Zaanse neuzen willen af van de koek- en cacaogeur

Voor alle bedrijven apart worden nieuwe geurnormen vastgesteld

De geur van maggi. Cacao. Soms een synthetisch frambozensnoepjesluchtje. En soms ruikt het zo ongeveer alsof iemand pap staat te koken.

Vraag het de inwoners van Zaanstad en ze vertellen over een palet aan geuren die zij thuis en op straat opvangen. Het verschilt per dag en ook per stadsdeel. In Assendelft overheerst de linoleumgeur van Forbo, de inwoners van Zaandam snuiven vaker de lucht van Verkadekoekjes op.

Uit een peiling van twee jaar geleden bleek dat 43 procent van de inwoners van Zaanstad last heeft van geuren, tegen 5 procent in heel Nederland. Dat verschil is te groot, vindt het gemeentebestuur. Nieuw beleid dat nu ter inzage ligt op het stadhuis moet ervoor zorgen dat in 2020 hoogstens 12 procent van de Zaankanters klaagt over stank. Nog eens tien jaar later moet de overlast geheel verdwenen zijn.

De situatie in Zaanstad is bijzonder. Veel gemeenten en provincies hebben een geurbeleid, maar het uitgangspunt is meestal dat de stank één bron heeft en met duidelijke normen kan worden verminderd. In Zaanstad is dat anders: daar wordt de overlast veroorzaakt door veel meer bedrijven. Die staan bovendien dicht in de buurt van woonwijken. Dat hoort bij de Zaanse identiteit, vindt het gemeentebestuur, en die moet behouden blijven. Maar er zijn wel strenge normen nodig de om overlast te beperken.

Geur wordt steeds meer als hinderlijk ervaren, stelt milieuwethouder Dick Emmer (D66). "Vroeger woonden Zaanse arbeiders vlakbij de fabriek waar ze werkten. Als ze iets roken, dachten ze: ah, er wordt geld verdiend. Geur werd niet als overlast beschouwd. Dat is veranderd. Zeker mensen die van buiten Zaanstad komen, accepteren die geuren niet meer."

Dat is ook een belangrijke reden om de overlast aan te pakken. Zaanstad heeft vanouds een arbeidersbevolking, maar het bestuur wil graag ook hoger opgeleiden van buiten trekken, zegt Emmer. "Dan kan de stad zich beter ontwikkelen, met een goed winkelaanbod en voorzieningen op niveau."

Op basis van de 12-procentsnorm wordt daarom nu voor elk bedrijf apart vastgesteld aan welke eisen het moet voldoen. De aanpak bepalen de bedrijven zelf. Als het financieel niet haalbaar is om binnen de nieuwe grenzen te blijven, zoekt de gemeente mee naar extra geld.

Toch zijn ondernemers er niet gerust op. Bedrijven zijn al verplicht de 'best beschikbare technieken' te gebruiken tegen stank.

"En dat doen ze ook, dus ruimte om snel iets te verbeteren is er nauwelijks", zegt Kees Schouten, regiomanager van ondernemersvereniging VNO-NCW. "Het voortschrijden van de techniek zal helpen. Maar waarschijnlijk niet zo snel als de gemeente Zaanstad wil."

Voor strenge sancties hoeven bedrijven niet bang te zijn. Als een bedrijf de normen niet haalt, gaat de gemeente eerst in overleg. "Dat betekent niet direct dat bedrijven verplicht extra maatregelen moeten treffen", zegt wethouder Emmer. "Communicatie tussen bedrijf en omwonenden kan ook helpen. Geur is een belevingswaarde. Of iets wel of niet als overlast ervaren wordt, hangt ook af van het imago van het bedrijf."

Wordt de deur zo niet opengezet voor bedrijven die zich niets van de normen aantrekken? Nee, zegt Emmer, want met alléén communicatie redden ze het niet. "Mijn ervaring is dat bedrijven goed zien hoe belangrijk het terugdringen van overlast is voor hun positie in Zaanstad."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden