Zaak-Dutroux / Wat overblijft, zijn de feiten

Maandag begint in het Belgische Arlon het megaproces tegen Marc Dutroux en zijn handlangers wegens het ontvoeren, gijzelen en verkrachten van zes meisjes en de moord op vier van hen. Hoe een nationaal trauma wordt teruggebracht tot zuiver strafrechtelijke proporties.

Wie zitten er maandag eigenlijk in de beklaagdenbank van het Hof van Assisen in Arlon? Zijn het alleen de verdachten Marc Dutroux, Michelle Martin, Michel Lelièvre en Michel Nihoul? Of staat in feite de hele Belgische staat terecht omdat ze de maatschappij niet tegen hen beschermde of zelfs met hen samenspande? Binnen de muren van het gerechtsgebouw voert de rechtbank een zuiver strafproces. Maar buiten de muren houdt zijn invloed op.

De inwoners van het Zuid-Waalse Arlon hopen in elk geval dat het gauw voorbij is. Ze hebben helemaal geen zin in het megaproces dat hun stad misschien wel voorgoed verbindt met weerzinwekkende misdrijven die daar niet eens zijn gepleegd. En dan die 1340 journalisten, die een speciaal pasje hebben gekregen en de stad als één groot mediapark zullen beschouwen.

Toch valt nog maar te bezien hoeveel journalisten er over een paar weken nog rondlopen. Het proces gaat naar schatting twee tot vier maanden duren. Vuurwerk wordt er verwacht van kroongetuigen als Sabine Dardenne, die als twaalfjarige tachtig dagen in Dutroux' kelder zat, of René Michaux, de rijkswachter die Julie en Mélissa ooit hoorde roepen maar niet verder zocht en daarmee hun tragische lot bezegelde. De procureur zal een vlammend requisitoir opvoeren, en de advocaten zullen even vurig repliceren. Er moet een twaalfkoppige jury worden overtuigd, en dat belooft verbale hoogstandjes van 's lands beste juristen.

Daartegenover staan de inspanningen van de rechtbank om de strafzaak zo sereen mogelijk te voeren. De rechters werpen een dam op die hoog genoeg is om sensatiezoekers af te schrikken, maar die laag genoeg moet zijn om het Belgische volk, naar het doel van de juryrechtspraak, morele genoegdoening te geven. Voor beeld- en geluidsopnames in de zittingzaal komt slechts sporadisch toestemming en voorzitter Stéphane Goux zal de minste ordeverstoring aangrijpen om de zaal te ontruimen.

Verder wordt het een strafproces zoals dat in België tientallen keren per jaar wordt gevoerd tegen 's lands zwaarste criminelen. Al horen bij deze zaak een dossier van 500000 pagina's en ongekend veel juridische valkuilen. Op de eerste dag moeten 180 opgeroepenen voor de jury zich melden en hun verkiezing is al een proces op zich. De verdediging zal de benoeming van mensen met kinderen proberen tegen te houden, de aanklager probeert die er juist wel in te krijgen. De vraag of een lekenjury hoe dan ook wel kan oordelen over een zaak die het land zo lang in zijn greep hield, is al lang niet meer relevant. De raadkamer heeft gewikt, gewogen en gekozen voor het Hof van Assisen, en niemand heeft nog zin om die discussie nog eens op te rakelen.

De misdaden van de beschuldigden zijn in tientallen schuldvragen voor de jury uitgesplitst: Heeft Marc Dutroux An Marchal ontvoerd? Gegijzeld? Verkracht? Vermoord? En hoe zit dat met Eefje? Is Michelle Martin schuldig aan het verhongeren van Julie en Mélissa? Heeft Michel Lelièvre geholpen bij de ontvoeringen? Wist Michel Nihoul van Dutroux' praktijken? Enzovoort, enzovoort. Als de 450 getuigen zijn gehoord, de aanklagers en de verdedigers hun werk hebben gedaan en de verdachten zelf hebben gesproken, zal de jury zich achter gesloten deuren beraden en terugkomen met een praktisch 'ja' of 'nee' op al deze vragen. De drievoudige rechtbank kan vervolgens de straffen bepalen.

Met deze procedure is de zaak-Dutroux tot zuiver strafrechtelijke proporties teruggebracht, en dat was al moeilijk genoeg. Toch zijn er ook Belgen die hun teleurstelling niet kunnen onderdrukken. Al vanaf de zomer van 1996 houdt de zaak-Dutroux het land bezig. De emoties laaiden hoog op en veel mensen voelden zich met elkaar verbonden in hun oproep voor een efficiënter opsporingsbeleid en een gerecht met een menselijker gezicht. Wat nu overblijft is een lijst met feiten, zo koel en technisch dat sommigen het proces beschouwen als het pompeuze sluitstuk van een operatie die de ware aard van de feiten in de doofpot stopt. Het zijn de mensen die inmiddels in België worden gekenschetst als de believers.

Een van die believers heeft een prominente plaats in de zaal. Het is procureur des konings -hoofdofficier van justitie- Michel Bourlet. De openbare aanklager gelooft dat er een 'bende-Dutroux' was, die uiterst berekenend een invloedrijk pedofilie- en drugsnetwerk uitbouwde. Maar zijn directe opponent is onderzoeksrechter Jacques Langlois. Die onderzocht alle vermeende verbanden met de onderwereld en hooggeplaatste personen, maar vond geen bewijzen voor Bourlets stelling. Hij verwijst formeel naar de feiten, maar werd zonder het te willen het gezicht van de non-believers. Volgens hem is Dutroux 'un isolé pervert', een perverse eenling die misbruik maakte van het dreigende overwicht dat hij op de andere verdachten had.

Maar dat is tegen het zere been van onder anderen een aantal nabestaanden van de slachtoffers en hun Witte Beweging. Zij hebben niet bijna acht jaar op het proces-Dutroux gewacht om daar te horen dat hij weliswaar een zeer zware crimineel is, maar niet iemand met tentakels tot in het topje van de macht.

Zij klampen zich vast aan de zo stuntelig verlopen opsporing van Dutroux. Inderdaad leek de rijkswacht ten tijde van de feiten, in 1995 en 1996, wel zo blind als een mol, en ook onderzoeksrechters bleven ernstig in gebreke. Volgens een rapport van de parlementaire commissie-Dutroux heeft het er alle schijn van dat een adequater optreden Dutroux eerder zou hebben gestopt en zo levens zou hebben gered. Deze conclusie was de basis voor ingrijpende hervormingen van de politie en het gerecht.

Maar of de rijkswachters een oogje toeknepen omdat Dutroux werd beschermd door de top van de politiek, de ambtenarij, het gerecht en mogelijk het koningshuis? En of zij even een blokje omreden als diezelfde toplieden hun lusten in Dutroux' kelder kwamen botvieren? Het is uiterst onwaarschijnlijk. Dutroux probeert constant de schuld van zich af te schuiven, maar heeft nooit aangewezen wie zijn opdrachtgevers dan wel waren. Op hun beurt vonden hoogwaardigheidsbekleders het kennelijk nooit de moeite waard om hem te bevrijden, of juist te elimineren als bron van explosieve informatie. Geen prins, geen regeringslid, geen topmanager, geen parlementariër, geen burgemeester, nog geen gemeenteraadslid is ooit serieus in verband gebracht met de zaak-Dutroux.

Nochtans is de grootste overwinning van de 'believers' het feit dat ook Michel Nihoul in de beklaagdenbank komt te zitten. Aanvankelijk besloot de raadkamer, het rechtscollege dat verdachten doorverwijst, dat Nihoul niet voor het Hof van Assisen hoefde te komen. Volgens de raadkamer was er onvoldoende grond voor de stelling dat Nihoul meewerkte aan Dutroux' perversies of daarvan op de hoogte was. Wel leverde de eerder voor oplichting veroordeelde Nihoul drugs aan Dutroux en Lelièvre. Bovendien gaf Nihoul, een protserige ijdeltuit, zelf voeding aan de geruchten dat de er meer aan de hand was. De aan lager wal geraakte zakenman mocht graag beweren dat hij ,,een arm, zo lang als de Donau'' had, waarmee hij doelde op zijn nooit gebleken invloed in de top van het land.

Nihoul, momenteel vrij man omdat hij al zijn eerdere straffen heeft uitgezeten, heeft het dan ook volledig aan zichzelf te danken dat hij nu alsnog in de beklaagdenbank naast Dutroux komt te zitten. Dat is het gevolg van het hoger beroep dat de ouders van de vermoorde en misbruikte kinderen hebben aangespannen. Volgens hen was Nihoul wel degelijk de draaischijf in een uitgebreid pedofilienetwerk. Volgens die theorie werden meisjes zelfs op bestelling ontvoerd en geleverd, al dan niet aan hooggeplaatsten.

Maar logischerwijs gaan de ouders allemaal verschillend om met hun verdriet, en dat veroorzaakte jaren geleden al onherstelbare scheuren in hun bolwerk. Jean Lambrecks, bijvoorbeeld, onttrok zich na de vondst van zijn vermoorde dochter Eefje zoveel mogelijk aan de publiciteit. Ook de vader van de verhongerde Julie Lejeune blijft het liefst in de schaduw, zoals hij er ook voor kiest om het komende proces niet bij te wonen. Hij vreest de harde confrontatie met de feiten en wenst geen hoofdrol te spelen in het drama dat de media gaan opvoeren.

Paul Marchal, de vader van Eefjes vriendin An, vindt zijn troost echter juist in het licht van de camera's. De onderwijzer gaf al tientallen persconferenties, liep voorop in de Witte Mars in 1996, richtte de Witte beweging op, deed in 1999 vergeefs mee aan de parlementsverkiezingen en blijft vechten tegen het vergeten. Zijn achterban is al wie vindt of vermoedt dat de zaak-Dutroux doorgestoken kaart is en zijn podia zijn de trappen van al die instituten waar hij zijn zaak bepleit: de ministeries, de ambtsgebouwen, het koninklijk paleis en de gerechtshoven.

Marchals optreden is soms even stuitend als aandoenlijk. Want wie kon het de vader van een misbruikt en vermoord kind kwalijk nemen toen hij, daags na de vondst van de meisjes en geveld door verdriet, zei dat Eefje altijd al een slechte invloed had op An. En wie durfde hem op de rem te zetten bij al die keren dat hij, wederom in zijn wanhoop, de ene complottheorie op de andere stapelde. Dat gebeurde dan ook niet en Marchal zou het ook niet laten gebeuren. Journalisten kunnen hem uittekenen, steeds als hem naar eigen zeggen niet voldoende recht was gedaan. Een vader, op de knieën gedwongen door een macht die zoveel groter en sterker was dan hijzelf: ,,Dit is mijn zoveelste teleurstelling in het gerecht.''

Het gekrenkte vaderschap is Marchals drama, maar ook zijn schild tegen wie hem weerspreekt. In de rechtszaal zit hij de komende maanden op de eerste rij en mag hij zijn verhaal doen namens de burgerlijke partij, zoals dat in België heet. Maar het proces kan hem zwaar opbreken. Niet omdat Dutroux geen zware straf riskeert, integendeel, maar omdat het een 'ordinair' strafproces wordt dat de strafrechtelijke feiten consequent scheidt van wat Marchal en zijn medestanders al die jaren probeerden aan te tonen: Dat de kinderen in het Dutroux-netwerk zijn opgeofferd aan een maatschappij die door en door verrot is. Sterker: Dat Dutroux België is, en België Dutroux.

Binnen de muren van de zittingzaal maakt de voorzitter de dienst uit, maar op de trappen van het gerechtsgebouw houdt zijn invloed op. De kans is groot dat deze opnieuw het podium worden voor alles wat volgens de 'believers' bij de zitting niet gezegd mag worden. Ze zullen bij de pers een gewillig oor vinden, maar de kans is klein dat hun invloed verder reikt. De regering en andere politici houden zich al maanden nadrukkelijk op de vlakte over de zaak. Omdat ze iets te verbergen hebben, denken sommigen. Maar eerder lijken ze zich bewust te zijn van het feit dat nu de rechterlijke macht aan zet is. En ongetwijfeld hopen ze ook dat de zaak-Dutroux nu eindelijk snel zijn finale krijgt. Want al die jaren wachten viel de Belgen zwaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden