Wouters' tweede leven als hoofdtrainer

Jan Wouters (52) mislukte als onervaren trainer ooit faliekant bij Ajax. Nu is hij hoofdcoach van de voorlopige subtopper FC Utrecht.

Toen Jan Wouters rond de eeuwwisseling trainer van Ajax was, en een journalist vroeg hem na een nederlaag naar de sfeer in de kleedkamer, dacht hij: domme vraag. Moest hij dat echt gaan uitleggen? Iedereen kon toch wel begrijpen dat ze na een nederlaag de polonaise niet liepen? Als hij nu dezelfde vraag krijgt, bedenkt hij daarop een antwoord. Hij houdt zich voor dat de mensen dat blijkbaar willen weten. In de kern is dat misschien het grootste verschil: dat Jan Wouters nu antwoordt op domme vragen - of dat in elk geval probeert.

Het lag aan hem, zegt hij, de mislukking bij Ajax. Als beginnend trainer van het tweede team had hij het eind 1998 van de ontslagen Morten Olsen overgenomen. "Ik was nog speler, kwam net van het veld af. Dan kom je erachter dat trainen toch een heel ander vak is dan je denkt. Ik voelde me altijd aangevallen als er wat gevraagd werd."

Toen hij vroeg in het vorige seizoen bij FC Utrecht de opgestapte Erwin Koeman opvolgde, wees directeur Wilco van Schaik hem erop dat hij van zijn persconferenties iets meer werk moest maken. "Daar werd ik eerst kribbig om", zegt Wouters. "Het was even op het randje: voel ik me weer aangevallen? Maar ik vond het een terechte aanwijzing. Ik zeg wat ik denk dat nodig is. Ik ben nu eenmaal niet van een urenlang verhaal, en toen al helemaal niet."

Toen, bij Ajax, was hij in de klassieke valkuil getrapt: hij had verstand van voetbal, hij zou het wel redden. Als hij door zijn omgeving al is gewaarschuwd, zegt hij nu, heeft hij dat niet herkend. Hem werd vooral gezegd dat hij goed was op het trainingsveld - en feitelijk is dat ook altijd van Wouters gezegd in al die jaren die hij na zijn aftocht bij Ajax in 2000 als assistent sleet. Hij is van de Utrechtse straat. "Wat zeiken ze nou, dacht ik bij Ajax. Op voetbalgebied weet ik het toch? Laat me dat lekker doen en bemoei je er niet mee."

Maar een trainer moet ook een manager zijn, een ambassadeur soms - hij weet het. "Wat een ramp, zeiden mensen na mijn ontslag bij Ajax. Maar in die periode werden mensen bij DAF ontslagen. Die stonden op straat. Ik kreeg nog een jaar doorbetaald. Ik kon het plaatsen, omdat ik wist dat ik bepaalde facetten niet beheerste."

Hij heeft zichzelf geëvalueerd, zegt hij. Op zijn manier dan. Hij heeft geen hulp ingeroepen om zich verbaal te ontwikkelen en zijn presentatie te verbeteren. Daar zou hij maar kribbig van worden. "Als speler had ik niet bepaald een elegante loop. Ik heb toch ook nooit iemand ingehuurd om mooier te leren lopen? Ik kom er zelf wel uit. Hoe meer kritiek en gezeik, ik overleef wel."

Het zal op een bepaalde manier de achtergrond zijn. Hij komt uit een arbeidersgezin, als jongste van negen kinderen. Zijn vader was schilder, een broer vloerenlegger, een zwager dakdekker. "Als ik thuis kwam, werd ik wel met beide beentjes op de grond gezet." Maar juist voor Wouters, de latere strijder op het veld, gaat het clichébeeld niet op dat hij van jongs af aan heeft moeten knokken. Voor de oudere kinderen was er weinig mogelijk geweest, hij was verwend. Er was altijd geld voor voetbalschoenen en er werd wel op aangedrongen dat hij ook wat aan school zou doen, maar dat lukte niet echt. Heerlijke jeugd gehad, hij kan niet anders zeggen.

Tegenslag kende hij niet, de later geharnaste voetballer die zowel de huidige NEC-trainer Alex Pastoor als de Engelse international Paul Gascoigne met een elleboogstoot velde. "Als ik in de jeugd verloor, was ik aan het huilen. Als senior bij de profs uit zich dat niet in huilen, maar grijp je naar ongeoorloofde middelen." Het is iets van moederskant. Eén keer is zijn moeder het veld opgestormd en moest zijn vader haar er weer afhalen. Later nam ze het voor haar zoon op, als die er van zijn vader van langs kreeg.

"Na die ellebogen, maar ook na domme gele kaarten of als ik weer tegen de scheidsrechter had lopen zeuren, was de tocht naar huis een martelgang voor me. Dan was mijn vader meedogenloos. Hij zei dat ik asociaal was, dat hij zich dood schaamde. Mijn moeder zei dan dat hij niet zo moest zeuren. Voordat ik in Duitsland voor Bayern München ging voetballen, was iedere Duitser voor haar een mof. Daarna vond ze het daar geweldig - heel opportunistisch, voor haar zoon."

Maar de zoon schaamde zich zelf ook, en dan werd dat gevoel er nog eens dubbel en dwars ingewreven. Als trainer gebruikte Wouters dat later tegenover een speler 'met dezelfde trekjes'. "Het gevoel erna, zei ik hem, is het niet waard om het je nog een keer te laten overkomen." Het is plotseling een bijna filosofische oneliner. Wouters is geen redenaar, maar het kan niet anders of hij moet met zulke afgemeten wijsheden spelers raken - spelers die her en der al jaren zeggen dat hij ze op het trainingsveld veel nuttigs vertelt. "Het is niet dat ik daar lang over nadenk, maar zo voel ik het dan", zegt Wouters. "Het gaat mij erom dat ze het begrijpen in de vijf minuten dat ik het uitleg."

Dan praat hij als de gelauwerde oud-topvoetballer die zich geen betere leermeesters kon wensen. Willem van Hanegem trof hij ver in de vorige eeuw al bij FC Utrecht, Johan Cruijff haalde hem later naar Ajax. "Wij zijn grootgebracht door de beste generatie die Nederland heeft gehad. Van Hanegem zei me al vroeg dat ik niet zo veel moest rennen en vliegen, Cruijff zei later niet veel anders. Marco van Basten zegt ook dat Cruijff hem pas heeft laten nadenken over wat hij deed. Ik bleek vaak al goed te staan, maar Cruijff legde me uit waarom en hoe het nog beter kon. Ze zien het net even anders. Bij Lokomotive Leipzig konden ze heel goed lopen, hoorden we vóór de Europa Cup II-finale van 1987. 'Dan moeten we ze dat vooral laten doen', zei Cruijff."

Wouters wil voetbal zien in diens geest, gebaseerd op positiespel, de trainingsvorm om de bal soepel rond te laten gaan. Terwijl hij toch, als de goede voetballer die óók van wanten wist, de persoon bij uitstek zou kunnen zijn om accenten te verleggen naar een in Nederland onderontwikkeld facet als duelkracht. Van Hanegem sombert steeds vaker over het softe Nederlandse voetbal, maar zo ver gaat Wouters niet. "Ik ben het met hem eens dat we niet goed zijn in het opleiden van verdedigers", zegt hij. "Maar ook in Willems tijd zijn er spelers geweest die hij maar piepertjes vond. Bovendien kun je door alle camera's niet meer zo spelen als vroeger. Willem en ik zouden in deze tijd toch wel regelmatig aan de kant hebben moeten toekijken."

Bij FC Utrecht spelen nu 'best wel wat karakterjongens', zegt Wouters. En ze kunnen nog aardig voetballen ook. "Hier werd altijd maar geroepen dat FC Utrecht strijd moet leveren en druk moet zetten, omdat het publiek daarvan zou houden. Ik kreeg het ook te horen van de mensen hogerop in de club, maar het was een verkeerde gedachtegang. Je moet eerst voetballen om druk te kunnen zetten. Als je de bal steeds kwijt bent, hou je die zogenaamde strijd en druk niet langer dan tien minuten vol. En dan was het publiek weer teleurgesteld: waarom zetten ze geen druk op z'n Utrechts? Ja, dat probeerden ze al negentig minuten lang, maar ze hadden de bal niet."

Hem zul je er niet omstandig over horen, maar die omslag is misschien toch wel toe te schrijven aan Jan Wouters, in zijn tweede leven als hoofdtrainer. Hij laat - in de verte als Cruijff - FC Utrecht net even anders denken, met betrekkelijk naamloze spelers ook nog die mede door de financiële krapte naar voren zijn geschoven. "Frank de Boer heeft gezegd dat hij de Alex Ferguson van Ajax zou willen worden. Dat lijkt mij hier wel wat. Ik heb nu wel een beetje mijn draai gevonden in alles wat erbij komt."

Op zijn manier dan. "Ik wist dat ik op het veld een ander persoon werd - om te winnen of, misschien nog wel eerder, niet te verliezen. Ook als trainer kan het nog wel een keer fout gaan, bij een onterechte strafschop of zo. Ik weet dat het ergens altijd in me zit. In grote lijnen ben ik dezelfde persoon gebleven. Als ik me nukkig voel, ben ik nukkig. Als ik me vrolijk voel, ben ik vrolijk. Punt uit."

Jan Wouters

Geboren

: 17 juli 1960 te Utrecht.

Gehuwd, een dochter.

Speler:

FC Utrecht (1980-'86), Ajax ('86-'91, landstitel en Europa Cup II), Bayern München ('91-'93), PSV ('93-'96); 70 interlands voor Oranje (Europees kampioen 1988).

Trainer:

FC Utrecht (assistent '96-'97), Ajax (jeugd '97-'98, hoofdcoach '98-2000), Glasgow Rangers (assistent 2001-'06), PSV (assistent en interimcoach '06-'09), FC Utrecht (assistent '09-oktober 2011, sinds 18 oktober 2011 hoofdcoach).

Als speler moest hij het hebben van duelkracht, als trainer wil hij FC Utrecht in de geest van Cruijff laten voetballen

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden