het kwaliteitsstempel."

Vooral de kleinere particuliere bosbeheerders zijn erg kritisch over de bureaucratie die een FSC-certificering met zich meebrengt. Samen zorgen de particulieren voor een derde van de Nederlandse houtproductie. Maar ook zijn er bezwaren bij de provinciale Landschappen. "De kleinere beheerders zijn trots op hun werk en worden kriegel van de nutteloze controles van buitenaf", zegt Klingen. "Het FSC-keurmerk probeert tevergeefs te voorkomen dat er bossen in de tropen worden gesloopt, maar in Nederland kúnnen helemaal geen bossen worden gesloopt. We hebben al 100 jaar een strenge Boswet, en die werkt goed ook, ons bosareaal is de afgelopen eeuw alleen maar toegenomen. Toch moet er steeds over de schouder worden meegekeken. Ik zeg: stoppen met die flauwekul."

Een van de basale principes van duurzame bosbouw is dat er niet meer hout mag worden geoogst dan dat er bijgroeit. "Dat lijkt mij een prima uitgangspunt in Brazilië", zegt Klingen. "Maar in Nederland hebben we de laatste dertig, veertig jaar juist minder geoogst dan dat erbij kwam, waardoor we juist verdichte bossen hebben. Daardoor verarmt de natuur, de meeste planten en dieren moeten het juist hebben van half open landschap. En voor recreanten is een iets opener bos ook aantrekkelijker. Als ik met het FSC-certificaat zou werken, moet ik iedere keer uitleggen waarom ik dat doe en moet ik er een uitgebreide boekhouding op nahouden. Ik beheer het bos daarom zónder certificaat."

Zowel Mohren als Klingen klagen over de bezoekjes van FSC-controleurs die werkomstandigheden onderzoeken die al bij wet geregeld zijn. Klingen: "De veiligheid van onze boswerkers is al geregeld in de arbo-wet, maar nu wil FSC dat die strenge regelgeving ook gaat gelden voor burgers die zelf hun haardhout in het bos komen ophalen. Voor gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn strenge Nederlandse normen, maar FSC komt toch zelf in onze koelkast kijken. Staatsbosbeheer werd laatst aangesproken op het feit dat er paar biertjes in de koelkast stonden. Natuurlijk mag je niet drinken op je werk, maar een bedrijf zónder bier in de koelkast is een slecht bedrijf, zou ik zeggen."

Die controles zijn deels overtrokken en onnodig, erkent Frits Mohren, en wekken terecht irritatie. Ook de kosten voor het certificaat, van enkele honderden tot tienduizenden euro's per jaar, moeten door de beheerder worden gedragen. "Maar ik zou er toch niet voor zijn om FSC in Nederland af te schaffen. Laat ik één voorbeeld noemen: zo'n tien jaar geleden werd bij de Universiteit van Wageningen het Forumgebouw opgeleverd, waarin de betonwanden van naaldhoutpanelen waren voorzien, vanwege de akoestiek. Prachtig naaldhout, dat gezien de kwaliteit en opbouw wel uit oerbos afkomstig móest zijn. Toch was het gecertificeerd."

Via het nummer van deze leverantie kon Mohren nagaan dat de Nederlandse importeur deze partij had gekocht van een bedrijf uit het Amerikaanse Portland, dat eenmalig toestemming had om voor een wegverbreding een strook oerbos te kappen. Uit krantenberichten viel op te maken dat dit bedrijf veel te veel had weggekapt, en dat het hout in Wageningen ten onrechte gecertificeerd was.

"Nu kun je zeggen dat FSC niet werkt, maar dankzij dit systeem kon ik wél achter de herkomst komen en kunnen gaten in de keten worden gedicht. Zo wordt het systeem stapsgewijs beter."

Dat kan internationaal gelden, zegt Klingen. Maar nationaal voegt het systeem niets toe aan de kwaliteit van het bosbeheer. "De Nederlandse wet beschermt het bos, en het publiek laten we tijdens excursies graag zien hoe we ons bos beheren. Daarnaast zetten wij binnenkort een eigen brandmerk op ons hout met 'Utrechts Landschap'. Mensen kopen zo hout uit eigen bos. Dat is pas lokale controle op kwaliteit."

Zij kunnen zonder FSC
1 Landgoed Twickel stopte begin dit jaar met het FSC-keurmerk. "We zijn er aanvankelijk enthousiast mee begonnen", zegt H. Gierveld, adjunct-rentmeester. "Want ons hout zou een kwaliteitsstempel krijgen en daarmee in waarde stijgen. Dat gebeurde niet. Gaandeweg werd wel duidelijk dat we moesten voldoen aan allerlei administratieve zaken die niets met bosbeheer te maken hebben."

2 Park de Hoge Veluwe was acht jaar aangesloten bij FSC, maar vond dit jaar de administratieve rompslomp te groot worden. "Wij voldoen inhoudelijk volkomen aan de eisen van duurzame bosbouw, en dat weten onze klanten ook zonder dat keurmerk", aldus woordvoerder E. Fokker.

3 Het Drentse Landschap stapte uit FSC vanwege 'de uitdijende bureaucratie'. "Terwijl wij heel goed weten wat duurzaam beheer is", zegt T. Bezwijen van het Landschap.

4 Landschap Overijssel overweegt sterk om binnenkort de band met FSC door te snijden, aldus directeur H. Hengeveld. "Het is crisis, en tijd is geld. En ik denk dat we die beter in het bos kunnen steken dan in administratie."

Een volledig overzicht van de opzeggingen staat op bosgroepen.nl

Nederlandse houtproductie
De particuliere bosbeheerders zorgen voor een derde van de Nederlandse houtproductie. De provinciale Landschappen en Natuurmonumenten samen leveren ook een derde deel en Staatsbosbeheer neemt het laatste deel voor zijn rekening. Samen leveren zij jaarlijks 1,5 miljoen kuub. De totale Nederlandse houtconsumptie ligt op zo'n 17 miljoen kuub per jaar, omgerekend een kuub per inwoner. Dat ligt wereldwijd ongeveer hetzelfde, al gebruiken inwoners van ontwikkelingslanden hun hout vooral om er eten op te koken, en maken de westerse landen er vooral papier van. Negentig procent van het hout voor de Nederlandse markt komt uit de Scandinavische landen.

Wat is FSC?
Van de in totaal 360.000 hectare aan Nederlands bos is 171.289 ha gecertificeerd. Dat is iets meer dan 47 procent. De Forest Stewardship Council (FSC) is een internationale organisatie die zich inzet voor verantwoord bosbeheer wereldwijd. Bij dit bosbeheer moet rekening gehouden worden met de sociale, ecologische en economische aspecten. FSC wordt gesteund door alle grote milieu- en ontwikkelingsorganisaties. Pas wanneer bijvoorbeeld een bosbeheerder, papierfabriek, papiergroothandel of drukkerij kan aantonen zich aan de regels van FSC te houden, kan een product als FSC worden verkocht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden