Wraak

Dat het in Amsterdam soms wat onrustig en rumoerig kan zijn, wist ik wel, maar toen ik vrijdagnacht met mijn rolkoffertje vanaf het station de stad inliep, schrok ik toch van de bende, om het woord klerezooi te vermijden. Ik kon me slechts met moeite een weg banen door groepjes joelende feestgangers, terwijl mijn koffer voortdurend in gevecht raakte met lege bierblikjes, plastic bekers en andere troep. Pas na een tijdje begon het te dagen: o ja, Gay Pride. Vroeger was ik weleens wezen kijken, maar nu - bivakkerend aan een heuse Amsterdamse gracht - bevond ik mij in het epicentrum van het homofeest.

Het zal de wraak zijn geweest van de geest van Cowboy Gerard (1933-2015), die ik in de jaren tachtig nog eens met de Bijbel om de oren heb geslagen. De zingende diskjockey, gespecialiseerd in truckersliedjes, was met zijn partner op bezoek bij een studiegenoot met wie ik een huiskamer deelde. Aardige lui, gekleed in spannende leren broeken, die welwillend luisterden naar mijn orthodox-protestantse oordeel over hun leven.

In de jaren daarna heb ik mij soms geschaamd voor mijn jeugdige optreden, maar inmiddels vind ik dat onzinnig. Dit is waar ik vandaan kwam, en je kunt je niet schamen voor iets waar je niets over te zeggen had, net zomin als je er trots op kunt zijn: afkomst is toeval.

Hoe dan ook, wraak of niet, de diskjockeys van de Canal Parade werkten me zaterdagmiddag behoorlijk op de zenuwen met hun gebeuk, en om mijn ergernis een intellectueel tintje te geven las ik via De Groene Amsterdammer een bijtende tekst van Gerrit Komrij uit 2008, waarin hij de staf brak over de 'homovertrutting', de Joling- en Gordon-toestanden die het publiek zo lollig vindt: 'Op niets zijn Nederlanders zo dol als op mensen die net zo willen zijn als zij.' Komrij voelde zich beroofd van zijn eigen, subversieve en mythische homoseksualiteit, en wel door 'populaire tronies, die inderdaad af en toe deksels goed kunnen zingen of scheelkijken'.

Aldus gewapend ging ik toch maar naar buiten. En ik moet zeggen: de rondzwevende opblaaspiemels waren inderdaad behoorlijk ordinair. Maar staande tegenover de Westerkerk, met een reusachtig regenboog-doek op de toren, was mijn scepsis niet lang bestand tegen de uitbundigheid van de feestgangers. En toen de witte wereldreligie-boot van Coexist langskwam, met aan boord een Franse homo-imam, was ik helemaal gewonnen.

Wat ik zag, was zo luidruchtig mogelijke aanwezigheid, een welbewuste manifestatie van vrijheid in een wereld die vaak zo onvrij is. Ook in Nederland. Het is slechts een klein voorbeeld, maar een tijdje geleden hield ik een praatje op een middelbare school, voor vwo-leerlingen. Stel dat de premier een vriendin had, vroeg ik, moet dat dan in de krant? Onmiddellijk ging het woord 'homo' door de zaal, op zeer onprettige wijze. Je zal er als homo-leerling tussen zitten. Dan kun je wel een dagje stampen aan de grachten gebruiken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden