Yvonne van den Hurk Ik wil zelf besluiten wanneer het genoeg is

Yvonne van den Hurk (Den Bosch, 1959) is actrice en regisseuse. In 2000 startte ze, samen met Harry de Winter, het bedrijf WinterSpelen. Ze produceerde, onder andere, 'Chopin?', 'Frau Bach' en 'De Vaginamonologen'. 'Hormonologen' (2010), werd onlangs door De Arbeiderspers in boekvorm uitgegeven. De theatervoorstelling over de overgang gaat in januari in reprise.

I Gij zult de here uw god aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten
"Mijn vader kwam uit Brabant, mijn moeder uit de Achterhoek. Hij zat, denk ik, veel meer in het katholieke keurslijf dan mijn moeder. Zij is nu 88 en ze kan nog altijd giftig worden om het feit dat haar eigen moeder, die al jong weduwe was, iedere cent die ze over had naar de kerk bracht. Haar leven bestond uit keihard werken en God aanbidden in haar schaarse vrije tijd. Mijn vader ging later in zijn leven minder vaak naar de kerk, mijn moeder gaat al lang niet meer. Ik moest tot mijn dertiende mee. Iedere zondag.

"Ik herinner mij nog goed dat ik als kind 's avonds tot God lag te bidden. Ik was de jongste van vier en ik ging het eerst naar bed, maar ik was een slechte slaper dus ik had alle tijd voor mijn gebeden. Lieve God, zei ik dan, zorg ervoor dat ons gezin voor altijd bij elkaar blijft. God was een soort vriend, aan wie ik dingen kon vragen. Ik had geen beeld van Hem. Van Jezus wel, natuurlijk, want die hing aan het kruis, maar hoe zijn Vader er uit zag, wist ik niet. Mijn zussen en mijn broer hebben het pad geëffend; op den duur hoefde ik ook niet meer naar de kerk. Dat was een grote bevrijding.

"Op de Toneelschool, een paar jaar later, zou ik kennismaken met Sartre -l'enfer, c'est les autres- en andere denkers, maar tot die tijd heb ik weinig aan filosofische bespiegelingen gedaan. Ik was jong, naïef en eigenwijs. Ik trok op met de vrienden van mijn zussen. Onze gesprekken gingen over van alles, maar nooit over God of over het geloof. Ik moet je eerlijk zeggen dat ik wel eens een zweempje van jaloezie heb gevoeld als ik al die blije hoofden tijdens de EO-landdag op televisie zag. Wat hebben die mensen gevonden? Wat is hun geheim? Maar nee, ik denk toch dat wij het uiteindelijk zonder God moeten stellen. Wij zijn hier niet om een bepaalde reden; we zijn hier toevallig, dankzij atomen en neutronen die botsen en moleculen die zich hechten en weer loslaten. We zijn vlammetjes die na verloop van tijd weer doven. Dat is alles."

II Gij zult de naam van de heer uw god niet zonder eerbied gebruiken
"Mijn vader riep altijd motverdomme. Motverdomme! Vloeken werd bij ons thuis niet op prijs gesteld. Trut mocht ook niet, omdat het iets met het geslacht te maken had of zo... Maar als je het hebt over het strenge, katholieke geloof, moet ik toch onmiddellijk aan heeroom denken, de broer van mijn vader die priester was in Lage Mierde. Hij was God niet, maar het scheelde niet veel. Zelfs mijn vader zei u tegen hem, en heeroom. Tijdens de Kerst, als zijn huishoudster vakantie moest nemen, gingen wij bij hem in huis wonen. Dan kon mijn moeder meteen voor hem koken.

"We leefden echt onder het juk van die vreselijke man. Ik weet nog dat wij ons een keer erg hadden verheugd om Heidi op tv te zien. We hadden ons net geïnstalleerd toen heeroom binnenstapte, het toestel uitzette en zei: 'Hier wordt geen televisie gekeken.' Ik weet niet waarom hij het deed - zou het blasfemie geweest zijn; naar Heidi kijken op Kerstmiddag? Hij vond het in ieder geval onverdraaglijk als mensen ergens lol aan beleefden. Mijn oudere zus, ze zal dertien jaar geweest zijn, werd razend, zei zoiets als 'u bent een lul!' en deed de tv weer aan. Dat gaf een enorme heisa. Ik denk dat mijn vader tussen zijn gezin en zijn broer in kwam te staan. We hebben daarna nooit meer bij heeroom gelogeerd. Wij dachten natuurlijk dat het door mijn zus kwam; dat zij het had gewaagd om het tegen hem op te nemen. Heeroom is later helemaal de kluts kwijtgeraakt. Hij begon tijdens de mis al meteen na binnenkomst de hostie uit te delen. Iedereen in Lage Mierde had het erover: meneer pastoor is gek geworden, meneer pastoor is gek geworden! Maar niemand durfde er echt iets over te zeggen. Pas toen heeroom ging vertellen dat Maria hem regelmatig in de pastorie bezocht is hij uit zijn functie gezet en naar een tehuis voor demente bejaarden gebracht."

III Gij zult de dag des heren heiligen
"Het klinkt raar om van mezelf te zeggen, maar ik geloof echt dat ik het goed kan: mijn kop stilzetten. Ik vind het ook heerlijk om vanuit een meditatie te visualiseren. Dat klinkt misschien erg New Age, maar daar ben ik niet vies van; het helpt mij echt om mij een plek voor te stellen waar ik mij geborgen weet. Er is één visualisatie die wel een uur duurt en die ik mij van begin tot einde kan herinneren. De plek is een grot waar water in- en uitstroomt, met een klein strand en uitzicht op zee. Er komt ook een grote man in voor die mij op schoot neemt of in zijn armen sluit. Er gebeurt nooit iets seksueels, misschien is het geen man, maar het is ieder geval een groot, krachtig wezen, op een plek waarvan ik zeker weet dat mij daar niets kan overkomen."

IV Eer uw vader en uw moeder
"Mijn vader was een zachte man. Ik heb hem nooit op enige vorm van kwaadaardigheid of leugenachtigheid kunnen betrappen. Als ik iets negatiefs over hem zou moeten zeggen, dan zou ik hem angstig noemen. Angstig voor wat anderen over je zullen zeggen. Doe maar gewoon, hou je maar stil. Terwijl je niets te verbergen hebt. Hij was altijd aan het werk. In zijn vrije tijd hielp hij bij het Wit Gele Kruis, op zaterdag plakte hij banden. Alleen 's zondags nam mijn vader rust; dan ging hij het liefst wandelen, de natuur in. Hij was geen man met wie je snel ruzie kon krijgen en áls er problemen waren in het gezin, dan liet hij mijn moeder die oplossen. Ik vind het moeilijk om mijn relatie met hem te beschrijven. Het was 'n goeie peer, maar eerder iemand met wie ik medelijden voelde dan een vaderfiguur voor wie ik veel ontzag had.

"Mijn moeder is een heel ander type. Ze was geen verwend nest of zo, helemaal niet, maar ze had nogal hoge eisen. Met het kleine salaris van mijn vader kreeg ze van alles voor elkaar. Zo nam ze bijvoorbeeld Frans sprekende kostgangers in huis die ons dan meteen extra taalles konden geven. Toen dacht ik wel eens: gatverdamme, zit er alwéér iemand in dat kamertje, maar terugkijkend kan ik alleen maar bewondering voor haar hebben. Zij was niet bang, mijn moeder wilde vooruit. In het voor je mening uitkomen was zij het tegenovergestelde van mijn vader. Ze zei waar het op stond, en dat doet ze nog steeds. Genadeloos. Laatst was ik bij haar op bezoek om mijn luisterboek te laten horen ('Hormonologen' op vier cd's, uitgebracht door Rubinstein, AV) en ik betrapte mezelf erop dat ik zenuwachtig was toen ik de cd had opgezet. Gelukkig zei ze eerst dat ik een mooie stem had, maar meteen daarna kwam: 'Ik vraag me af wie hier nou naar gaat luisteren.'

"Ja, ik zit daar eigenlijk als een klein meisje, daar heb je gelijk in, maar geldt dat niet voor ons allemaal? Ik zie in veel volwassenen om mij heen de jongetjes en meisjes terug; je blijft tot je dood het kind van je ouders. Misschien wordt het gevoel dat ik aan haar eisen moet blijven voldoen iets minder sterk nu mijn moeder iets kwetsbaarder is geworden. Haar gezondheid gaat achteruit. Het viel vooral mijn broer, die één keer per jaar vanuit Venezuela naar Nederland komt, op. Hij ziet dat zij niet langer het kleine, sterke vrouwtje is dat alles bedenkt en regelt. Haar kop wil nog steeds, maar er lukt heel veel niet meer.

"Mijn vader is in 2003 gestorven. Hij is wel in een tehuis terechtgekomen, maar heeft gelukkig slechts een stukje van die lijdensweg hoeven afleggen. Ik zou mijn moeder, die krachtige vrouw, zo graag een mensonwaardig einde besparen. Tien jaar geleden zou ze zelf nog gezegd hebben: als ik er straks heel ellendig aan toe ben, schiet mij dan maar af. Inmiddels zal ze zoiets niet meer zeggen. Alles schuift op; een mens wil leven. Toch heb ik, door wat ik om mij heen zie, ook bij vrienden die ellendige tijden beleven met sukkelende ouders, besloten om mij nu al aan te melden bij de NVVE, de Nederlandse Vereniging voor Euthanasie. Ik wil zelf kunnen besluiten wanneer het genoeg is."

V Gij zult niet doden
"Vind jij het dan niet gek dat we allerlei kunstgrepen mogen uithalen om van alles op de wereld te zetten, terwijl het bijna onmogelijk is om er, uit vrije wil, vanaf te stappen? De onderwerpen voor mijn volgende productie, 'OUT', zijn het afscheid nemen en de dood. Ik vind dat er een te groot taboe rust op het stervensproces; het is hoog tijd dat we daar anders over gaan denken. We moeten zelf bepalen of ons leven kwalitatief nog in orde is en de toegang tot hulpmiddelen voor euthanasie mag ons niet langer worden ontzegd."

VI Gij zult geen onkuisheid doen
"Ik heb op de Onze Lieve Vrouwenschool gezeten. Voor de nonnen die ons les gaven was zelfs het woord onkuisheid al zondig. Pas toen ik in de zesde klas zat, kreeg ik iets wat op seksuele voorlichting leek. Daar hadden ze een meester voor aangenomen, meester Visser. Meester Visser ging altijd eerst een tijdje, voor zijn eigen plezier, op het orgel spelen en vertelde ons dan iets over de voortplanting. Denk ik. Het was een lelijkerd die eruitzag als tachtig, maar omdat het een man was, werden wij allemaal verliefd op hem. Wat hij ons bijbracht zal heel beperkt geweest zijn, maar hij heeft in ieder geval voor een beetje muziek, een beetje opwinding, in de lessen gezorgd."

VII Gij zult niet stelen
"Diefstal kwam voor het eerst, puur, praktisch, in mijn leven toen ik naar de Toneelschool ging in Maastricht. In het tweede en het derde jaar gingen wij er echt op uit om te stelen. We hadden een beurs, maar dat was niet genoeg. Een paar jongens waren er - met hun lange regenjassen, dubbele zakken, wijde mouwen - heel bedreven in. Hadden we zin in biefstuk, maar net genoeg voor een blinde vink? Geen probleem. Rollades, de duurste wijnen; er werd op bestelling gejat. Alleen van de V&D, de Hema en ander grote bedrijven natuurlijk hè? Die konden het lijen. Die kleine winkeliers lieten we met rust. Schuldgevoel? Nee. Het gekke was dat wij die hele stad als een decor zagen; dat je alleen maar door een soort Bromsnor opgepakt zou kunnen worden. Daar was je niet bang voor. In Amsterdam heb ik nog geen oorbel gestolen maar daar, toen... ik weet het niet, het was natuurlijk puur egoïsme, wij moesten groeien en we pakten alles wat daar voor nodig was. Maastricht bestond alleen voor ons.

"We leefden voor het toneel. 's Avonds kwamen we in de kroeg bij elkaar om er nóg langer over door te praten. Er werd aan je gesleuteld, zowel aan je fysiek als aan je geest. Het voelt allemaal als heel, heel lang geleden, maar het was echt een prachtige tijd. Zo'n tijd gun ik iedereen. Thuiskomen klinkt zo heilig en veilig, maar toch: het werd de periode die mij het meest heeft gevormd, waarin ik verliefd werd, relaties kreeg en gelijkgezinden vond. Het waren de jaren waarin ik samenviel met datgene waarnaar ik in mijn jeugd het meest had verlangd."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen
"Toneelspelen is goed kunnen liegen. Je kunt nu eenmaal niet iets overbrengen zonder er een vorm van overdrijving in aan te brengen. Dat wil niet zeggen dat het onoprecht is wat ik maak. Ik kan namelijk alleen iets maken als ik een betrokkenheid voel, als ik, bijvoorbeeld in de stukken over Bach en Chopin, mijn onderwerp echt kan doorgronden. Ik maak er nooit een ego-document van, dat vind ik oninteressant. Het is vooral mooi als mensen zich in een stuk herkennen; als ze anderhalf uur een te gekke tijd hebben gehad. Nee, ik doe het niet alleen uit altruïstische overwegingen, natuurlijk niet. Ik wil gehoord en gezien worden. Als je het wil psychologiseren, dan krijg je dit: de jongste van een nogal druk gezin van vier kinderen moest erg haar best doen om aandacht te krijgen en merkte op een dag, als vier- of vijfjarige, dat iedereen naar haar keek als zij een dansje deed... Kijk, in de eerste plaats ben ik verslaafd aan het zoekproces; repeteren is zoiets als een groepsreis maken naar een onbekend land. De één vindt dit onderweg, de ander dat. Na een tijdje heb je alles in kaart gebracht en dan kan de voorstelling beginnen. Dát proces vind ik mooier dan het spelen zelf. Ik hoef niet per se op het podium te staan. In die zin ben ik veranderd van iemand die alleen maar een actrice wil zijn naar iemand die een onderwerp bedenkt, verantwoordelijk is voor tekst en vorm, en vervolgens wat zij ervan heeft gemaakt met anderen wil delen."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren
"Ik ben niet getrouwd, en ik woon ook niet samen, maar ik heb nu achttien jaar een relatie met Harry, die nog getrouwd was toen ik hem leerde kennen. Volgens de katholieke kerk ben ik misschien in overtreding geweest, maar niet volgens mijn eigen leer, of die van mijn ouders, want alles is vanaf het begin in alle openheid gegaan. We zijn zelfs met z'n drieën in therapie geweest om in harmonie met de situatie om te kunnen gaan. Zijn ex-vrouw heeft ook al lang een relatie, dus het is helemaal goed gekomen. Pijn en frustratie zijn er natuurlijk geweest - zoals in iedere, andere relatie. Dat Harry en ik niet samenwonen is voor mij heel belangrijk. Ik wil mijn eigen leefruimte houden, om niet, als er bezoek komt het stelletje te hoeven spelen. Ik heb nooit de huisje-boompje-beestje-droom gehad, ik ben nooit op zoek gegaan naar de ideale man. Daardoor ben ik hem misschien juist tegengekomen.

"Harry is behoorlijk ideaal, ja. Hij is betrokken, hij is liefdevol, hij gunt mij alles, hij houdt rekening met mij, hij is eerlijk; he cares for me. Natuurlijk heeft hij ook mindere kanten. Ik kan niet altijd lekker met hem kletsen, zoals nu met jou... doe je dit thuis ook, of is het gewoon je vak? Nee, maar serieus: mannen willen nooit in details treden. In het stuk 'Caveman' dat ik een aantal jaren geleden regisseerde wordt het als volgt uitgelegd: een man heeft tweeduizend woorden tot zijn beschikking, een vrouw zesduizend. Als de man 's avonds thuiskomt zijn z'n woorden op, terwijl de vrouw er nog vier of vijfduizend over heeft."

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort
"Een tijdje geleden begon ik te merken dat ik als actrice minder werd gevraagd - ja, voor een rolletje als voedster, oudere dienstmeid of ex-stiefmoeder - en ik kan niet ontkennen dat ik wel eens jaloers was op collega's van mijn leeftijd die nog wel werden gebeld. Dan dacht ik: wat kan zij dat ik niet kan? Het is moeilijk hoor, om afgerekend te worden op je verschijning, daar krijg je als mens echt een tik van mee. Los daarvan ontdekte ik dat ik op den duur beter wist hoe een productie gemaakt moest worden dan de jonge regisseur die tegenover mij stond. Gehoor geven aan de innerlijke behoefte om dingen te creëren en zélf aan de slag te gaan is in alle opzichten een goede zet geweest. Zo blijf ik aan het werk en houd ik de grumpy old woman buiten de deur. Het gaat nu zó goed dat soms het oude katholieke gevoel naar boven komt borrelen en ik me afvraag of ik wel recht heb op zoveel geluk. Als ik naar mijn leven tot nu toe kijk, dan kan ik maar één ding concluderen: ik ben een grote mazzelaar."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden