Wroeten in het bijbelse Adama

Adama was misschien toch niet de grote stad, zoals we die kennen uit het Oude Testament. Het opgravingsteam van het Rijksmuseum van Oudheden deed verrassende ontdekkingen in de Jordaanvallei. Was Adama een 'onderwegkerk'?

Is dit wel Adama? De grote stad bij de Jordaan waarover op meerdere plekken geschreven wordt in het Oude Testament? Lucas Petit heeft het zich vaak afgevraagd, staand op de kleine opgravingsheuvel Tell Damiyah in de Jordaanvallei. De archeoloog heeft er net weer twee maanden gegraven naar de restanten van de nederzetting uit de IJzertijd (1200-550 v. Chr.) en enkele opzienbarende vondsten gedaan. Maar dat zijn gek genoeg geen voorwerpen die je verwacht aan te treffen in de ruïnes van een oudtestamentische stad. Er komen steeds meer aanwijzingen, vertelt Petit, dat Tell Damiyah misschien wel het bijbelse Adama is, wat sinds de negentiende eeuw wordt verondersteld, maar geen grote stad. De bodemvondsten wijzen eerder op een groot heiligdom bij een doorwaadbare plaats in de Jordaan, waar karavanen en reizigers een spirituele stop konden maken. Nu zouden we het een 'onderwegkerk' noemen.

Lag de bijbelse stad Adama dan op een andere plek? Of had deze stad een andere functie dan is beschreven in de Bijbel, onder meer in Genesis en Jozua (zie kader)? Petit: "We zijn hier vier jaar geleden begonnen met graven, omdat bij een proefopgraving onder meer een kleibrokje met spijkerschrift alsook veel Assyrisch huisraad tevoorschijn was gekomen. De Assyriërs hadden rond 700 v. Chr. grote delen van het Nabije Oosten onder hun bewind. Het leek erop dat hier inderdaad de resten lagen van een belangrijke nederzetting, mogelijk Adama. Maar gaandeweg hebben we steeds meer dingen ontdekt die niet kloppen met de informatie in de bijbelverhalen. Het is niet zo dat ik het Oude Testament wil ondergraven. Daar ben ik helemaal niet mee bezig. Maar de teksten zijn wel opgeschreven in een andere periode op basis van herinneringen. Adama moet hoe dan ook een belangrijke plek zijn geweest, omdat het in diverse bijbelboeken wordt genoemd, vaak in één adem met Sodom en Gomorra. Maar misschien was het geen stad, maar een heiligdom."

De afgelopen vier jaar bivakkeerde Petit met zijn Jordaans-Nederlandse team twee maanden per jaar in de Jordaanvallei. Het opgravingswerk in Jordanië is onderdeel van zijn baan als conservator Nabije Oosten in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Als enige museum in Nederland doet het RMO ook opgravingen, eerst in Syrië, de afgelopen vier jaar in Jordanië in samenwerking met het Jordaanse departement van oudheden.

Vorig jaar al waren er aanwijzingen dat Tell Damiyah misschien niet een stad is. De recente opgravingen hebben de twijfels doen toenemen. Het team deed twee opzienbarende vondsten die internationaal de aandacht hebben getrokken, vertelt Petit. Het gaat om twee schedels van grote dieren, mogelijk een koe of stier, en het hoofd van een mensenbeeld. "Ik heb net verslag uitgebracht op een internationaal congres in Amerika, waar dit hoofd als een topvondst is betiteld." De archeoloog laat foto's zien van het hoofd en ook van twee lichamen van gebakken klei zonder hoofd, die eerder al werden opgegraven. Het hoofd past daar niet op. Er moeten dus meer beelden hebben gestaan, wat duidt op een heiligdom.

Broze schedels

Ook van de twee dierenschedels raakte het opgravingsteam behoorlijk opgewonden, vertelt Petit. Het is sowieso al een wonder dat ze redelijk ongeschonden werden aangetroffen. "Dat is te danken aan een van onze Jordaanse teamleden, die heel behoedzaam de broze schedels heeft blootgelegd. Eén kwastje erover en het bot verpulvert." De schedels, met horens, lagen op zo'n specifieke manier met de nek tegen elkaar in een hoek van het gebouw, dat ze daar bewust zo lijken neergelegd. Het doet denken aan een heilig ritueel. Huisraad heeft het team met uitzondering van een kommetje en kruikje niet aangetroffen, wel veel figurientjes; dat zijn kleibeeldjes om bescherming te vragen of boze geesten af te weren. Het zijn allemaal voorwerpen die horen bij een heiligdom. Aanvankelijk werd gedacht dat het gebouw vijf bij drie meter was. Bij de recente opgraving werd duidelijk dat het veel groter was: tien bij vier meter. Waarschijnlijk had het zuilen en een plat dak van hout met muren van gedroogde klei. Van het hout is niets meer over; aslagen duiden erop dat het heiligdom waarschijnlijk in vlammen is opgegaan.

Omdat alle spullen er nog redelijk ongerept bij lagen, lijkt het erop alsof het gebouw abrupt is verlaten. Het is gissen wat er is gebeurd. Het is moeilijk te bepalen of de nederzetting is verwoest door een brand na een vijandelijke inval of door een aardbeving. Voor archeologen is zo'n plotselinge brand 'heerlijk', vertelt Petit, omdat je dan vaak nog goed kunt zien hoe er geleefd werd. Als een huis gewoon wordt verlaten, neemt men het huisraad mee. Bij een verwoesting en het plotseling instorten van een gebouw ligt alles begraven onder puin. Dat maakt het interessant voor archeologen.

Alle vondsten zijn gefotografeerd en gedocumenteerd en opgeslagen in Jordanië. Bij de twee schedels is dat niet gelukt. Daarvan resteert slechts een zakje met verpulverd bot. Het fragiele holle hoofd kon wel compleet worden geborgen, al was daar een snelle reddingsoperatie voor nodig. "Er woedde een zware zandstorm waarbij de stenen door de lucht vlogen. We hebben het op het nippertje kunnen veiligstellen."

Radaronderzoek

Hoe nu verder? Petit: "De recente vondsten zijn belangrijk, maar nog te mager om nu al te concluderen dat hier geen stad lag. We gaan dus door met graven." Daarbij zijn er meerdere opties. Allereerst wil het team onderzoeken of onderaan de zeventien meter hoge heuvel misschien toch ruïnes liggen. "We hebben enkele mensen van ons team daar al flink laten graven. Ze hebben helemaal niets gevonden wat duidt op een stad." Met behulp van radar wil Petit nu dieper in de grond kijken of daar restanten van een stad liggen. Die mogelijkheid bestaat, omdat de Jordaan vroeger twee keer per jaar buiten de oevers trad. Daardoor zijn er in de loop der eeuwen steeds meer laagjes slib afgezet.

Daarnaast wil Petit ook gaan graven onder het blootgelegde heiligdom, dat als een soort akropolis bovenop de heuvel ligt. "Ik wil weten of daaronder misschien een ouder heiligdom ligt. We graven nu in de zevende en achtste eeuw voor Christus. Ik wil terug naar de tiende eeuw om te kijken of de Egyptenaren toen dat heiligdom hebben vernietigd. Als dat zo is, zou dat wel weer passen in een inscriptie op een muur in het Egyptische Karnak waarin farao Shishak (of Shosenq I) opschept over de verovering van Adama. Al moeten we daar ook vraagtekens bij zetten. Er zijn twijfels of hij wel in dit gebied is geweest. Ook zijn er aanwijzingen dat hij een deel van de steden die hij zegt verwoest te hebben, verzonnen heeft om zichzelf belangrijker te maken."

En zo gaat het nou altijd in de archeologie, zegt Petit. Net als je denkt dat je weer een paar puzzelstukjes hebt gevonden die meer zicht geven op de gemeenschap die hier ooit heeft bestaan, roept elke nieuwe vondst ook weer nieuwe vragen op.

Vijf keer Adama

In verschillende boeken van het Oude Testament wordt verwezen naar de stad Adama, ook wel geschreven als Adam, Adma en Adamah. De naam betekent 'rode aarde'. De stad lag in de vlakte van de Jordaan, in de buurt van Sodom en Gomorra.

In totaal wordt Adama vijf keer vermeld:

Genesis 10:19 De grens van hun gebied loopt (...) en verder in de richting van Sodom, Gomorra, Adma en Seboïm.

Genesis 14:2 In die tijd waren vier koningen (...) in oorlog met vijf andere: Bera van Sodom, Birsa van Gomorra, Sinab van Adma (...)

Deuteronomium 29:23 Zo was het ook toen de Heer in woede uitbarstte tegen Sodom, Gomorra, Adma en Seboïm en deze steden van de aardbodem wegvaagde.

Jozua 3:16 Heel in de verte bij Adam, de stad die vlakbij Saretan ligt, rees het water op als een dam.

Hosea 11:8 Hoe zou ik je kunnen prijsgeven als Adama, je kunnen verwoesten als Seboïm?

(Uit de Groot Nieuws Bijbel)

Even tijd voor Ninevé

Trouw blijft de opgravingen in Jordanië van het team van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden volgen. Het komende jaar liggen ze even stil. Lucas Petit heeft het te druk met het voorbereiden van een tentoonstelling over de stad Ninevé, in het najaar van 2016 te zien in het RMO. In 2017 hoopt hij met behulp van radaronderzoek meer duidelijkheid te krijgen over de geschiedenis van Tell Damiyah.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden