Zaanse verhoortrucs 'marteling'/Politie moet bewijs verzamelen zonder verdachte te intimideren

AMSTERDAM - Verhoormethoden, zoals de omstreden 'Zaanse', waarbij zwijgende verdachten met leugens en zware psychische druk tot praten worden gebracht, leiden onherroepelijk tot bekentenissen. En vooral ook tot valse bekentenissen. Want zelfs een onschuldige kan met trucjes zo ver worden gebracht dat hij een niet gepleegd misdrijf toegeeft.

De politie zou zich bij een zwijgende verdachte meer moeten toeleggen op het werk waar ze bij uitstek voor is opgeleid: het vergaren van bewijs buiten de verdachte om. Dat vindt dr. Aldert Vrij, docent sociale psychologie aan de Universiteit van Portsmouth, Engeland.

Vrij deed onderzoek onder Nederlandse en Engelse politiemensen over de toelaatbaarheid van 'verhoortrucs'. Aan zestig rechercheurs legde hij ruim veertig 'trucs' voor, waaronder die uit de Zaanse methode. De agenten wezen de Zaanse aanpak ondubbelzinnig af als onaanvaardbaar én niet-effectief. De klassieke verhoormethoden - doorvragen, de verdachte positief benaderen, stiltes laten vallen, vragen herhalen - hadden een duidelijke voorkeur.

Vrij noemt de Zaanse verhoormethode een vorm van geestelijke marteling. Minister Sorgdrager verbood deze verhoormethodiek eind vorig jaar, maar haalde er enkele 'bruikbare elementen' uit. Deze onderdelen (langdurig en intensief verhoren, het confronteren van verdachten met foto's van familie en slachtoffers) mogen worden toegepast bij het verhoor van verdachten van zware delicten. Vrij betreurt dat. “De methode wordt toegepast door een selecte groep rechercheurs en zo'n groepscultuur leidt onherroepelijk tot uitwassen”, zo vreest hij.

Vrij bekeek kortgeleden op verzoek van het Leeuwarder gerechtshof dertig uur videoband van het verhoor van een verdachte van de moord op een koffieshophouder. De man zweeg hardnekkig tijdens de 'normale' politieverhoren. Hij werd daarop naar het politiebureau in Zaandijk gebracht, waar een speciaal team hem onderwierp aan de 'Zaanse verhoormethode'.

De rechercheurs pasten volgens Vrij een groot aantal trucs toe dat niet door de beugel kon. “Mijn belangrijkste punt van kritiek was de vooringenomenheid van de politie. De man had die moord gepleegd, dat straalde van het hele verhoor af. De hele methode is volgens mij gericht op het ontlokken van een bekentenis door gebruikmaking van een heel scala van trucs.” Volgens Vrij werd onder meer aan de man verteld dat zijn vrouw en kind werden bedreigd. Zij zouden pas bescherming van de politie krijgen als de verdachte een volledige bekentenis aflegde. “Er was helemaal geen bedreiging. Alleen dat wist die man niet, want hij had al weken geen contact gehad met zijn vrouw.”

Het gerechtshof in Leeuwarden bepaalde vorige week in deze zaak dat de bekentenis die via de Zaanse verhoormethode was afgedwongen onrechtmatig is. De man werd overigens wel tot tien jaar veroordeeld, omdat het openbaar ministerie voor het hoger beroep aanvullende getuigenverklaringen in het geding bracht.

Aldert Vrij is vandaag één van de sprekers op een symposium in Den Haag bij het verschijnen van een boek over de rechtspsychologie, waaraan een dertigtal (gedrags-)wetenschappers en politiefunctionarissen meewerkte. Het boek ('Het Hart van de Zaak', Kluwer Juridische Uitgevers) gaat over de invloed van de psychologie op de rechtsgang in Nederland. Vrij behandelt in het boek vooral de relatie tussen non-verbaal gedrag en misleiding, anders gezegd: de psychologie van de leugenaar.

Politiemensen, zegt Vrij, zijn slecht in het ontmaskeren van liegende verdachten. “Niemand is goed in het onderkennen van leugens, maar juist politiemensen denken vaak dat ze dat wel kunnen. Dat is een misvatting. Rechercheurs laten zich te vaak leiden door stereotype denkbeelden over het gedrag van leugenaars: ze zijn zenuwachtig en kijken je bij voorkeur niet recht in de ogen. “Het probleem is dat er geen algemene kenmerken van leugenaars zijn”, aldus Vrij.

De 36-jarige psycholoog doet onderzoek naar de non-verbale gedragingen van verdachten. Hij is daarvoor aangewezen op onderzoeksmateriaal in Groot-Brittannië, omdat in Nederland verhoren slechts bij hoge uitzondering worden opgenomen op geluidsband of video. Een gemis, aldus Vrij. “Het zou waardevol lesmateriaal kunnen opleveren voor politiescholen of regiokorpsen. En, opnamen zouden in geval van een rechtzaak het bewijs kunnen leveren dat een verhoor netjes volgens de regels is verlopen.”

In Engeland worden politieverhoren steeds vaker geregistreerd. Vrij kreeg onlangs van de politie in het graafschap Kent toestemming geluids- en videobanden van verhoren te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. “Dat is een doorbraak. Tot dusver deden we onderzoek naar leugenaars onder laboratorium-omstandigheden. Maar dat is toch beperkt.”

Vrij bekeek onlangs de banden van een verdachte van moord - hij wil niet zeggen om welke zaak het ging. “Bij die verdachte was op grond van zijn gedrag goed te zien dat hij loog. Zodra hij ging liegen, moest hij langer nadenken, laste hij langere pauzes in en ging hij ook wat hakkelen. Het spreken van de waarheid kan heel wat makkelijker zijn dan liegen. Je mag jezelf namelijk nooit tegenspreken, je mag niets zeggen waarvan de verhoorder weet dat het niet waar is en je moet nadien exact kunnen herhalen wat je hebt gezegd.”

Alleen uiterst intelligenten mensen en rappere praters kunnen leugenachtige verklaringen lang volhouden. “Daarom is doorvragen tijdens verhoren zo belangrijk. En een goede voorbereiding. Gebleken is dat Engelse politiemensen bij een verhoor vaak slecht op de hoogte zijn van een zaak. Ze zijn niet goed voorbereid, doorgaans als gevolg van tijdsdruk. Het verhoor moet snel plaatsvinden, want een verdachte mag maar een beperkt aantal uren worden vastgehouden.”

Vrij is er van overtuigd dat de ouderwetse verhoormethode - het 'doorzagen' van een verdachte - uiteindelijk de meest succesvolle is. “Bij de Zaanse methode, die in feite is gekopieerd van een negen-stappen-methode die ooit door drie Amerikaanse politiemensen werd bedacht, draait alles er om dat het voor een verdachte aantrekkelijker moet worden om te bekennen. Dat punt wordt bereikt door hem te treiteren, te kwetsen en te kleineren. Dat is vragen om moeilijkheden. Als je zo'n methode op ruime schaal in Nederland zou gaan toepassen, leidt dat honderd procent zeker tot valse bekentenissen.”

Verdachten, zegt Vrij, gaan praten als er genoeg bewijs tegen hen is. “Je moet dus als politie zorgen dat je een zaak rond krijgt, bijvoorbeeld door het technisch bewijs, sporen en dergelijke. Want iemand die echt wil zwijgen krijg je hem alleen aan de praat door geestelijke of lichamelijke marteling. En dat willen we gelukkig niet in Nederland.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden