Yang, 27ste jrg. 1991/4 (eerst onlangs ...

Yang, 27ste jrg. 1991/4 (eerst onlangs verschenen). Los nummer 17 " abonnement BF 1200. Postrekeningnr. 000 1613443 42. Theaterschrift nummer 1, 'Aan de onverschilligheid voorbij'. Felix Meritis, Keizersgracht 324, Amsterdam. Abon. 27,50 per jaar (3 nrs.)

Het Vlaamse YANG, een weinig luchthartig met literatuur omspringend blad waarvan de meeste medewerkers een literairwetenschappelijke achtergrond hebben, maakt geregeld mooie themanummers, onder meer over artificiele intelligentie, Willem Brakman, H.C. ten Berge. Deze keer, in een verlaat nummer (veel tijdschriften 'lopen' niet op tijd), is er naast proza van Leo Pleysier, Daniel Robberechts en Willy Roggeman, en naast poezie van Erik Spinoy, Dirk van Bastelaere en Peter Verhelst, een omvangrijk 'dossier Hugo Brems' opgenomen. Brems is Vlaanderens belangrijkste en invloedrijkste poeziecriticus. Hij is hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de K.U. Leuven en redacteur van het stokoude, maar thans enorm opgefriste literaire tijdschrift Dietsche Warande & Belfort. Hij stelde de nieuwste druk samen van de befaamde bloemlezing 'Dichters van deze tijd' en schreef een groot essay over poezie dat in boekvorm uitkwam onder de titel 'De dichter is een koe'. Hij wordt in Yang uitvoerig geinterviewd over poezie en poeziekritiek. Wat dat laatste betreft: als het grootste tekort van de poeziekritiek beschouwt Brems "dat er veel te weinig is. En wat er is, verschijnt op plaatsen waar ze nauwelijks wordt gelezen. In kranten en weekbladen verschijnt nauwelijks poeziekritiek."

Brems steekt zijn meningen over de Vlaamse literatuur niet onder stoelen of banken: "Waar ik mij bijvoorbeeld heel erg aan erger, is aan die idiote belangstelling voor mensen, of verschijnselen, zoals Lanoye, zoals Brusselmans. Voor Lanoye ligt dat enigszins anders, omdat die ook goede dingen schrijft, maar Brusselmans... wat die schrijft is volstrekt waardeloos. Die wordt ondertussen zo de hemel in gestoken."

Brems zelf krijgt in enkele volgende essays over zijn werk lof en blaam te verduren, een vanzelfsprekend lot van de zich uitsprekende criticus.

ALS EEN HOMMEL wil het nieuwe viertalige Theaterschrift zijn werk doen in Europa: 'vliegend van stamper naar stamper, waarbij zij wat stuifmeel, klevend aan haar pootjes, overdraagt van de ene artiest naar de andere, van de ene discipline naar de andere, van de artiest naar het publiek en omgekeerd, van de theorie naar de praktijk en omgekeerd.'

Als thema voor het eerste internationale nummer is 'de grote wereld' gekozen; welke invloed hebben alle ingrijpende veranderingen op het werk van kunstenaars? De Russische regisseur Anatolij Vassiliev, de Amerikaanse performance-artieste Laurie Anderson, de Nederlandse theatermakers Jan Ritsema en Tom Jansen, hun Vlaamse collega's Jan Fabre en Frank Vercruyssen, de Duitse componist Heiner Goebbels en de actrice Edith Clever geven er antwoord op.

Interessant is het persoonlijke verhaal van Ritsema. Hij voelt zich aangetrokken tot Wittgenstein en Muller omdat zij iets van alle kanten bekijken, zich steeds opnieuw iets afvragen. "Vaak blijkt dat je niet goed nagedacht hebt, dat je vroeger een standpunt hebt ingenomen zonder over voldoende gronden te beschikken. Bijvoorbeeld de communistische wereld: je had meer kunnen weten dan hebt willen weten. Dus wil ik nu vooral meer weten."

Voor de Rus Vassiliev is het theater een klooster geworden. Hij heeft de deuren dichtgedaan voor het dagelijkse leven. Alleen gedachten en ideeen interesseren hem nog. Die opsluiting in het klooster is volgens hem de enige manier om na de perestroika als theatermaker te overleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden