Zaak-Lucia bewijst: rechters lijden soms aan tunnelvisie

In de rechtbank klampte men zich graag vast aan het begrijpelijke verhaal van één enkele deskundige.

Lucia de Berk is definitief vrijgesproken en daarmee eindigt een van de meest geruchtmakende rechtszaken van de laatste jaren.

Tijdens de behandeling van deze zaak in hoger beroep ben ik als getuige-deskundige op het gebied van de kansrekening opgetreden namens de verdediging van Lucia de Berk. Deze ervaring heeft mij veel geleerd over de manier waarop de rechters en raadsheren in dit proces te werk zijn gegaan. Er is al veel gezegd en geschreven over de tunnelvisie van het OM, de politie en enkele getuigen-deskundigen, maar nog niet zoveel over de tunnelvisie van de raadsheren in hoger beroep zelf.

Ik werd bij de zaak betrokken toen de verdediging lucht kreeg van mijn kritiek op de onnozele kanstheoretische berekeningen van Henk Elffers, die becijferde dat de kans dat een willekeurige (lees: andere) verpleegkunde zoveel incidenten als Lucia de Berk zou meemaken ongeveer 1 op de 342 miljoen zou zijn. Zeker bij het proces in eerste aanleg heeft dit getal een belangrijke rol gespeeld. Het is niet mijn bedoeling om hier nogmaals uit te leggen waarom dit getal nergens op slaat, dat heb ik immers in eerdere publicaties en lezingen al gedaan. Veel meer wil ik hier de rol van de raadsheren benadrukken.

Het is voor een jurist zonder enige vakkennis van kansrekening en statistiek zeker niet eenvoudig om uit te maken wie er gelijk heeft wanneer twee deskundigen op dat gebied het met elkaar oneens zijn. Ik neem het de raadsheren dan ook helemaal niet kwalijk dat ze in eerste instantie niet weten wie ze moeten geloven, en ik zou het ze misschien ook niet eens heel erg kwalijk hebben genomen als ze na rijp beraad een verkeerde keuze gemaakt zouden hebben. Echter, in dit geval was er van rijp beraad geen sprake, en ik heb aan den lijve ondervonden met welke vooroordelen de raadsheren de zaak in hoger beroep hebben behandeld.

De berekening van Elffers leidde tot een helder getal, en het werd mij binnen enkele minuten ter zitting duidelijk dat de raadsheren niet van plan waren om zich dit getal te laten ontnemen.

Vanaf het allereerste moment werd ik als getuige bijzonder vijandig behandeld, en de raadsheren ontnamen mij meerdere malen de gelegenheid om mijn verhaal te doen. Ik zal hiervan een voorbeeld geven (maar er zijn er veel meer).

Om de blunders in de berekeningen van Elffers duidelijk te maken wilde ik de rechtbank uitleggen wat de gevolgen zouden zijn als we Elffers’ redeneerschema zouden volgen in een andere – hypothetische – situatie. Het redeneren onder een bepaalde hypothese is een van de kernconcepten van de wiskundige statistiek, dus tegelijkertijd dacht ik de rechtbank ook duidelijk te kunnen maken hoe het vak in grote lijnen in elkaar zit. Als je kunt laten zien dat het redeneerschema van Elffers in bepaalde omstandigheden tot absurditeiten leidt, dan heb je aangetoond dat het schema verkeerd is, ook wanneer het wordt toegepast in een ander geval. Ik begon dus met de woorden: „Stel dat de verdachte niet op drie afdelingen zou hebben gewerkt, maar op twintig.” Ik werd onmiddellijk onderbroken met de mededeling dat in deze rechtszaal slechts over feitelijkheden gesproken diende te worden, en niet over hypothetische situaties.

Wat ik ook probeerde, het werd mij niet toegestaan om mijn betoog af te maken. Terwijl ik met de raadsheren een verbaal robbertje aan het vechten was, werd Elffers – die ook ter zitting aanwezig was – met alle egards behandeld en hem werd niet één kritische vraag gesteld. De vooroordelen van de raadsheren waren zeer voelbaar aanwezig.

Het werd dus een zeer onaangename zitting, waarin de raadsheren echter kennelijk toch enige nattigheid zijn gaan voelen, want in het vonnis in hoger beroep (waarin Lucia de Berk opnieuw schuldig werd bevonden) kwam het woord statistiek niet meer voor. Betekende dit dat de raadsheren zich iets hadden aangetrokken van mijn kritiek?

Geenszins. Het vonnis was doordrenkt met (vage) statistische redeneringen, echter zonder deze op die manier te benoemen. De (onjuiste) statistiek en kansrekening werd alleen ogenschijnlijk genegeerd.

In Nederland zijn we terecht terughoudend met kritiek op de rechterlijke macht en ik denk ook niet dat mijn ervaring exemplarisch was. Dat laat onverlet dat wanneer de publieke opinie een veroordeling eist, juist deze rechterlijke macht het hoofd koel moet houden. Of Lucia de Berk werkelijk zes jaar lang onschuldig gevangen heeft gezeten weet alleen zij zelf, maar het is volkomen duidelijk dat haar in het proces in hoger beroep door de raadsheren kansen zijn ontnomen om haar onschuld te bepleiten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden