Zaak-Bruins riekt naar willekeur

Als een zeurend kind hangt de vraag aan de broekspijpen van het proces tegen Siert Bruins: waarom moet die hoogbejaarde ex-SS'er nog vervolgd worden voor een moord van zowat zeventig jaar geleden? Wat heeft dat nog met gerechtigheid te maken?

Weet je wat ze hier in Duitsland zeggen? 'Laat die oude man toch met rust! Het is allemaal zo lang geleden. Kijk hem nou, met z'n rollator. Het is tijd om het verleden te laten voor wat het is.' Quatsch, natuurlijk. Gerechtigheid verjaart niet. En los daarvan: het is toch buitengewoon interessant om een proces tegen een hoogbejaarde SS'er van dichtbij mee te maken?"

Vijfentwintig zittingen duurde het proces tegen Siert Bruins tot nu toe. En af en toe was de oude mevrouw Kraftberg erbij. Dan zocht ze een plekje in een van de lege rijen. Plek zat. De Schwurgerichtssaal op de tweede verdieping van de rechtbank in Hagen was veel te groot voor het Bruins-proces. Afgezien van mevrouw Kraftberg - 85 jaar, gepensioneerd officier van justitie - zat er doorgaans nog een handjevol toeschouwers in de zaal. De twee zonen van Bruins, en soms was ook een van zijn schoondochters erbij. Een studente die zitting na zitting driftig zat mee te schrijven, maar zich na een stuk of tien procesdagen niet meer liet zien. Eén, soms twee journalisten. En ten slotte de arts, die voor de zekerheid was ingeschakeld - Bruins is oud immers, en kwetsbaar. Ze hoefde geen moment in actie te komen, en zat meestentijds verveeld met haar smartphone te frutselen.

"De interesse voor de zaak-Bruins hier in Duitsland is nul", vertelde Kraftberg tijdens een schorsing op een van de procesdagen. "Duitsland is er klaar mee, met die oorlog, zo lijkt het. Op scholen komt het onderwijs over het naziverleden de leerlingen de neus uit. Hou toch eens op over die oorlog, roepen ze. Dat weten we nou wel. En zo'n proces als tegen Bruins hoeft voor de meeste Duitsers dus ook niet meer. Ze vinden het niet nodig." De vraag hangt als een zeurend kind aan de broekspijpen van het Bruins-proces: wat heeft het nog voor zin om na al die jaren zo'n hoogbejaarde man te vervolgen? Waarom is dat nodig?

'Schiet hem maar dood'
De moord waar de 92-jarige Bruins schuldig aan zou zijn, vond zowat zeven decennia geleden plaats. In de nacht van 21 op 22 september 1944 werd net buiten Appingedam de 36-jarige verzetsman Aldert Klaas Dijkema doodgeschoten. Hij was eerder op de dag opgepakt en in de cel gezet in het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst in Delfzijl. Daar had Bruins zich ruim een jaar eerder gemeld. 'Schiet hem maar dood', hadden de SD-bazen uit Groningen aan hun ondergeschikten in Delfzijl laten weten. 'En doe maar alsof hij op de vlucht is neergeschoten.' Bruins en zijn SD-collega August Neuhäuser zetten Dijkema aan het begin van de nacht in een auto, reden richting Appingedam, en lieten de verzetsman uitstappen.

Of Bruins schoot, of Neuhäuser, of allebei - sinds de dood van Neuhäuser in 1985 is Bruins de enige die dat weet. Maar dat maakt niet uit, stelde de officier van justitie een paar weken geleden. "Bruins wist wat er met Dijkema zou gebeuren en als hij zelf al niet heeft geschoten, dan heeft hij er in ieder geval niets aan gedaan om dat noodlot af te wenden. Dat maakt hem schuldig."

Dat vond een Nederlandse rechter in 1949 ook al. Toen werd Bruins door het Bijzonder Gerechtshof van Groningen ter dood veroordeeld, voor onder meer de moord op Dijkema. Maar de in Vlagtwedde geboren Bruins had al de benen genomen. Naar Duitsland, bleek bijna dertig jaar later. Nederland vroeg om zijn uitlevering. Die werd geweigerd, Bruins was dankzij zijn SS-lidmaatschap Duitser geworden en Duitsland levert geen eigen onderdanen uit. Wel besloot de Duitse justitie om Bruins te vervolgen voor de moord op twee Joodse broers, vlak voor het einde van de oorlog. Hij kreeg zeven jaar cel (en zat daar vijf jaar van uit). Voor de moord op Dijkema werd hij toen niet vervolgd. De Duitse justitie beschouwde die zaak niet als moord, maar als doodslag. Doodslag verjaart, moord niet.

Officier van justitie Andreas Brendel denkt daar nu anders over. Het doden van Dijkema was wel degelijk moord. "Het is heel eenvoudig: als ik weet heb van een strafbaar feit, waar iemand voor te vervolgen is, dan is het mijn taak om vervolging in te stellen. We weten dat Bruins erbij was toen Dijkema werd doodgeschoten. Dus vervolgen we hem. Zo doen we dat." Apekool, zegt emeritus hoogleraar strafrecht Frits Rüter. "Als het zo zou zijn dat ze in Duitsland alle criminele oorlogsdaden voor de rechter hadden gebracht, dan had dat duizenden rechtszaken op moeten leveren. Dat is niet gebeurd."

Bij de Duitse Zentrale Stelle zur Aufklärung nationalsozialistischer Verbrechen waren in de afgelopen decennia elf officieren van justitie bezig met de vervolging van oorlogsmisdaden, vertelt Rüter. "Elf! En zij moesten twaalf jaar aan nazimisdaden onderzoeken en voor de rechter brengen? Onmogelijk! Er zijn hele volksstammen aan oorlogsmisdadigers geweest die nooit een rechtszaal van binnen hebben gezien. Hele contingenten oorlogsmisdaden zijn onder het tapijt geveegd. Er zijn duizenden zaken geseponeerd. Ook door Brendel. Dat had hij met Bruins natuurlijk ook kunnen doen."

Kwalijk
Dat dat niet gebeurd is, is eigenlijk een bijzonder kwalijke zaak, vindt Rüter. "Ik snap heel goed dat mensen zeggen: 'Die Bruins mag er niet mee wegkomen'. Maar als híj er niet mee weg mag komen, waarom mochten al die anderen dat dan wel in de afgelopen decennia? En waarom hebben ze Bruins er dan eerst al die jaren wél mee weg laten komen? De willekeur spat ervan af. Waarom hij wel en al die anderen niet? Gelijke behandeling is een extreem belangrijk principe in het recht."

Dat het allemaal zo lang geleden is, werd dag na dag gevoeld in het proces in Hagen. Een zoektocht naar nog levende getuigen leverde vrijwel niets op. De politieagent die in de nacht van Dijkema's dood naar de moordplek werd geroepen, bleek nog in leven. Maar hij is dement. Op een van zijn zeldzame, heldere momenten heeft hij nog een belastende verklaring afgelegd. Maar of die bruikbaar is?

Een groot deel van het proces werd besteed aan het voorlezen van oude verklaringen uit het Nederlandse strafproces tegen Bruins, uit 1949. Maar de getuigen die indertijd die verklaringen aflegden, leven niet meer. "Dode getuigen zijn onaantastbaar", zegt Rüter. "Er is geen kritische vraag meer aan ze te stellen. En eventuele ontlastende verklaringen kun je ook niet meer vinden. Doordat de Duitse justitie er zoveel tijd over heen heeft laten gaan, is Bruins dus in zijn verdedigingsbelang geschaad", zegt Rüter. "Ook dat is een argument tegen deze hele poppenkast."

Maar waarom heeft justitie in Duitsland er dan voor gekozen om Bruins te vervolgen? "Bruins mag dan allang een Duits paspoort hebben, hij blijft natuurlijk toch een buitenlander. En dat past in de Duitse lijn die in de jaren zeventig en tachtig steeds nadrukkelijker werd ingezet: niet meer vervolgen, maar als we dat toch doen, richten we ons op buitenlanders. Ga maar na. Demjanjuk kwam uit de Oekraïne, Bikker uit Nederland, Boere uit Nederland, Bruins uit Nederland. En allemaal kleine vissen. Maar een staat die willens en wetens meer dan een halve eeuw alle kleine vissen buiten schot heeft gelaten, heeft nu - bij het scheiden van de markt - het recht verspeeld om het blazoen nog eens op te poetsen. Zo zijn we niet getrouwd."

Maar toch.

In de aanloop naar zijn strafeis - levenslang de cel in - wees officier van justitie Brendel op de nabestaanden van Dijkema. "Wie zich in hun situatie weet te verplaatsen, kan niet anders dan begrijpen waarom we hier doen wat we doen."

Maar van nabestaanden moet het voeren van een strafzaak niet afhangen, zegt Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. "Het gaat niet om de subjectieve behoeften van nabestaanden. Want wat als er geen nabestaanden zijn? Doet het er dan niet meer toe? Nee, het gaat om een heel helder en keihard principe: je maakt een ander niet dood. Als Bruins een ander heeft gedood, dan maakt het niet veel uit hoelang dat geleden is en of hij oud en kwetsbaar is. Ja, dat wekt misschien medelijden op en het kan uitmaken in de strafmaat. Maar om medelijden gaat het nu niet. Net zoals het er ook niet om gaat dat het heel erg lang geleden is. Daardoor zijn wellicht allerlei emoties weggeëbd, en ook dat zou uit kunnen maken in de strafmaat. Maar het gaat hier niet om primaire emoties. Het gaat nu om gerechtigheid."

Daar wil Rüter niets van weten. "Over gerechtigheid gaat het hier niet meer. Sterker: het is onrechtvaardig. Want gerechtigheid gaat niet alleen over slachtoffers. Dat gaat ook over daders. Ook die moeten op een rechtvaardige wijze behandeld worden. En dat is hier niet gebeurd. Bovendien - let op mijn woorden - gaat dit onbevredigend aflopen. Ja, misschien wordt Bruins wel veroordeeld. Dan gaat hij in hoger beroep. En als hij dan weer veroordeeld wordt - zo de man dan nog leeft - zal hij geen dag in de cel zitten. Daar is hij veel te oud voor. Nee hoor, het proces-Bruins is een spelletje voor de bühne."

Laatste dagen van het proces
De zaak-Bruins ging begin september van start in de rechtbank van het Duitse Hagen. Twee weken geleden eiste de officier van justitie een levenslange gevangenisstraf voor de 92-jarige Bruins voor de moord op de toen 36-jarige verzetsman Aldert Klaas Dijkema in 1944. Vandaag reageert zijn advocaat op de strafeis en krijgt ook de advocaat van de nabestaanden van Dijkema het woord. Waarschijnlijk volgt woensdag het vonnis.

Moord en mishandeling
Siert Bruins (Vlagtwedde, 1921) werd in 1949 in Groningen bij versterk ter dood veroordeeld voor onder meer de moord op en mishandeling van verzetsmensen en Joodse onderduikers. Later werd die straf omgezet in een levenslange gevangenisstraf. Bruins - die zich in 1941 bij de SS en in 1943 bij de SD had gemeld - was vlak voor het einde van de oorlog naar Duitsland gevlucht. Eind jaren zeventig werd hij ontdekt na een lange speurtocht door het Simon Wiesenthal Centrum. Nederland vroeg om zijn uitlevering, maar dat werd geweigerd. Wel vervolgde de Duitse justitie hem voor de moord op twee Joodse broers, in april 1945. Hij kreeg zeven jaar cel opgelegd, waarvan hij er uiteindelijk vijf uitzat.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden