Wrok en onbegrip in Burma

Wil Burma ooit democratisch worden, dan zal het in het reine moeten komen met zijn etnische minderheden. Een recent mensenrechtenrapport beschrijft hoezeer één zo'n minderheid, de Rohingya's, nog steeds onderdrukt wordt. Oppositieleidster Aung San Suu Kyi lijkt de grieven van de minderheden te begrijpen, maar zelfs in haar partij is niet iedereen daarvan doordrongen.

Het is begin februari 1947. Burma staat aan de vooravond van de onafhankelijkheid als in het plaatsje Panglong, in de afgelegen heuvels van Oost-Burma, een historische belofte klinkt. "Als Burma één kyat (de Burmese munteenheid) krijgt, krijgen jullie ook één kyat", zegt een kleine man die vanwege zijn ernstige en ietwat norse uitstraling ouder lijkt dan zijn 31 jaar, tegen de toehoorders in hun bonte traditionele kledij.

De spreker die speciaal hierheen is gereisd om vertegenwoordigers van de etnische minderheden, de Shan, de Chin, en de Kachin, te spreken is Bogyoke (generaal) Aung San, de leider van de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Britten. Zo komt de Panglong Overeenkomst tot stand, een eerste officiële poging om de gelijkwaardige positie van de minderheden binnen een federale staat vast te leggen. Maar het is ook een halfslachtige poging, die kwesties als de demarcatie van de staten en de zeggenschap over grondstoffen in het vage laat. Bovendien ontbreken veel van de andere minderheden, of ze fungeren slechts als waarnemers.

In die dagen kan niemand nog vermoeden hoe het conflict tussen de minderheden en het centrale gezag decennialang zal voortwoekeren. Enkele maanden na de Panglong Conferentie gaat het al mis, als Aung San, 19 juli 1947 en zijn collega-politici door een politieke rivaal worden vermoord. De regering van de piepjonge staat die op 4 januari 1948 wordt uitgeroepen, worstelt met het gewapende verzet van communisten en met toenemende spanningen met etnische groepen die zich als tweederangsburgers behandeld voelen. Die chaos biedt weinig ruimte voor de gedachte van een federale staat.

In 1949 nemen de Karen als eersten van de minderheden de wapens op en in de loop der jaren volgen andere etnische groepen dat voorbeeld. De conflicten met de minderheden verhevigen als het leger, dat in 1962 de macht grijpt, een beleid voert van 'burmanisatie': de eenheid van de Unie en een sterk centraal gezag worden ijzeren motto's, waaraan onder de militaire knoet niet te tornen valt. Vanaf de jaren tachtig komen er wapenstilstanden met de meeste van de rebellengroepen, maar het zijn bedrieglijke overeenkomsten, waarin militaire kwesties domineren en etnische leiders vaak met economische voordeeltjes worden afgekocht. Het politieke hangijzer van de mate van zelfbestuur blijft onopgelost. In de Shan- en de Karen-staat duurt de burgeroorlog voort. "De Burmezen willen dat de Karen alleen nog in een museum te zien zullen zijn," luidt een bitter gezegde onder de Karen. Ver van het leven in Centraal-Burma krijgen baby's krijgshaftige namen als Running Shell (Rennende Granaat); guerrillastrijders in de jungle tatoeëren op hun borst teksten als: 'Vrijheid of de dood' en 'Overgave is uitgesloten'.

Anno 2012 ligt het complexe probleem van de positie van de minderheden op het bordje van een voornamelijk uit ex-militairen bestaande burgerregering die eind maart 2011 aantrad. De nieuwe president Thein Sein, een ex-generaal en vertrouweling van de afgetreden juntaleider Than Shwe, verrast menigeen met een aantal stappen zoals de vrijlating van tientallen prominente politieke gevangenen, toenadering tot oppositieleidster Aung San Suu Kyi, en meer bewegingsruimte voor media en vakbonden. Vervolgens verklaart hij dat de verhouding met de etnische minderheden 'in de geest van de Panglong Overeenkomst' moet zijn.

Begin april trekt zowaar een delegatie van de oudste rebellengroep, de Karen National Union (KNU), het vijfsterrenhotel aan het meer in Rangoon binnen voor onderhandelingen met de regering. Omgeven door de luxe van kroonluchters en verende tapijten, ogen de Karen onwennig in hun traditionele rode vesten. Ook hun forse schoenen benadrukken dat hun dagelijks leven zich ver van het stadse bestaan afspeelt.

De afgelopen jaren splitsten enkele Karengroepen zich af van de KNU en sloten hun eigen overeenkomsten, maar onderhandelingen tussen de autoriteiten en de KNU liepen voortdurend spaak. Inmiddels stelt het guerrillaleger van de KNU met enkele honderden manschappen nauwelijks meer iets voor, maar als oudste verzetsgroep heeft hun gewapende strijd wel altijd grote symbolische betekenis gehouden.

Deze keer worden de beide partijen het voor het eerst in het bijna 63 jaar durende conflict eens over vijftien concrete punten om vrede dichterbij te brengen. Het akkoord omvat onder andere een gedragscode voor de troepen en afspraken voor de opening van liaisonkantoren, het opruimen van mijnen en een eerste aanzet tot hervestiging van de tienduizenden ontheemde Karen in het deels door de KNU bestuurde oorlogsgebied.

Blooming Night (59), die namens de vluchtelingenorganisatie van de Karen deelneemt aan de onderhandelingen, vertelt: "Er is meer openheid. lk heb hoop, maar niet te veel. Dit is pas een allereerste begin. Een oorlog van bijna 63 jaar kan niet in enkele dagen worden opgelost. De kern van ons conflict is politiek en etnisch en daaraan zijn we nog niet toegekomen", zegt ze bedachtzaam.

Tussen de drankjes en het buffet van rijst en curries loopt ook veteraan Khun Htun Oo, een leider van de Shan-minderheid uit Oost-Burma. Hij adviseert Karen-collega's geen overspannen verwachtingen te koesteren. Een paar dagen later gaat de bejaarde leider in zijn riante woonkamer met brede banken en boekenkasten met vergeelde foto's van de rijke Shanhistorie verder op zijn waarschuwende woorden in. "Wij etnische minderheden weten onderhand wel wat we met federalisme bedoelen. Maar voor veel militairen betekent die term hetzelfde als separatisme. En het uiteenvallen van de Unie is voor het leger nog altijd het grootste kwaad."

Ook met een van de rebellengroepen in de Shanstaat zijn sinds kort besprekingen op gang gekomen, maar net als vele anderen vraagt Khun Htun Oo zich af hij hoeveel speelruimte de nieuwe regering heeft en hoe ver de fragiele hervormingen zullen gaan. Hij is ervan overtuigd dat het leger, wellicht in samenwerking met andere oudgedienden van het bewind, nog altijd veel macht heeft.

Terwijl de Karen en andere minderheden met de nodige scepsis aftasten wat de beloften van de huidige leiders waard zijn, beweegt de situatie in de noordelijke Kachin-staat zich in tegenovergestelde richting. Een zeventien jaar oud staakt-het-vuren-akkoord raakt in 2011 verbroken nadat de Kachin weigeren hun troepen om te vormen tot een grenswacht, die grotendeels onder Burmees commando zou komen te staan. In een deel van de afgelegen staat tegen de grens met China wordt alweer maandenlang gevochten; tienduizenden burgers zijn ontheemd.

In een wijk in Rangoon waar veel Kachin wonen, vertellen jonge mannen dat ze hun stadse bestaan op willen geven om zich aan te sluiten bij het rebellenleger. In de kerken in het verre noorden wordt tegenwoordig zelfs gebeden om onafhankelijkheid.

"De Kachin radicaliseren," zegt Tom Kramer, Burma-deskundige van denktank Transnational Institute (TNI) die vanuit Rangoon de onderhandelingen op de voet volgt. "Ze zien het huidige conflict niet meer als een aanval op de Kachin-rebellen, maar als een aanslag op de Kachin identiteit als zodanig." De confrontaties duren voort ondanks presidentiële orders dat militairen zich alleen mogen verdedigen. Kramer: "Het is onduidelijk in hoeverre de president het leger onder controle heeft."

In de westelijke Arakan-staat krijgt de nieuwe regering in juni te maken met geweld tussen boeddhisten en Rohingya's, een moslim-minderheid die door de overheid als illegale bewoners worden beschouwd. De twee bevolkingsgroepen leven al decennia met elkaar op gespannen voet. Er vallen vermoedelijk tientallen doden, tienduizenden burgers slaan op de vlucht en duizenden huizen gaan in vlammen op. De president kondigt de noodtoestand af en stuurt militairen naar het gebied om de orde te herstellen (zie kader).

Analisten in Rangoon speculeren of het geweld is uitgelokt om het leger en andere tegenstanders van hervormingen weer een grotere rol te geven. Sommigen denken ook dat de situatie gecreëerd is om oppositieleidster Aung San Suu Kyi, die half juni voor het eerst in 24 jaar door Europa reist, in een lastig parket te brengen. Om de verhouding met het grotendeels boeddhistische thuisfront niet op de spits te drijven, houdt ze zich tot woede van veel Rohingya's tijdens haar Europese tournee op de vlakte over de situatie.

Ondanks de ingewikkelde situatie ziet Kramer bij de nieuwe regering hoopvolle verschillen met de vroegere aanpak. "De besprekingen richten zich nu op alle groepen terwijl in het verleden een verdeel-en-heers-beleid werd gevoerd. De overeenkomsten worden schriftelijk vastgelegd en gepubliceerd, terwijl ze voorheen grotendeels op mondelinge afspraken berustten."

Dat het proces moeizaam verloopt komt volgens hem ook "doordat de autoriteiten niet beseffen hoe diep de grieven van de minderheden na decennia van conflicten gaan." Ook de meeste andere Burmanen, die ongeveer tweederde van de bijna 60 miljoen Burmezen vormen, hebben weinig weet van de ellende in de afgelegen oorlogen en hoe groot de wrok bij de minderheden is. Hoewel ook de rebellen mensenrechtenschendingen begaan en veel corrupte leiders zich niet om hun achterban bekommeren, overheerst bij de meesten de afkeer van de regeringstroepen en het Burmese gezag.

De Nationale Liga voor Democratie die bij de verkiezingen van 1 april 43 zetels veroverde in landelijke en regionale parlementen, heeft evenmin een probleemloze relatie met de etnische minderheden. Oppositieleidster Aung San Suu Kyi hamert voortdurend op democratisering en het versterken van de rechtsstaat, maar de niet-Burmanen wachten met ongeduld af wat haar partij concreet gaat doen om hun wens om gelijke rechten binnen een federale staat te steunen. Gunstig teken is dat ze tijdens haar maiden speech als parlementslid, vorige week, opriep de rechten van etnische minderheden te garanderen. Hoewel veel vertegenwoordigers van de minderheden Suu Kyi het voordeel van de twijfel gunnen, wantrouwen ze andere kopstukken van de NLD, die als militairen tegen de minderheden vochten.

"Vrede tussen regering en minderheden is cruciaal voor democratisering en economische ontwikkeling. Vrede is alleen haalbaar als er een politieke oplossing komt", zegt Kramer.

Etnische lappendeken
Burma is met zijn bijna 60 miljoen tellende inwoners een complexe lappendeken van groepen. De overheid noemt 135 'nationale rassen', maar etnologen houden het meestal op enkele tientallen. De gebieden die de minderheden bewonen zijn naar hen vernoemd, maar deelstaten hebben nauwelijks autonomie.

De spanningen tussen de autoriteiten en de minderheden hebben ook economische redenen. Voor het centrale gezag zijn deze thuislanden lucratieve wingewesten van grondstoffen als tropisch hardhout, mineralen en edelstenen. Ook pikken lokale legercommandanten in sommige streken regelmatig een graantje mee van de handel in opium.

De gebieden spelen een belangrijke rol in de plannen voor economische ontwikkeling. In de westelijke staat Arakan en in de zuidoostelijke landengte waar veel Mon en Karen minderheden wonen, worden nieuwe industriële zones en zeehavens gebouwd. In de Salween rivier van de Karen-staat en de Irrawaddyrivier in de Kachin-staat zijn plannen voor de aanleg van dammen voor waterkrachtcentrales. Vanaf de westelijke Arakan-staat wordt via de noordoostelijke Shan-staat een pijplijn aangelegd die gas en olie naar China zal transporteren. Door de landengte in het zuidoosten Mon en Karen wonen, loopt al een gaspijplijn naar Thailand, die de Burmese autoriteiten miljoenen opleveren.

Burmese leger wreed tegen Rohingya's
Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch meldde in een gisteren gepubliceerd rapport dat regeringstroepen Rohingya-moslims hebben vermoord, verkracht en gearresteerd. Eerder hadden ze nagelaten een einde te maken aan onlusten tussen de Rohingya's en de boeddhistische meerderheid in juni in het westen van het land. Doordat de regering geen humanitaire hulp toelaat tot het gebied, zijn meer dan honderdduizend moslims ontheemd en zijn voedsel en medicijnen schaars geworden, aldus HRW.

Veel moslims wonen al generaties in de westelijke staat, anderen zijn nieuwkomers uit het poreuze grensgebied met Bangladesh. In 1978 verdreef de Burmese overheid bij de operatie Drakenkoning ongeveer 200.000 Rohingya's naar Bangladesh. Tussen 1991 en 1992 volgde een nieuwe exodus van tienduizenden. Onder internationale druk is het merendeel weer terug. De relatie tussen de moslims en boeddhisten is mede gespannen vanwege conflicten over schaarse landbouwgrond onder de snelgroeiende bevolking.

Anders dan de andere minderheden worden de Rohingya's niet erkend als etnische groep en ze hebben ook geen staatsburgerschap. De Verenigde Naties noemen hen een van de zwaarst onderdrukte minderheden ter wereld.

Veel Burmezen, inclusief de andere minderheden, vinden de discriminatie van Rohingya's normaal. Ook diverse prominente dissidenten en monniken verklaarden naar aanleiding van het recente geweld dat de Rohingya's geen etnische groep in Burma zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden